De lezersbrieven! Met een steengoed plan, het ‘recht’ van de sterksten, een eigen huis, vrijmoedige types, drogredenen en de daklozenkrant.
De temperaturen in dorpen en steden gaan over de kook. Code geel verspringt naar rood. Het woord ‘hitteplan’ vliegt over de lippen en de adviezen tuimelen over krantenpagina’s – met voldoende water op één en schaduw op twee. Maar daar moet wel voldoende robuust groen voor zijn. Ik mis een nationaal offensief tegen de verstening.
In mijn groene wijk is het al jaren een trend: bij een woningoverdracht gooit de nieuwe eigenaar struiken, bomen en gazon in de container, waarna een ‘groenbedrijf’ de boel komt bestraten. Lekker makkelijk, onderhoudsarm. Maar de temperaturen schieten daardoor 10 tot 15 graden omhoog. De meer dan een miljoen airco’s doen daar nog een schepje bovenop.
Spreek een maximum te bestraten oppervlak en een ‘groenplicht’ af. Ten minste één boom in elke tuin zal de behoefte aan airco doen afnemen. Op naar dit nieuwe hitteplan!
Geert Tomassen, Doetinchem
In zijn brief noemt Thierry Castel de aandacht voor het internationaal recht ‘kneuterig’ en ‘naïef’ en spreekt van onze ‘hang naar regeltjes’ en een manier ‘om de werkelijkheid niet onder ogen te zien’. Het is precies omgekeerd. Juist in een complexe wereld, die om macht, grondstoffen en geopolitieke belangen draait, is het (internationaal) recht het enige normatieve kader om de wereld niet in volledige chaos te storten. Het voorkomt dat slechts ‘het recht’ van de sterkste geldt. Het internationaal humanitair recht is dé meetlat waarlangs conflicten en oorlogshandelingen uiteindelijk steeds moeten worden beoordeeld. Gelukkig gebeurt dat. Daar is niks ‘kneuterigs’ aan.
Wereldconflicten zijn inderdaad niet te vangen in juridische vragen, zoals Castel zegt. Het recht voorkomt conflicten en oorlogen niet en houdt dictators en meedogenlozen niet tegen. Maar het borgt wel dat de mensen die oorlogsmisdaden, misdaden tegen de menselijkheid plegen en zich schuldig maken aan genocide er niet mee wegkomen. Dat er letterlijk recht wordt gedaan en zij op enig moment ter verantwoording worden geroepen voor hun (mis)daden. Individuen bij het Internationaal Strafhof, staten bij het Internationaal Gerechtshof. Net als Milošević, Mladić, Duterte en anderen zullen Poetin en Netanyahu c.s. zich ooit moeten verantwoorden.
Laten we niet badinerend spreken over het internationaal rechtssysteem. Als het recht niet meer functioneert, functioneren samenlevingen ook niet meer. Dan zijn we helemaal overgeleverd aan de gewetenlozen.
Ruud Joppen, Nijmegen
Dit kabinet wil de gedupeerde, uithuisgeplaatste kinderen van de toeslagaffaire ‘betrekken’ bij enige vorm van steun (Ten eerste, 1/7). Wie echter verder leest, komt erachter dat het vooral niks mag kosten en dat gedacht wordt aan (opnieuw) een schaamteloos excuusbriefje, een steunpunt links of rechts, en meer van dat soort plakpleisters die ab-so-luut geen pas geven.
Nu de politici elkaar de komende maanden weer voortdurend de maat gaan nemen (toch, Dilan Yesilgöz?) in hun allang verloren strijd om de kiezersgunst, vraag ik me af wie er in Den Haag met een luid en duidelijk strijdplan voor deze jonge mensen komt. Suggestie: een goed appartement voor ze allemaal, vrij van hypotheek.
Michael Willems, Winschoten
In reactie op de column van Jolande Withuis over het verdwijnen van de eerste klas, stelt Marijke de Vries dat zij, kankerpatiënt, ook niet goed kan staan maar gewoon vraagt of iemand voor haar opstaat. Ook hebben haar zoons van 2 meter geen moeite met beenruimte in de tweede klas.
