In Hadestown wordt het oude verhaal van de fatale liefde tussen Orpheus en Eurydice opnieuw verteld, maar dan in een jazzcafé. Claudia de Breij verrast, Jeangu Macrooy ontroert. Joy Wielkens zorgt voor een muzikaal wonder.
schrijft voor de Volkskrant over toneel en musical.
Het is even wennen: Claudia de Breij die in het Engels als een volleerd Master of Ceremonies de musical Hadestown opent in het Amsterdamse theater Carré. Getooid met een opvallend woeste pruik en zonder een zweem van een Nederlands accent zet De Breij als verteller Hermes de show meteen naar haar hand en introduceert zij de spelers. Verrassend zelfverzekerd en soepel voor een artiest die voornamelijk als zichzelf op het podium staat.
Hadestown dus, een meesterwerk van de Amerikaanse singer-songwriter Anaïs Mitchell, dat zij samen ontwikkelde met regisseur Rachel Chavkin. Zondag vond de Nederlandse première plaats, met een grotendeels Nederlandse cast. Het leverde een voorstelling op die in alles internationale allure uitstraalt.
In Hadestown wordt het aloude verhaal van de fatale liefde tussen Orpheus en Eurydice opnieuw verteld, maar dan in een hoogst originele setting. Gesitueerd in een jazzcafé annex folkclub duiken artiesten van nu de Griekse mythologie in, met als resultaat eigentijds muziektheater over prille en vergane liefdes, over leven en dood (en het schemergebied daartussen), en over het bouwen van muren om alles wat als bedreigend wordt beschouwd buiten te houden.
Het verhaal spitst zich toe op de lotgevallen van Orpheus (Jeangu Macrooy) en Eurydice (Sara Afiba), maar ook op Hades (Edwin Jonker), de koning van de onderwereld, en zijn vrouw Persephone (Joy Wielkens). Terwijl de liefde van de jeugd puur is en oprecht, is Hades zo bezeten van de macht dat Persephone onthecht raakt en haar heil zoekt in drank. Als de werelden van de goden en de mensen samenkomen, manipuleert Hades Eurydice zijn onderwereld in. Ze wordt ingelijfd bij de arbeiders, die alles kapotmaken wat in de aarde van waarde is.
Tegenover Hades’ machtswellust stelt Orpheus de kracht van de poëzie en zingt een lied, dat zo mooi en puur is dat Hades hem tenslotte toestaat Eurydice weer mee te nemen. Onder één voorwaarde: op hun tocht van het dodenrijk naar dat van de levenden mag hij niet één keer omkijken. De afloop is bekend: de twijfel slaat toe, Orpheus kan zich niet bedwingen en kijkt om; Eurydice verdwijnt voor eeuwig in het donker.
Gospel, blues, spirituals, jazz en folk, worksongs – het zit er allemaal in, swingend, maar ook weemoedig en smartelijk soms, met fraaie solo’s en duetten, en opzwepende groepsnummers. De grote kracht van deze productie is de hechte samenwerking tussen de solisten, het ensemble en de muzikanten. Een draaischijf waarin de personages naar de onderwereld kunnen afdalen en een bonte verzameling cafémeubels, meer is er niet nodig om van Hadestown een indrukwekkende musical te maken.
Muzikaal is deze productie een aaneenschakeling van hoogtepunten. Na het spetterende begin volgen onder meer het lieflijke Any Way the Wind Blows en All I’ve Ever Known, een hartstochtelijk liefdesduet van Orpheus en Eurydice. Met de komst van Hades en Persephone in de bovenwereld neemt ook de dreiging toe – mooi verwoord in Hey Little Songbird. IJzingwekkend is de bijna performance-achtige wijze waarop Edwin Jonker als Hades Why We Build the Wall zingt. Hierin verwerkt Anaïs Mitchell in duistere poëzie de angst voor het vreemde, en Jonker vat daarmee de retoriek van alle demagogen en populisten van de wereld samen.
Na de pauze zorgt Joy Wielkens als een licht beschonken Persephone in Our Lady of the Underground voor een muzikaal wonder: alle ergernis, geilheid en wanhoop schreeuwt ze uit haar lijf, met een meedogenloos harde, maar loepzuivere stem. Diep ontroerend is daarna de scène waarin Jeangu Macrooy als Orpheus Epic III zingt en daarmee de kapotte liefde van de uitgebluste ouderen probeert te helen.
Macrooy is met zijn hemelste stem – hij zingt vaak in falset, zoals de rol vereist – een ontwapenend naïeve en oprechte Orpheus, ernstig bijna, alsof hij steeds een drempel over moet. De combinatie met de onstuimige Sara Afiba als Eurydice is ideaal. Afiba is net afgestudeerd aan de Amsterdamse Theaterschool en dé ontdekking van deze productie. Geweldige stem, en ook nog eens goed acterend.
‘It’s a sad song, but we sing it anyway’, zingt Claudia de Breij aan het eind, en aangedaan als zij is, ben ik dat ook. Opnieuw en opnieuw zal dit lied gezongen worden, en telkens weer zal de liefde opflakkeren, en weer doven. En telkens weer zullen muren worden opgetrokken en afgebroken, totdat we uiteindelijk zullen ronddolen in een schimmenrijk, en vergeten worden.
Dit is de laatste recensie van Hein Janssen voor de Volkskrant. Zijn eerste recensie verscheen op 4 januari 1988. Janssen zal op incidentele basis blijven schrijven over theater, film en cultuur in brede zin.
Hadestown in Carré is onderdeel van Broadway aan de Amstel, een programma waarin het theater de afgelopen jaren een aantal succesvolle buitenlandse producties naar Amsterdam haalde. Dat waren onder meer Pippin, Sunset Boulevard en The Book of Mormon. Het bijzondere aan Hadestown is dat de producenten van Carré in dit geval zelf mede de casting bepaalden. Zo wordt de rol van verteller Hermes afwisselend gespeeld door Claudia de Breij en Maarten Heijmans. Afgelopen zaterdag speelde Heijmans in de laatste try-out en het bleek dat hij een heel andere invulling aan de rol geeft dan Claudia de Breij: meer de entertainer, met ironie en vileine trekjes – een showman.
Musical
★★★★★
Door Theater Carré Producties/Broadway aan de Amstel; tekst en muziek Anaïs Mitchell, regie Rachel Chavkin.
29/6 Theater Carré Amsterdam; daar t/m 24/8.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant