Gareth Edwards regisseur
Deze week gaat ‘Jurassic World: Rebirth’ in première, de nieuwste spektakelfilm Gareth Edwards. De Britse regisseur begon als maker van de ‘visual effects’ en laat monsters en aliens zich als natuurgetrouwe dieren gedragen.
Regisseur Gareth Edwards' ervaring met visuele effecten is terug te zien op het scherm: zijn films zijn een lust voor het oog. Beeld Jasin Boland/Universal Pictures and Amblin Entertainment
Tijdens het kijken van Jurassic World: Rebirth verwacht je soms plots de voice-over van David Attenborough te horen. Sommige beelden lijken recht uit een natuurdocumentaire te komen. Van verschillende aquatische dinosauriërs die samenwerken om hun (menselijke) prooi op te drijven tot een slapende T. rex die zich omrolt en lekker uitrekt.
Toevallig is dat niet: de regisseur van alweer het zesde deel uit de Jurassic Park-franchise is de Brit Gareth Edwards, de man die in 2010 op de radar kwam van Hollywood met de verrassende lowbudget scifihorrorfilm Monsters, geïnspireerd op een tafereel waar hij een groep vissers op het strand zag ploeteren met het binnenhalen van hun net. Hij kreeg een idee: wat als daar een gigantisch zeemonster in zou zitten en de vissers dat juist heel normaal zouden vinden omdat zulke beesten ook onderdeel zijn geworden van de natuur? Het succes van Monsters was de springplank voor blockbusters als Godzilla (2014) en Star Wars-film Rogue One (2016). Hij werd een go-to-regisseur voor franchises die een nieuwe impuls nodig hebben. Wat maakt hem zo geliefd in Hollywood?
Edwards (1975) zag als klein jongetje Star Wars en wist vanaf dat moment dat hij filmmaker wilde worden. Hij studeerde film en video aan een kunstcollege in het Engelse Farnham en begon zijn carrière als maker van visuele effecten voor diverse populair wetenschappelijke en historische tv-documentaires. Op het jaarlijkse filmfestival Sci-Fi-London deed hij in 2008 mee aan de wedstrijd om in slechts 48 uur een film te maken. Hij won met zijn korte film Factory Farmed.
Edwards ervaring met visuele effecten is terug te zien op het scherm: zijn films zijn een lust voor het oog dankzij fraaie kleurenpaletten en een goed oog voor schaal – de monsters in Godzilla ogen echt enorm. Naast zijn visuele kracht heeft hij ook het talent zijn monsters en aliens zich als natuurgetrouwe dieren te laten gedragen, waardoor ze opeens verrassend overtuigend worden.
Edwards liet zich voor 'Godzilla' inspireren door het gedrag van beren en wolven. Beeld Warner Bros/courtesy Everett
Voor slechts 500.000 dollar maakte Edwards zijn debuut Monsters, waarin een besmette NASA-sonde in Mexico crasht, dat hierdoor een ground zero wordt voor gigantische octopusachtigen op poten die zich hier willen vestigen. Gelukkig voor de mensheid komen deze buitenaardse wezens niet om ons te onderwerpen, maar zoeken ze een plek om te grazen. Door de ogen van twee protagonisten maak je een tocht door een verrijzend ecosysteem met als kers op de taart een lichtshow van een paringsbalts tussen twee aliens.
Zijn remake van Godzilla (2014) is in wezen een herhaling van zetten. Aan de menselijke kant krijgen we een vlak familiedrama tussen een van elkaar vervreemde vader en zoon, maar de échte hoofdrol is weggelegd voor ontwakende monsters (MUTO’s) die ten koste van de mensheid hun voortplantingscyclus weer willen starten. Het is aan apex roofdier Godzilla om met zijn klauwen en nucleaire adem deze destructieve beesten in toom te houden. Edwards liet zich hiervoor inspireren door het gedrag van beren en wolven om zijn creaties geloofwaardig te laten jagen en vechten.
Ook in Jurassic World: Rebirth weet Edwards de monsters tot dieren te verheffen. Ze jagen als dieren die honger hebben, niet omdat ze prehistorische psychopaten zijn. Maakt dat eigenlijk uit, deze dosis realisme in films die verder bombastisch vermaak bieden? Het helpt met de suspension of disbelieve, het ongeschreven pact tussen publiek en media waarbij je als kijker je eigen logica opzij zet voor de regels van de film. Hoe beter die uitgewerkt zijn, des te makkelijker blijft het verhaal op de rails.
Gareth Edwards op de set van 'Jurassic World: Rebirth'. Beeld Jasin Boland/Universal Pictures and Amblin Entertainment
Jammer genoeg is Edwards minder goed met menselijke personages: die dwalen vaak als verwonderde omstanders door zijn films en hebben moeite normaal met elkaar te praten.
Als Star Wars-fan leek voor Edwards een droom uit te komen toen hij Rogue One (2016) mocht maken, de eerste Star Wars die geen onderdeel uitmaakte van een trilogie. Het werd een tumultueuze productie die vooral Edwards tekortkomingen als verhalenverteller blootlegde. De Amerikaanse regisseur Tony Gilroy moest uiteindelijk ingevlogen worden om het project te redden.
Gilroy herschreef het script, regisseerde nieuwe scènes en hermonteerde de film volledig. Tegen The Hollywood Reporter kon Gilroy hierover zeggen dat ze „vreselijk diep in de problemen zaten” toen hij het roer overnam en het vanaf daar „alleen maar beter kon worden”.
Net als Star Wars-bedenker George Lucas is Edwards vooral een ideeënman, iemand die visuele concepten aandraagt maar moeite heeft met structuur, personages en dialoog. Zelf gaf hij toe aan het British Film Institute dat „een filmscript schrijven het ergste soort huiswerk is". Zonder stevige scenaristische tegenmacht verdrinkt Edwards snel in zijn eigen ideeën en raken zijn archetypische personages op drift.
Hoe het kan mislopen als hij carte blanche krijgt, is te zien bij The Creator (2023), een originele sciencefictionfilm waarbij de Brit wél volledige controle had. De film ziet er wederom prachtig uit, maar de al absurde plot van kunstmatige intelligentie die een soort kind-Messias baart en tegelijk iets wil zeggen over kolonialisme loopt stuk op warrige montage, vlakke personages en tenenkrommende dialogen. De film was een commerciële flop.
Edwards zag als klein jongetje Star Wars en wist vanaf dat moment dat hij filmmaker wilde worden. In 2016 regisseerde hij de Star Wars film 'Rogue One'. Beeld Sunset Box
Edwards maakt geen perfecte films. Hij is geen filmauteur of onwrikbare Hollywood-visionair, zoals James Cameron. Toch blijft Hollywood hem bellen om de megafilms in de grootste franchises te regisseren. Waarom?
Edwards bewandelt met zijn oeuvre een nauw pad van de ‘slimme’ blockbuster, films die overdonderen met spektakel zonder de intelligentie van de kijker te beledigen. Dat komt niet altijd even goed uit de verf maar het wekt wel sympathie en het geeft kijkers iets anders dan ze van vastgeroeste franchises gewend zijn. Er is ook een markt voor. Op The Creator na, maakten alle films van Edwards winst. Vooral als ze verbonden waren aan bestaande franchises. Monsters was een verrassende hit, Godzilla een groot succes en Rogue One bracht meer dan een miljard dollar op.
Edwards heeft een soort visie die Hollywood waardeert. Hij is geen verheven auteur die zijn producenten en cast het leven zuur maakt. Eerder een nerd die nu eindelijk de speeltjes krijgt waarvan hij altijd al droomde. Hij is zowel niet bedreigend voor de essentie (en winstgevendheid) van de franchise als innovatief: hij brengt een kinderlijke fascinatie terug die misschien verloren is gegaan in talloze vervolgen. Daarom is hij een goede gok voor studio’s, waarvoor het toch ook een kwestie van prioriteiten stellen is: een productie van 200 miljoen dollar moet zich in eerste instantie zelf terugverdienen.
Jurassic World: Rebirth. Regie: Gareth Edwards. Met: Scarlett Johansson, Mahershala Ali, Jonathan Bailey. Lengte: 134 minuten.
Na de laatste Jurassic World-film, Dominion uit 2022, smachtten kijkers naar een nieuwe meteoor. Dertig jaar eerder was Steven Spielbergs Jurassic Park hét voorbeeld van de intelligente blockbuster. Eén verhaal dat op drie manieren werkte. Als dinospektakel, familiedrama, en als icareske gedachte-oefening: mag de mens voor God spelen? Leidt wetenschappelijke hybris tot de vernietiging van de mens?
Na zes films was hier in 2022 niks meer van over. Dominion werkte niet eens op het niveau van spektakel. Alles wat restte, was een waas aan animatiedinosauriërs, nostalgie en sluikreclame. De filmserie had massa-extinctie nodig: een schone lei.
Dat is de bedoeling van Jurassic World: Rebirth. Met een nieuwe cast, toon en setting moet de filmserie terugkeren naar spielbergiaanse hoogte. Maar de film roept juist de vraag op: is een serie als Jurassic nog wel te redden?
Rebirth begint decennia nadat dinosauriërs teruggekeerd zijn op aarde. Inmiddels is de wereld aan ze gewend. Langnekken leggen het verkeer in New York plat: taxichauffeurs rollen met de ogen. Paleontoloog Dr. Henry Loomis zit zelfs zonder werk. ‘Ze sterven vanzelf wel uit’, is de heersende gedachte. Maar ondertussen houden grote dino’s flink huis rond de evenaar. Ziet u de parallellen met klimaatverandering al?
Alleen de schimmige farmaceut Martin Krebs is nog in dino’s geïnteresseerd. Hij heeft hét recept voor een revolutionair hartmedicijn, maar mist een geheim ingrediënt: de genen van grote dino’s. Waarom? Omdat dinosauriërs heel grote harten hebben. En dus moet een team geleid door huursoldaat Zora Bennett (Scarlett Johansson) naar het verboden eiland Ile Saint-Hubert om de genen van één luchtdino, één waterdino en één landdino te verzamelen. Daar hangt echter de dreiging van een gruwelijk gemuteerde dino, de Alien-achtige Distortus Rex, of D. rex.
Kortom: wie gehecht was aan de geloofwaardige wetenschap van Jurassic Park, kan Jurassic World: Rebirth overslaan. Dit is simpelweg een domme plot, waarin personages haastig de meest absurde theorieën mompelen, alleen maar om Scarlett Johansson zo snel mogelijk op dat eiland te krijgen.
Daar spelen zich de hoogtepunten van de Jurassic-serie af. Er zijn grappige reactieshots als personages geritsel horen in de bosjes. Er is wat klassieke Spielberg-verwondering: Dr. Loomis huilt als hij een Brachiosaurus aanraakt.
Personages worden vermakelijk verliefd en vuren enkele goede oneliners af over evolutionaire biologie: Loomis zegt dat de waarde van intelligentie gering is voor het voortbestaan van een soort – dino’s waren er meer dan honderd miljoen jaar, dat gaat de mens niet halen.
Wat je in Jurassic World: Rebirth ziet, is pure uitputting. Na zeven delen verwijst de film alleen nog naar zichzelf. In plaats van verwondering, voel je vlakke herkenning. Het resultaat is bijna postmodern: een collectie van inside jokes, herkauwingen en een ongelofelijke hoeveelheid reclame voor Snickers.
Het is zonde. Want er was potentie. Vooral in de toon en stijl. De dino’s hebben er sinds de jaren negentig niet zó goed uitgezien. Maar als de verplichte T. rex het gezelschap achtervolgt, betrap je je er toch op dat je wegdroomt.
Misschien zijn we blasé geworden. Met AI kun je binnen seconden dino’s creëren. En in Hollywood-films hebben we inmiddels alles al wel gezien.
Misschien is dat ironisch genoeg de meest treffende metafoor uit Jurassic World: Rebirth: 32 jaar geleden bracht Jurassic Park de dino’s terug op aarde, nu zijn we er simpelweg aan gewend.
De beste filmstukken interviews en recensies van de nieuwste films
Source: NRC