Home

Twaalf jaar nadat het regiment werd opgeheven, zijn de Gele Rijders terug, nu met eigen drones: ‘We moeten rap vernieuwen en versterken’

Regiment Het Korps Rijdende Artillerie werd in 1793 opgericht, en in 2013 wegbezuinigd. Nu de Nederlandse krijgsmacht weer groeit, zijn de Gele Rijders opnieuw aangetreden.

De landmacht verwelkomt de Gele Rijders, een van Nederlands oudste legeronderdelen, in ’t Harde.

Traditie – het woord valt vaak op Artillerie Schietkamp ’t Harde, aan de noordelijke Veluwerand. Commandant der Landstrijdkrachten Jan Swillens gebruikt het in zijn toespraak voor de puffende militairen. En overste Jan-Pieter Tiedink herhaalt de woorden van de generaal, als het militair ceremonieel in de brandende zon is afgerond en beschutting kan worden gezocht in de slagschaduw van een raketsysteem. „Traditie is óók gevechtskracht.”

Voor overste Tiedink en zijn mannen en vrouwen was deze dinsdag een „euforische” dag. Na twaalf jaar werd de 11e Afdeling Rijdende Artillerie – bijnaam de ‘Gele Rijders’ – opnieuw opgericht, met de plechtige overhandiging van de standaard door generaal Swillens. Daarmee begint een van Nederlands oudste legeronderdelen aan een nieuw hoofdstuk van zijn ruim tweehonderdjarige bestaan.

Gele Rijders dragen nog altijd de blauwe kwartiermutsen met gele of gouden kwastjes. Foto Eric Brinkhorst

Het Korps Rijdende Artillerie werd in 1793 opgericht in opdracht van stadhouder Willem V, om door paarden getrokken geschut met grote snelheid over het slagveld te kunnen voeren. Hun faam vestigden ze echter in Franse dienst (en daarmee tegen de bondgenoten van de Oranjes).

Zo speelden de Gele Rijders een hoofdrol in de slag bij Bergen (1799) waar de Bataafse Republiek (een vazalstaat van Parijs) met Franse hulp een Brits-Russische invasiemacht versloeg. Daarna vochten de Rijders mee in de Grande Armée van Napoleon Bonaparte en namen deel aan de Russische veldtocht van 1812. In 1815 onderscheidden de Rijders zich bij de slag bij Waterloo juist tégen de Franse Keizer. Sindsdien draagt het korpsvaandel het jaartal 1815. Daaronder staat een wapenfeit van bijna tweehonderd jaar later: ‘Uruzgan’.

Foto Eric Brinkhorst

Die militaire traditie is belangrijk, zo zegt overste Tiedink. „Wij voelen de verbondenheid met het verleden, met onze voorgangers.” In het museum aan de voet van de glooiing wordt het verhaal verteld van wapenfeiten uit het verleden – een inspiratie voor de mannen en vrouwen van de 21-ste eeuw.

Blauwe mutsen

Maar de tradities worden ook van militair op militair doorgegeven. Voordat hij als officier werd beëdigd moest overste Rody Spruijt tentamens afleggen bij zijn eenheid. „Daarbij kijken ze heel goed of je de geschiedenis van het korps wel kent en weet waarom het speciaal is dat je onderdeel bent van het korps Gele Rijders.” Om te kunnen trouwen in het negentiende-eeuwse rijderstenue – een blauwe huzarenjas met gele tressen en galons – moest Spruijt om schriftelijke toestemming vragen van de korpscommandant.

Gele Rijders zijn trots op het uniform dat in 1842 werd vastgesteld door koning Willem II. Ook nu nog dragen ze hun blauwe kwartiermutsen met gele of gouden kwastjes die de paardenvliegen uit het gezicht moesten houden. Oud-minister Hanke Bruins Slot – Nederlands bekendste Gele Rijder en na haar politieke carrière weer in militaire dienst – draagt hem terwijl ze met een strak gezicht naar de publieke tribune marcheert. Daarna passeert de erewacht te paard: zwarte berenmutsen op het hoofd, getrokken sabel tegen de rechterschouder.

