Niet iedereen beleeft warme dagen op dezelfde manier: waar de één geniet, voelt de ander zich uitgeput. Hoe komt het dat de een beter tegen hitte kan dan de ander?
schrijft voor de Volkskrant over praktische kwesties uit het dagelijks leven en (duurzaam) reizen.
Basisscholen hanteren een tropenrooster, sportevenementen worden afgelast en het Nationaal Hitteplan is van kracht. Tijdens een hittegolf lopen vooral ouderen, jonge kinderen en mensen met gezondheidsproblemen extra risico op oververhitting. Maar ook tussen gezonde volwassenen zijn er verschillen in hoe mensen warmte ervaren. Waar de één zich lamlendig voelt en zich opsluit met de airco aan, pakt de ander vrolijk de zonnebrand en zoekt het strand op.
Volgens Hein Daanen, hoogleraar thermofysiologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam, spelen allerlei factoren een rol in hoe mensen zich voelen tijdens zulke hete dagen. ‘Geslacht, lichaamsbouw, fitheid, gedrag en zelfs je persoonlijke beleving van warmte: ze hebben allemaal invloed.’
Genetisch verschillen mensen onderling verrassend weinig, zelfs tussen bevolkingsgroepen uit koude gebieden zoals de Inuit en mensen uit tropische streken. ‘We stammen allemaal af van de tropische mens’, zegt Daanen. ‘Dat verklaart ook waarom we ons makkelijker kunnen aanpassen aan warmte dan aan kou.’
De warmteregulatie van het lichaam begint met het verwijden van de bloedvaten in de huid. ‘Daardoor kan het lichaam overtollige warmte kwijt’, legt Daanen uit. ‘Pas als dat niet voldoende is, schakelen we over op zweten.’ Dat zweten is ons krachtigste koelmechanisme, maar het werkt alleen als het zweet daadwerkelijk verdampt. ‘Het is dus belangrijk om het zweet niet meteen weg te vegen’, zegt Daanen. ‘Juist de verdamping zorgt voor de verkoeling. Als het van je huid druipt of direct wordt weggehaald, heeft het zijn effect niet.’
Voldoende vocht in het lichaam is daarbij cruciaal. ‘Bij uitdroging daalt het bloedvolume, waardoor de huid minder goed doorbloed raakt. Bovendien stokt dan het zweten, waardoor je lichaamstemperatuur verder oploopt’, waarschuwt Daanen. ‘Goed en regelmatig drinken is daarom essentieel.’
Ouderen zijn extra kwetsbaar omdat hun fysiologische vermogen om warmte kwijt te raken vermindert. ‘De zweetklieren werken vaak minder goed, en ook de doorbloeding van de huid is minder efficiënt’, zegt Daanen. Kinderen en mensen met beperkingen lopen juist risico omdat ze afhankelijker zijn van hun omgeving. ‘Zij zijn minder goed in staat hun gedrag aan te passen. Denk aan op tijd drinken, de schaduw opzoeken of inspanning vermijden.’ En daarnaast zijn er nog kleine verschillen tussen mensen. Vrouwen beginnen gemiddeld later met zweten en produceren minder zweet dan mannen. Ook spiermassa speelt een rol: mensen met meer spieren produceren meer warmte, zelfs in rust. Mensen met overgewicht hebben bovendien relatief weinig huidoppervlak in verhouding tot hun lichaamsmassa, wat warmteafvoer bemoeilijkt.
Desondanks is gedrag volgens Daanen ons belangrijkste wapen tegen hitte. ‘Drink voldoende, vermijd zware inspanning en zoek verkoeling.’ Wie regelmatig wordt blootgesteld aan warmte, kan zich gelukkig enigszins aanpassen. ‘Na een dag of vijf gaat het lichaam efficiënter zweten en meer vocht vasthouden. Na twee weken is het acclimatisatieproces compleet.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant