Rinus Israel was de eerste Nederlander die de Europa Cup I torste, als aanvoerder van Feyenoord in 1970. Een van de beste verdedigers in de geschiedenis van het Nederlandse voetbal overleed op 83-jarige leeftijd.
is voetbalverslaggever van de Volkskrant.
‘Ik ben geen bewonderaar van mezelf’, zei Rinus Israel, als het om zijn status als voetballer ging. Hij was bescheiden en nooit opschepperig over zijn geweldige loopbaan. Dat was ook niet nodig. Anderen bewonderden hem al voldoende. Dat was moeilijk genoeg om mee om te gaan.
De Amsterdammer maakte vooral furore bij Feyenoord, met als hoogtepunt de avond van 6 mei 1970, toen ‘Milaan een beetje van Feyenoord was’, zoals commentator Herman Kuiphof zich uitdrukte. Feyenoord won van Celtic in de finale van de Europa Cup I. Israel, volgens zijn paspoort en dus officieel zonder puntjes op de e, kopte de 1-1 in, gaf de strakke pass op Ove Kindvall voor de 2-1 en kreeg als aanvoerder de beker overhandigd. Nederland telde definitief mee als land van topvoetbal.
IJzeren Rinus, zoals zijn bijnaam luidde, was een van de beste centrale verdedigers in de geschiedenis van het Nederlandse voetbal. Bikkelhard ook, zeker in combinatie met Theo Laseroms, in het centrum achterin van Feyenoord, destijds de beste club van de wereld. Ernst Happel was trainer, Willem van Hanegem, Wim Jansen en Coen Moulijn waren andere dragers van elftal.
IJzeren Rinus en Theo de Tank hielden huis op de velden van eer, zeker als het echt nodig was. Maar in eerste instantie was Israel de man van de schitterende pass, vooral met rechts, maar ook met links kon hij behoorlijk uit de voeten. Hij was van het inzicht in het spel en de voor zijn positie functionele techniek.
Zelfs later, toen hij breekbaar was na operaties (knie, hernia), op het einde van zijn loopbaan, voetbalde hij nog tot zijn 40ste bij PEC Zwolle. Zijn knieën waren allang versleten. Met indrukwekkende bandages bewoog hij over het veld, profiterend van kwaliteit en inzicht.
Rinus Israel was een arbeider. Amsterdammer. Opgeleid als stratenmaker, zoon van een metselaar. Doorgebroken bij DWS en voor een recordbedrag van omgerekend ruim 200 duizend euro getransfereerd naar Feyenoord, naar de stad van de grote rivaal van Ajax. Ajax vond hij destijds een arrogante club.
Hij was soms cynisch, met humor van de straat, soms ten koste van anderen. Hij zou het moeilijk hebben in deze tijd van gevraagde zachtaardigheid op de werkvloer. ‘Ik heb de neiging om kritiek kwaadaardig over te brengen, op een agressieve manier’, zei hij eens.
De mooiste landstitel noemde hij die van 1971, toen Feyenoord rivaal Ajax achterhaalde in de Klassieker in het Olympisch Stadion, kort voor het einde van de competitie. Ajax speelde een paar dagen later de finale van de Europa Cup I tegen Panathinaikos en Israel wist precies hoe hij de tegenstander kon raken.
‘We hebben toen erg fysiek gespeeld’, zei hij droogjes. Hij schaamde zich later soms voor het af en toe gemene spel, in een tijd van voor de VAR, toen voetbal soms een kwestie was van wildwest, buiten het zicht van de camera en de scheidsrechter. ‘Theo zwiepte ze omver, als ze dan na die salto horizontaal kwamen aanvliegen, kregen ze van mij de definitieve.’
Als trainer was hij in zijn tweede loopbaan veel minder succesvol dan als voetballer. Als pensionado kwam hij graag in de fietsenzaak van vriend Pieter Dral in woonplaats Landsmeer. Gewoon, om lekker te praten of om te kaarten. Totdat ook die uitstapjes niet meer mogelijk waren, vanwege zijn alsmaar verslechterende gezondheid.
Hij was geliefd door Greetje, zijn echtgenote, die net zo nuchter was als hijzelf, wars van poespas rond het voetbal. Ze kwam kijken naar zijn wedstrijden, maar ze plaatste hem nooit op een voetstuk.
Israel, in het veld nietsontziend, was buiten de lijnen een zachtaardige familieman, gek op zijn dochter en kleinkinderen, naar wier sport hij graag ging kijken. Zijn kleindochter Rachel de Haze was tophandbalster. Zijn eigen prijzenkast bestaat onder meer uit vier landstitels, inclusief die van DWS, dat in het jaar na de promotie meteen het kampioenschap veroverde. Verder: de wereldbeker voor clubs, Europa Cup I en Uefa Cup met Feyenoord.
Hij reikte tot 47 interlands, inclusief drie invalbeurten op het legendarische WK van 1974, toen hij bovendien verslaggever Ben de Graaf behoedde voor nader onheil. Een aantal spelers, reserves vooral, gooide de in hun ogen te kritische De Graaf in het zwembad. Met een laatste zetje voorkwam Israel dat de journalist met zijn hoofd op de rand viel.
Zijn dood past in het tijdvak van de stervende generatie die het Nederlandse voetbal aan de top bracht. Minder dan de helft van de WK-selectie van 1974, tien van de 22 spelers, is nog in leven.
Israel zal ook worden herinnerd om zijn schitterende gevoel voor humor. Ondergetekende zat in 1998 bij de Afrika Cup opgesloten in een kleedkamer in Ouagadougou, Burkina Faso, vanwege het maken van foto’s op een militair complex waar een plaatselijk elftal even later een wedstrijd zou spelen tegen de nationale ploeg van Ghana, met Rinus Israel als bondscoach.
Vrijwel elke dag hadden we elkaar gezien in het complex waar Ghana logeerde. Alleen hij kon redding brengen. De smeekbede: ‘Mister Israel komt zo. Hij is een goede bekende.’ Toen de bus het complex opdraaide en een soldaat Israel naar de afgesloten kleedkamer leidde, zei de bondscoach, toen hij de verslaggever ontwaarde, in eerste instantie: ‘Nee, die ken ik niet. Nooit gezien.’
Rinus Israel meldde zich later bij het WK van 1974, waar het Nederlands elftal zich aan de wereld liet zien met totaalvoetbal. Zijn vader was net overleden. Arie Haan was inmiddels libero.
Jarenlang was Israel vaste gast in de radioshow van Leo Driessen bij Radio Noord-Holland, waarin hij met humor en nuchterheid de sport bekeek. In een quiz kreeg hij altijd een heel moeilijke vraag, waarna hij feilloos het antwoord voorlas van een papiertje.
Als trainer was hij veel minder succesvol dan als voetballer. Zo was hij trainer van zijn geliefde Feyenoord toen het publiek het veld bestormde na een nederlaag in de Kuip tegen Den Bosch. Toch behaalde hij kampioenschappen met Dinamo Boekarest, ADO Den Haag (eerste divisie) en El Wahda.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant