Home

Welke doorstroomtoets een school kiest kan uitmaken voor de toetsresultaten

Schooladvies Meer dan vierhonderd scholen stapten dit jaar over naar een andere doorstroomtoets. Vaak haalden ze nu betere toetsprestaties. Dat leidt tot de vraag of de toetsen wel vergelijkbaar zijn.

Scholieren maken de doorstroomtoets voor leerlingen van groep 8 op Het Driespan in Puttershoek.

Maakt het uit welke doorstroomtoets een kind maakt in groep 8 van de basisschool? Krijgt het een ander schooladvies voor het voortgezet onderwijs als het bijvoorbeeld de Leerling in Beeld-toets maakt van Cito in plaats van Route 8? Op die vraag zouden ouders, scholen en de Tweede Kamer graag antwoord willen hebben. Want als één toets de beste resultaten blijkt op te leveren, waarom zouden dan niet alle kinderen diezelfde toets maken?

Voor de PO-Raad, die de belangen van het basisonderwijs behartigt, is het een uitgemaakte zaak. Voorzitter Freddy Weima riep de politiek vorig jaar op om terug te gaan naar één toets in plaats van meerdere en deed dat vorige week opnieuw, na een eigen analyse van de toetsuitslagen. Daaruit bleek onder meer dat scholen die dit jaar waren overgestapt naar een andere doorstroomtoets dan vorig jaar gemiddeld betere resultaten hadden behaald.

Maar volgens demissionair staatssecretaris Mariëlle Paul (VVD, Funderend Onderwijs) is het voorbarig om nu al vergaande conclusies te trekken over het functioneren van de doorstroomtoets. Ze wijst erop dat de toets dit jaar pas voor de tweede keer is afgenomen. Ook een rapport van het College voor Toetsen en Examens (CvTE) dat dinsdag uitkwam leidt niet tot de conclusie dat er iets ‘mis’ is met de toetsen en dat er direct moet worden ingegrepen.

Zes toetsaanbieders

De doorstroomtoets is een toets die leerlingen in groep 8 van de basisschool moeten maken om hun niveau voor het vervolgonderwijs te helpen bepalen. Zij hebben in groep 7 al een voorlopig schooladvies gekregen van hun leerkracht. Als de uitslag van de doorstroomtoets hoger uitvalt, is de school in principe verplicht het advies omhoog bij te stellen, tenzij de school kan uitleggen waarom dat niet in het belang van de leerling is.

Scholen kunnen kiezen uit toetsen van zes verschillende aanbieders, waarvan sommige zowel een papieren als een digitale variant aanbieden. Die keuzevrijheid was een uitdrukkelijke wens van de Tweede Kamer toen scholen in 2014-2015 verplicht werden om in groep 8 een toets af te nemen, als second opinion naast het schooladvies van de leerkracht. Aanvankelijk was dat de eindtoets, die in april/mei werd afgenomen, nu is dat de doorstroomtoets, die leerlingen in februari maken.

Onder scholen ontstond vorig jaar onrust toen bleek dat de resultaten van sommige doorstroomtoetsen tegenvielen vergeleken met de voorlopige schooladviezen die waren gegeven. De vraag rees of de toetsen onderling wel goed vergelijkbaar zijn. Hoewel het ministerie verklaarde dat de verschillen juist horen bij een stelsel met meerdere toetsen, en dat de toetsen goed vergelijkbaar zijn omdat in elke toets dezelfde set ‘ankervragen’ is opgenomen, duurde de onrust ook dit schooljaar voort.

Uit het dinsdag uitgekomen rapport van het CvTE, dat verantwoordelijk is voor de normering en de vergelijkbaarheid van de toetsen, blijkt dat dit jaar 462 scholen overstapten naar een andere toets, ruim 7 procent van alle scholen. De toetsen IEP en Leerling in Beeld werden populairder, terwijl AMN, DOE, Dia en Route 8 aandeel verloren. De PO-Raad en het CvTE zochten beide uit welke gevolgen de overstap naar een nieuwe toets had voor deze scholen.

Wisselen van toets

Uit de analyse van de PO-Raad bleek dat op de scholen die van toets wisselden het aandeel leerlingen dat het zogenoemde streefniveau (1F) haalde voor rekenen en taalvaardigheid met bijna 10 procentpunt was gestegen. De belangenorganisatie vatte dit op als een nieuwe aanwijzing dat de toetsen niet goed vergelijkbaar zijn en dat sommige toetsen beter zijn dan andere. Voorzitter Freddy Weima riep de politiek op te stoppen met „experimenteren” met kinderen en zo snel mogelijk over te stappen op één centrale toets.

Ook het College voor Toetsen en Examens ziet dat bij scholen die overstapten op een andere toets in veel gevallen de prestaties verbeterden. Vooral bij scholen die van Route 8 naar Leerling in Beeld zijn overgestapt, was een vooruitgang te zien. Maar het CvTE noemt daarvoor andere oorzaken dan de PO-Raad.

Volgens het CvTE kan het komen doordat de nieuwe toets(vorm) waarvoor scholen hebben gekozen beter past bij wat leerlingen op school gewend zijn. Bijvoorbeeld omdat ze nu een papieren toets maken in plaats van een digitale, of omdat de nieuwe toets lijkt op de toetsen die ze al regelmatig kregen op school. Daarnaast sluit het CvTE niet uit dat scholen die overstapten een vooruitgang in prestaties boekten doordat ze ook nog andere maatregelen namen om hun leerlingen beter voor te bereiden op de toets.

Verschillen blijven

Dat er verschillende resultaten uit de toetsen komen, is volgens het CvTE logisch. „Als je verschillende toetsen gebruikt om hetzelfde te meten, kan dat leiden tot verschillende resultaten. Helemaal als je die toetsen afneemt onder verschillende omstandigheden bij verschillende scholen met verschillend onderwijs, aan verschillende leerlingen. Je hebt dan een behoorlijk aantal factoren die elk, gezamenlijk en onderling, invloed kunnen hebben op prestaties en de mate waarin verschillen zich voordoen.”

Het CvTE stelt dat het vraagstuk over de verschillen in resultaten tussen de doorstroomtoetsen hierdoor zo ingewikkeld is, dat het dat niet volledig met onderzoek kan oplossen. „De verschillen horen bij het stelsel, die zullen er dus ook altijd blijven.”

Het is de vraag of de Tweede Kamer daarmee genoegen wil nemen. Die nam in december al een motie aan met het verzoek aan het kabinet te onderzoeken of het mogelijk is om weer terug te gaan naar één toets. De staatssecretaris heeft toegezegd dat ze dit zal onderzoeken, al heeft ze haar standpunt dat er niets mis is met de toetsen vooralsnog niet gewijzigd.

Source: NRC

Previous

Next