Welke aanbieder scholen kiezen voor de doorstroomtoets, kan van invloed zijn op de resultaten van groep 8-leerlingen. Dat stelt het verantwoordelijke College voor Toetsen en Examens (CvTE). Voor het eerst erkent het overheidsorgaan dat de toetskeuze van scholen ertoe doet.
De erkenning is opvallend, omdat het CvTE en staatssecretaris Mariëlle Paul van Onderwijs sinds de introductie van de doorstroomtoets, vorig jaar, stellig hebben volgehouden dat de uitkomsten van de acht verschillende toetsen waaruit scholen kunnen kiezen, goed vergelijkbaar zijn – ook al trokken schoolbestuurders en wetenschappers dat in twijfel. ‘Het is onwenselijk dat er wordt getwijfeld aan de betrouwbaarheid van de doorstroomtoets’, schreef de staatssecretaris toen aan de Kamer.
Nu zegt CvTE-voorzitter John van der Vegt: ‘Als je verschillende toetsen gebruikt om hetzelfde te meten, kan dat leiden tot verschillende resultaten.’ Dat staat in het persbericht bij het rapport waarin het toetscollege terugblikt op de tweede afname van de doorstroomtoets, eerder dit jaar. Scholen konden daarbij kiezen uit acht verschillende toetsen van zes aanbieders.
Het CvTE schreef vorig jaar in zijn jaarlijkse analyse dat het ‘van belang’ is dat de gelijke prestaties van leerlingen tot een ‘gelijk toetsadvies leiden, ongeacht de toetskeuze van een school’. Dit jaar stelt het CvTE voor het eerst dat de verschillen ‘horen bij een stelsel waarin verschillende doorstroomtoetsen naast elkaar bestaan’. De vraag is, aldus het college, hoe groot een ‘aanvaardbare bandbreedte’ is in verschillen tussen de toetsen.
Dat het CvTE van inzicht is veranderd, lijkt ingegeven door de resultaten van honderden scholen die dit jaar overstapten op een andere doorstroomtoets. Met name scholen die de Route 8-toets (de toets met vorig jaar de laagste scores) inruilden voor de papieren toets van Cito (de toets met de hoogste scores) haalden fors hogere resultaten. Haalde vorig jaar 42 procent van de leerlingen op deze scholen het zogenoemde ‘streefniveau’ op rekenen, lezen en spelling (ver onder het landelijke gemiddelde), steeg dat na overstap op de toets van Cito plotseling naar 61 procent (ruim boven het landelijke gemiddelde).
De bevindingen van het CvTE komen overeen met de uitkomsten van een analyse van de PO-Raad, de vereniging van bestuurders in het basisonderwijs. ‘De toets draagt op deze manier niet bij aan kansengelijkheid, maar doet juist het tegenovergestelde: bestaande verschillen tussen scholen en tussen leerlingen worden verder uitvergroot’, concludeerde PO-Raad-voorzitter Freddy Weima vorige week. ‘Het maakt niet alleen uit waar je wieg staat, maar ook welke toets je maakt.’
Het is volgens het CvTE niet duidelijk of de prestatieverbetering volledig het gevolg is van de toetswissel. Scholen die vorig jaar slecht presteerden kunnen ook andere maatregelen hebben genomen. Toch is het volgens de instantie en de staatssecretaris een ‘sterke indicatie’ dat verschillende resultaten ‘mede afhankelijk kunnen zijn’ van de kenmerken van de toetsen, erkent nu ook staatssecretaris Paul in een begeleidende brief aan de Tweede Kamer. Ze noemt de verschillen ‘onvermijdelijk’.
De doorstroomtoets, sinds vorig jaar de eindtoets in groep 8, bepaalt in grote mate het middelbare schoolniveau dat leerlingen mogen volgen. Ook de onderwijsinspectie baseert zich bij de beoordeling van basisscholen op de resultaten ervan. Tijdens de eerste editie vorig jaar bleek echter meteen dat er forse verschillen bestonden tussen de behaalde scores op diverse toetsen. Dat patroon was ook dit jaar zichtbaar.
Volgens het CvTE is nader onderzoek nodig naar de factoren die een rol kunnen spelen bij de verschillen in resultaten tussen de doorstroomtoetsen. Maar, erkent de instantie: ‘We kunnen het volledige vraagstuk met onderzoek echter niet volledig beantwoorden en oplossen.’ Daarvoor spelen volgens het CvTE te veel factoren een rol. Vorig jaar kondigde het CvTE al nader onderzoek naar de verschillen. Maar dat onderzoek is nog steeds niet van start gegaan, berichtte de Volkskrant onlangs.
Staatssecretaris Paul wijst er opnieuw op dat keuzevrijheid een uitgesproken wens was van de toenmalige Tweede Kamer. De huidige Tweede Kamer pleit al maanden in grote meerderheid voor een stelsel met één doorstroomtoets voor alle leerlingen. Paul bereidt momenteel verschillende scenario’s voor. ‘Daarbij is het belangrijk een balans te vinden tussen enerzijds de vergelijkbaarheid van de toetsresultaten, en anderzijds de aansluiting bij de behoefte van scholen en leerlingen om te kunnen kiezen voor de toets die het beste bij hen past.’
Eerder dit jaar onderzocht de Volkskrant de sterk uiteenlopende resultaten van de verschillende doorstroomtoetsen. De conclusie: het maakt wél uit welke doorstroomtoets een school kiest.
Luister hieronder naar onze podcast de Volkskrant Elke Dag. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant