De Nederlandse ambassadeur in Noord-Macedonië ontving ons door te zeggen dat ze een toegankelijke ambassadeur was en ze maakte die woorden volledig waar, al kwam de wijn niet ter tafel. Het was wat vroeg, maar mijn ervaring is dat het op de Balkan nooit te vroeg is voor drank. Hoewel je moet oppassen met dergelijke clichés, voor je het weet ga je Amsterdam met stroopwafels verbinden, München met Weißwurst.
Ik was in Skopje om over de vertaling van een roman uit 2006 te praten, dat maakt mij niet uit. Ik praat met gemak over het verleden, zoals iemand zou doen voor wie het verleden niet echt voorbij is.
De uitgever was te bezig te promoveren op Doktor Faustus van Thomas Mann. Ze vertelde dat veel mensen uit Skopje regelmatig naar Thessaloniki rijden voor een kopje koffie en voor de Lidl, die nog niet in Skopje was gearriveerd. Ze hadden er twee uur oponthoud bij de grens voor over. De Lidl als symbool van tijdelijke en minder tijdelijke migratie.
Ik vloog naar Amsterdam. Op de hoek van de Clio- en de Beethovenstraat werd ik aangesproken door twee meisjes en een jongen. ‘Meneer’, vroeg het ene meisje, ‘wilt u een klein flesje Jägermeister en een klein flesje wodka voor ons kopen?’
Haar beugel was opzichtig. Toen ik 13 was smeerde ik mijn pukkels met wodka in omdat ik had gelezen dat alcohol de huid uitdroogt. Aangezien de resultaten tegenvielen begon ik de wodka maar te drinken.
‘Oké,’ zei ik.
Het meisje drukte me haar pinpas in de hand.
De verkoper van Gall & Gall wierp me een bedenkelijke blik toe. Hij zal vaker alcoholisten zien, maar misschien had hij van mij meer verwacht.
Ik liet me door de blik niet intimideren.
In elk leven is plaats voor een tweede of derde akte.
Desnoods in Skopje.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns