Peter Middendorp is schrijver en columnist van de Volkskrant. Van zijn hand verschenen onder meer de romans Vertrouwd voordelig en Jij bent van mij.
Tijdens een van die vele keren dat Blokker de afgelopen jaren failliet dreigde te gaan, werden mijn vader en ik eens uitgenodigd in het praatprogramma van Eva Jinek om over de kwestie te spreken. Een goed duo: hij had zijn hele leven een grote Blokker in Emmen gehad, en ik had een roman geschreven over hoe mijn jeugd in die winkel was bevallen.
Mijn vader hield toen een gloedvol betoog, vol vertrouwen over de toekomst van het bedrijf en de fantastische medewerkers. Natuurlijk kochten mensen steeds meer op internet. Maar Blokker kon zich best aanpassen. Winkelen werd in de toekomst toch meer een belevenis dan dat je gewoon een fluitketel kocht, of een citruspers.
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Gelijk kreeg hij niet – vorig jaar ging Blokker dan eindelijk echt failliet. Internet heeft toegeslagen, in de steden heerst de monocultuur, winkelcentra veranderen in showrooms. Vanuit zijn winkel zag een kennis het veranderen: eerst liepen mensen aan het einde van de dag met volle tassen naar huis. Nu met lege handen. Alleen de buiken zijn gevuld.
De Noorderstraat in Emmen bleef intussen gewoon een ouderwetse winkelstraat, waar je nog van alles kunt krijgen, van boeken en bloemen en platen tot delicatessen en sportartikelen. Maar de Blokker was dicht. De ramen en deuren die we wel duizend keer hadden gewassen, waren afgeplakt. We missen de Blokker, zeiden de winkeliers. Het is stiller geworden, de Blokker brengt toch een hoop mensen op de been.
Mijn vader zou trots zijn geweest als hij dit had gehoord – dat anderen iets aan zijn Blokker hadden gehad. Het ging hem om de winkel, het personeel, de straat, Emmen en de bewoners – wie goed hooi wil, moet zorgen voor goed gras. Daarom bleef hij daar tot ver na zijn pensioen in investeren, wat mooi was voor de zoon, en jammer voor de erfgenaam.
Vorige maand herrees Blokker ineens toch weer op uit het graf. Met bijna veertig winkels, waaronder onze oude, wordt althans ‘een doorstart gemaakt’ – een methode waar meer grote winkelketens zich aan hopen vast te grijpen.
Op de dag van de feestelijke opening ging mijn moeder ernaartoe. Om te feliciteren en succes te wensen. En omdat ze de winkel mee had opgericht en uitgebouwd tot er op het hoogtepunt wel 25 mensen werkten, natuurlijk ook om een beetje in de vreugde te delen.
De ingang was versierd. De eerste honderd klanten kregen een bosje tulpen van een vrouw van het hoofdkantoor. Mijn moeder kreeg het 98e bosje. Ze werd niet herkend, er kwam niemand naar haar toe. Op zeker moment had ze zichzelf maar bekend gemaakt, en gezegd: wij hebben deze zaak indertijd opgestart. De vrouw van het hoofdkantoor zei: O ja? Wat leuk ja. Daarna had ze zich omgedraaid en was ze weggelopen.
Mijn moeder is fit en sterk. Ze weet dat de tijd soms even lelijk meedogenloos kan zijn, en dat je het niet persoonlijk moet nemen. Maar toch. Daar stond ze, in haar levenswerk, met dat bosje tulpen – gelukkig niet het 100ste, anders had ze daar met al haar gevoelens ook nog mee op de foto gemoeten voor het Dagblad van het Noorden.
Papa had het niet overleefd, zei ze. Maar ik vind het geweldig dat de Blokker weer open is. Voor de hele Noorderstraat, bedoel ik. Dat is toch mooi? Voor iedereen is dat toch goed?
Geen column meer missen?
Volg uw favoriete columnisten via de app. Klik op het belletje naast de auteursnaam.