De erewacht te paard: zwarte berenmuts op het hoofd, getrokken sabel. Foto Eric Brinkhorst

Maar niet alles is nostalgie vandaag. Commandant der strijdkrachten Onno Eichelsheim spreekt in zijn toespraak over Vladimir Poetin, over de Russische dreiging en over de NAVO-top van vorige week, waar de bondgenoten hun handtekening zetten onder een enorme verhoging van de defensie-uitgaven tot 5 procent van het bruto binnenlands product.

Spectaculaire groei

Ook de Nederlandse krijgsmacht groeit spectaculair. Twee weken geleden was kroonprinses Amalia eregast bij de oprichting van een nieuw tankregiment, dat haar naam zal dragen. En op deze dinsdag krijgt de landmacht twee volwaardige afdelingen artillerie (behalve de 11e de 41ste Afdeling Veldartillerie), met modern materieel. Aan de rand van de appèlplaats staat de Pantserhouwitser 2000, een enorm rijdend gepantserd kanon, waarvan elke afdeling er zestien in bedrijf heeft. Aan de andere kant van het plein staat de raketartillerie die Defensie heeft besteld in Israël. Daarnaast: een van de nieuwe radars die de Gele Rijders een beslissend voordeel moet geven in elk artillerieduel.

Materieel voor de 11e Afdeling Rijdende Artillerie, het nieuwe raketartillerie-systeem PULS. Foto Eric Brinkhorst

De Gele Rijders krijgen bovendien de beschikking over eigen drones. En dat is nog maar het begin, zegt landmachtcommandant Jan Swillens: „We moeten rap versterken, vernieuwen en voldoende voortzettingsvermogen creëren.”

De generaal doelt daarmee op de geplande reserve-eenheden die in tijden van oorlog kunnen worden gemobiliseerd. Om dat mogelijk te maken zal de krijgsmacht (zeventigduizend militairen) op termijn moeten uitgroeien tot tweehonderdduizend (vol- en deeltijds-) militairen. „We moeten ons voorbereiden op een groot en langdurig conflict”, zegt Eichelsheim. „We moeten tegenstanders als Rusland het hoofd kunnen bieden – om een oorlog te voorkomen.”

Hoe anders was de sfeer in 2013, toen de 11e Afdeling Rijdende Artillerie vanwege een zoveelste bezuiningsronde werd opgeheven. Nadat de tanks het veld hadden moeten ruimen werd al het resterende geschut van de landmacht ondergebracht in een algemene poule met de weinig geestdrift wekkende naam ‘Vuursteuncommando’. Dat deed „een beetje pijn”, zo vertelt overste Tiedink, wiens carrière sinds 2003 in het teken heeft gestaan van bezuinigingen en krimp. Maar de naam ‘Gele Rijders’ werd overgedragen op een kleinere eenheid, zodat de tradities bleven bestaan. „Daar ben ik mijn voorgangers dankbaar voor. De tradities van 232 jaar historie zijn nimmer verbroken.”

Eigenlijk was het gekkenwerk om vandaag een militaire ceremonie te houden: op de appèlplaats in ’t Harde is de temperatuur opgelopen tot 36 graden in de schaduw. Het ingekorte programma wordt onderbroken voor drinkpauzes, maar als het ceremonieel is afgelopen wordt een van de leden van de militaire kapel onwel. Als de ambulance is uitgerukt blijkt het mee te vallen. Grommend en walmend rijdt de Pantserhouwitser van het plein af. Op de klinkers liggen enkele stille getuigen van twee eeuwen militaire traditie: verse paardenvijgen.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC De Haagse Stemming

Volg politiek Den Haag op de voet en word zelf een Haagse ingewijde

Source: NRC

Previous

Next