Ik vind dat je het lijden van een ander nooit moet pareren met de geweldigde manier waarop jij persoonlijk met je eigen lijden omgaat. Dat heeft iets vals, in beide betekenissen van het woord. De Vries is misschien een vrijmoedig type, niet iedereen is dat. Haar zoons zijn waarschijnlijk jong en lenig. Een vrouw met rugklachten, zoals Jolande Withuis zichzelf beschrijft, voelt zitten heel anders dan een stel jongeren. Mijn partner en ik zijn 75-plus. We zijn echt niet rijk, maar betalen graag voor de eerste klas. Voor ons is het een manier om nog te kunnen reizen.
Alma Post, Haarlem
Siri Beerends stelt terecht dat het probleem van verslavende technologie niet enkel op te lossen valt door strenger beleid te voeren op sociale media. Volgens de door Beerends aangehaalde Nicholas Carr zou er cultuurverandering moeten plaatsvinden, en wordt de nieuwe generatie geacht hierin het voortouw te nemen.
Het doet mij allemaal erg denken aan de veelgehoorde Amerikaanse
drogredenering ‘Guns don’t kill people, people kill people’. Daarmee wordt de verantwoordelijkheid wederom bij het individu gelegd en blijft het onderliggende systeem intact. Ik ben het met Beerends eens dat het compleet cancelen van sociale media niet de oplossing zal zijn voor de hedendaagse mentale problematiek, maar het is in ieder geval een eerste stap.
Joyce Zwaag-van Geelen, Nijmegen
Ik doe op zaterdagmiddag boodschappen bij een supermarkt in Purmerend. Het is druk. Door de draaideur gaat een constante stroom boodschappers met lege karretjes heen en volgeladen met karretjes terug. Bij die draaideur staat een man van een jaar of 50 met een rood hesje waarop staat ‘Ik ben hier aan het werk’. Hij verkoopt de daklozenkrant.
Mijn eerste impuls is om door te lopen. Maar bij nader inzien loop ik naar de man toe, hij heeft een QR-code en als ik die scan, kan ik een bijdrage storten. Ik koop een krantje, hij bedankt mij vriendelijk, ik ga boodschappen doen. Als ik even later weer passeer, realiseer ik me dat ik niemand anders een krantje heb zien kopen. Dat terwijl er honderden mensen zijn gepasseerd. Eigenlijk kan ik dat niet geloven, dus strijk ik neer bij een brasserie met uitzicht op de draaideur. Ik zit daar een kwartier en niemand koopt een krant. Nog erger: niemand maakt contact of groet de man.
Wat zijn wij een onbarmhartig volkje geworden. Een stroom van winkelende mensen, die deze man in zijn afgetrapte schoenen en rode hesje geen blik of euro waardig vindt. De man is voor mij een standbeeld geworden; een geduldige, zwijgzame aanklacht tegen ons gebrek aan interesse of goedgeefsheid. Ik ben er naar van. Rutger Bregman kan voor mij wel bij het oud papier.
Maar zulke gedachten helpen mij, de dakloze man en de winkelmensen ook niet. Daarom stuur ik dit stukje naar de krant met één verzoek: overwin alsjeblieft je ‘doorloopimpuls’ en besteed wat aandacht en een paar euro aan die mannen en vrouwen met die rode hesjes.
Frans Ottenhof, Kwadijk
Wilt u reageren op een brief of een artikel? Stuur dan een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Het belangrijkst is dat een brief helder en duidelijk is. Wie een origineel en nog niet eerder verwoord standpunt naar voren brengt, maakt grotere kans te worden gepubliceerd. Een brief die mooi en prikkelend is geschreven, heeft ook een streepje voor. Kritiek op de Volkskrant wordt vaak gepubliceerd, op-de-man-gespeelde kritiek op personen plaatsen we liever niet.
Iedere brief wordt gelezen door een team van ervaren opinieredacteuren en krijgt een kans. En wekelijks worden ongeveer vijftig brieven geselecteerd. Over de uitslag kan helaas niet worden gecorrespondeerd. Wij zijn er trots op dat onze lezers mooie en goede brieven schrijven, waarvan we elke dag een levendige rubriek kunnen samenstellen.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant