Thomas Erdbrink doet opnieuw verslag uit Teheran, waar hij jarenlang werkte als correspondent voor Nederlandse en internationale media.
Bij elk vreemd geluid kijkt iedereen omhoog. Een slijptol in de verte klinkt opeens als een drone. De diepe zoem van de snelweg, is dat geen vliegtuig? Is die knal van een uitlaat of wat anders?
Iedereen in Teheran voelt dat de oorlog die Israël is begonnen op vrijdag 13 juni zo weer kan losbarsten. Er zijn nog steeds mysterieuze explosies. ‘Ontplofte gasleidingen’, is de officiële verklaring, maar er zijn ook beschuldigingen dat de Israëliërs, ondanks het bestand, drones blijven sturen. Niemand die het weet.
‘Ik hoorde zojuist klappen in Oost-Teheran’, zegt mijn vriend Armin, een ingenieur, aan de telefoon, ‘nu hoor ik ambulances.’
Ik moet direct weer denken aan vorige week, toen ik boodschappen aan het doen was. De Evin-gevangenis, 600 meter verderop, werd gebombardeerd.
De gevangenis is een uitgebreid complex, gebouwd op de flanken van het Alborz-gebergte. Het is een vreselijke plek waar politieke gevangenen terechtkomen, en ook buitenlanders of mensen met een dubbele nationaliteit, die als ruilmiddel worden gebruikt door de Iraanse leiders. Er zijn executies en martelingen, en in 2022 was er een grote opstand en een brand, waarbij een onduidelijk aantal doden viel.
Mijn vriend Siamak, een analist, zat acht jaar lang in Evin. De eerste maanden in de isoleercel, waar hij niet gebroken werd, later met anderen.
Acht jaar van je leven, stel je eens voor.
Soms spraken Siamak en ik via een vriendin, ik laat even in het midden hoe. Het bijzondere was: zelfs vanuit de cel was hij altijd strijdbaar en opgewekt.
Siamak is in 2023 vrijgekomen in een gevangenenruil tussen Iran en de Verenigde Staten, maar zijn medegevangenen is hij nooit vergeten. Voor het Amerikaanse tijdschrift Time schreef hij een artikel waarin hij zich probeerde voor te stellen hoe het voor zijn celgenoten moet zijn geweest toen de bommen neerdaalden.
‘De bommen maken geen onderscheid tussen de kwaadaardige rechters en de politieke gevangenen’, schrijft hij. ‘Ook niet tussen de 18 tot 20 jaar oude dienstplichtigen die de gevangenen moeten escorteren. Zijn de dappere mensenrechtenadvocaten die de gangen van Evin trotseren om de weerlozen te verdedigen ook onder de slachtoffers?’
De ontvangstruimte van de gevangenis, waar familieleden zich verzamelen om hun geliefden te mogen zien, wordt geraakt. De bibliotheek, een van de weinige plekken om de tijd te doden, is zwaar beschadigd. Net als ‘afdeling 4’, waar de politieke gevangenen zitten. De kliniek, waar volgens Siamak verpleegkundigen, als kleine daden van verzet, de gevangenen probeerden te helpen, ligt in puin.
De meeste gevangenen zijn na het Israëlische bombardement in bussen geplaatst en naar onbekende locaties gebracht. Hun familieleden wisten dagenlang niet waar hun geliefden waren.
Uiteindelijk vielen er volgens Iraanse cijfers 71 doden tijdens de Israëlische bombardementen op Evin: een rechter, maar ook gevangenen, bezoekers, dienstplichtigen, mensen die in de buurt woonden.
De Israëliërs moeten nog met een duidelijke verklaring komen waarom de gevangenis werd gebombardeerd. De Israëlische buitenlandminister Gideon Sa’ar poste een boodschap op X met een video van de poort van de gevangenis die wordt opgeblazen: ‘We hebben Iran keer op keer gewaarschuwd: stop met het aanvallen van burgers! Ons antwoord: lang leve vrijheid, verdomme!’
De video bleek later nep te zijn, AI.
Volgens de Iraanse autoriteiten zijn er in de twaalf dagen van de oorlog 935 doden in Iran gevallen. Cijfers in het Midden-Oosten zijn meestal gepolitiseerd. De onlinekrant The Times of Israel schrijft dat er in Israël 28 doden zijn na de Iraanse raket- en droneaanvallen.
Niemand weet de waarheid. Iran weert buitenlandse journalisten en controleert de eigen media, in Israël worden correspondenten door een militaire censuur aan banden gelegd.
Wat ik wel weet: overal zijn gewone mensen het slachtoffer van de waanideeën van hun leiders.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns