Home

Birgit Donker moest het Nederlands Fotomuseum van ‘de ondergang redden’. Nu staat ze op non-actief

Net nu het Nederlands Fotomuseum gaat verhuizen, is er een onderzoek ingesteld naar directeur Birgit Donker. Is er sprake van misstanden, zoals (oud-)medewerkers beweren? Donker wijst elke beschuldiging van de hand en zegt juist veel steun te genieten.

is kunstredacteur van de Volkskrant. Hij schrijft over fotografie en de zakelijke kant van de kunstwereld.

Op donderdag 19 juni roept de Amsterdamse advocaat Wanda van Kerkvoorden het managementteam van het Nederlands Fotomuseum bijeen. Zij is de voorzitter van de raad van toezicht van de instelling in Rotterdam en doet een verrassende mededeling.

De directeur van het museum, Birgit Donker, is door het toezichtsorgaan tijdelijk op non-actief gesteld vanwege een de dag ervoor ontvangen melding van een medewerker. Die is dusdanig serieus dat een onderzoek wordt ingesteld.

Het nieuws komt op een uiterst ongelukkig moment: over drie maanden hoopt het Nederlands Fotomuseum zijn nieuwe onderkomen te openen. Het museum, waar Amsterdam en Rotterdam ooit om vochten, wordt beschouwd als de schatkamer van de nationale fotografie. In het depot liggen de archieven van 175 Nederlandse fotografen opgeslagen, ruim 6,5 miljoen objecten, qua aantal de op een na grootste museale verzameling in ons land. Die verhuizen naar het voormalige pakhuis Santos, het nieuwe museumgebouw in de Rotterdamse wijk Katendrecht.

Diezelfde middag spreekt Van Kerkvoorden alle werknemers van het museum toe op een al geplande borrel.

De mededeling komt onverwacht, maar toch ook weer niet. In de fotografiewereld gaan met betrekking tot Donker al langer negatieve verhalen rond. Over burn-outs en een hoog personeelsverloop. Over ontslagen op onheuse gronden. Over tegenvallende bezoekersaantallen.

Tegelijkertijd heeft ze veel bereikt: een flinke uitbreiding van de expositieruimte, meer dan een verdubbeling van de rijkssubsidie, een bijna navenante groei van de personeelsomvang en ook nog eens de verhuizing naar een markant pand, waardoor het huidige onderkomen in een bedrijfsverzamelgebouw, dat schreeuwend duur is, vaarwel kan worden gezegd.

Wat is er aan de hand met het nationale fototehuis? En wat is hierin de rol van Donkers beslissingen en manier van leidinggeven?

De Volkskrant sprak met zestien mensen die bij het museum zijn betrokken (van wie er elf in dit artikel worden geciteerd). Bijna al deze bronnen wilden anoniem blijven, omdat ze negatieve gevolgen vrezen voor hun loopbaan. Hun verhalen worden bevestigd door schriftelijke stukken en door andere personen die dicht bij het museum staan.

Uit alle informatie blijkt dat Donker hard heeft ingegrepen bij de organisatie, wat volgens haar nodig was vanwege een beroerde financiële situatie. Ze stuurde twee mensen de laan uit. Haar bejegening van het personeel wordt door een overgrote meerderheid van de bronnen als negatief beoordeeld. Die had volgens hen een hoog personeelsverloop en verlies aan expertise tot gevolg, plus klachten die tot op de dag van vandaag voortduren. Er worden ook vraagtekens gezet bij haar nieuwe tentoonstellingsbeleid vanwege een haperend bezoekersaantal.

Is Donker een getalenteerde directeur die het museum financieel weer op de rit kreeg? Of leidt het museum door haar ‘schrikbewind’ aan leegloop en creatieve armoede?

In zwaar weer

Vanaf de opening in 2003 krijgt het Nederlands Fotomuseum van twee overheden subsidie: het Rijk en de gemeente Rotterdam. Toch verkeert het geregeld in zwaar weer. In 2010 legt het eerste kabinet-Rutte forse bezuinigingen op aan de cultuursector. Daardoor moet het museum de personeelsomvang met een derde inkrimpen. In 2017 verlaagt ook de gemeente Rotterdam de subsidie, waardoor er weer moet worden bezuinigd. Het museum krijgt financiële problemen en slaagt er niet altijd in rekeningen op tijd te betalen.

Dankzij noodbijstand en een subsidievoorschot ‘is de liquiditeitspositie van het museum gestabiliseerd’, meldt de jaarrekening over 2017, de laatste die directeur Ruud Visschedijk ondertekent. Hij leidde het museum sinds de opening, maar stapt in 2018 over naar een andere baan.

Als de raad van toezicht Donker kiest als opvolger, leidt dat tot enige verbazing. De oud-hoofdredacteur van NRC heeft nooit bij een museum gewerkt en is geen groot kenner van de fotografie. Wel heeft ze zes jaar het Mondriaan Fonds geleid, dat een flink stuk verdeelt van de rijkssubsidie voor beeldende kunst en erfgoed.

Dankzij die functie heeft ze veel kennis opgedaan over financiële overheidssteun en contacten opgebouwd bij het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW), de belangrijkste subsidieverlener van het Nederlands Fotomuseum. In een persbericht prijst Hugo Bongers, de toenmalige voorzitter van de raad, onder meer Donkers ‘netwerken in de wereld van cultuur en erfgoed’.

Weliswaar beschikt het museum dankzij de noodsteun weer over geld, maar in de jaarrekening schuilt een potentieel faillissement. Daarin wordt voor 2,2 miljoen euro aan bezittingen opgevoerd. Een kwart daarvan bestaat uit foto’s die het museum heeft aangekocht. Die zijn na de zware bezuinigingen van het kabinet-Rutte I op de balans gezet om de cijfers er beter uit te laten zien.

Het is in de museumsector echter ongebruikelijk om collectiestukken als bezit op te voeren, onder meer omdat die zijn verworven voor de eeuwigheid. Bovendien is de verzameling van het Nederlands Fotomuseum in 2015 aangemerkt als van ‘nationaal belang’. Daardoor mag die nooit meer worden vervreemd.

De foto-aankopen moeten van de balans af. Dan wordt echter in één klap duidelijk dat de schulden van het museum hoger zijn dan de bezittingen.

Na het aantreden van Donker in november 2018 wordt de bijna 550 duizend euro aan foto-aankopen weggestreept in de boeken. Opeens is er een groot financieel gat. Het eigen vermogen van het museum duikt met ruim 170 duizend euro de min in, aldus de daarna uitgebrachte jaarrekening. Donker waarschuwt daarin dat het museum zijn taken binnenkort niet meer kan vervullen: ‘Ook zonder onverwachte tegenvallers is de huidige constellatie voor de toekomst niet houdbaar.’

Noodtoestand

Op 25 mei 2019, twee maanden na het alarmsignaal van Donker, opent in het Nederlands Fotomuseum de tentoonstelling Lust for Life. Het is het eerste overzicht van het werk in kleur van Ed van der Elsken. De foto’s van de in 1990 overleden fotograaf zijn geliefd bij het publiek – twee jaar eerder bleek een grote tentoonstelling in het Stedelijk Museum Amsterdam een bezoekersmagneet te zijn. Daarom wordt er veel verwacht van de nieuwe expositie, die een jarenlange voorbereiding heeft gehad vanwege de restauratie van tienduizenden van zijn dia’s.

Twee dagen na de feestelijke opening roept Donker de noodtoestand uit in het museum wegens een ‘zeer ernstige financiële situatie’. Het managementteam, bestaande uit de directeur en drie afdelingshoofden, wordt per direct opgeschort. Daarvoor in de plaats komt een kleiner ‘crisisteam’ onder leiding van Donker.

De werknemers worden daarna niet meer op de hoogte gehouden van het reilen en zeilen van het museum, stellen bronnen. ‘Het personeel werd nergens meer bij betrokken’, zegt een van hen. Een tweede: ‘Opeens kon het crisisteam alles beslissen. Je hebt geen tegenspraak meer. Het is raar om in tijden van crisis het managementteam te ontmantelen, waarin je juist andere meningen en visies kunt horen.’

Op 6 oktober 2019 is Lust for Life, dat drommen bezoekers heeft getrokken, voor het laatst te zien. Vier dagen later informeert Donker twee vaste medewerkers dat ze moeten vertrekken bij het museum. De ene is als hoofd presentaties verantwoordelijk voor het coördineren van alle tentoonstellingen. De tweede is de officemanager.

Als de twee na die tijding verbouwereerd naar hun kantoor lopen, komt de directeur hen volgens ooggetuigen achterna met de mededeling dat ze onmiddellijk het pand moeten verlaten (Donker stelt desgevraagd dat ze al enige tijd in hun kantoor zaten en dat ze hun heeft gezegd naar huis te gaan). De rest van het personeel is onthutst door het optreden van hun directeur.

‘Er was totaal geen begrip voor de impact die dit heeft op die twee mensen en op de rest van het personeel’, stelt een bron. Iemand anders: ‘Het personeel was helemaal ontdaan. Dit was zo bruut.’

Volgens meerdere geïnterviewden werden werknemers daarna bang om ook hun baan te verliezen. ‘Er was een heel hecht team’, zegt de eerste bron. ‘De ontslagen creëerden een sfeer van angst.’

Een stuk zonniger

Opvallend is dat de twee de laan worden uitgestuurd op een tijdstip dat de financiële situatie al flink is verbeterd.

In juni 2019, vier maanden eerder, had cultuurminister Ingrid van Engelshoven bekendgemaakt dat het Nederlands Fotomuseum per 2021 een subsidieverhoging van jaarlijks 1,5 miljoen euro tegemoet kan zien, ruim een verdubbeling van de rijksbijdrage tot dan toe.

Het extra geld is vooral bestemd voor het aannemen van personeel om de omvangrijke collectie verder te registreren en digitaliseren. Het museum kampt met een enorme achterstand op dat terrein. Een lobby van Donker had vruchten afgeworpen. Op de verhoging moest nog twee jaar worden gewacht, maar de toekomst zag er opeens een stuk zonniger uit.

En met Lust for Life werd een record gebroken; Van der Elskens kleurenfoto’s trokken 67 duizend bezoekers, nog steeds het hoogste aantal ooit voor een tijdelijke tentoonstelling in het Nederlands Fotomuseum.

Als de boeken eind dat jaar worden gesloten, blijken de baten 520 duizend euro hoger te zijn dan de lasten – de bezuiniging van de twee dienstbeëindigingen nog niet eens meegerekend. Met dat overschot wordt het negatieve eigen vermogen tot nul teruggebracht. De rest wordt in een bestemmingsreserve gestopt. Donker spreekt in het jaarverslag over 2019 van een ‘uitzonderlijk goed jaar’.

In datzelfde document valt nog een aanwijzing te vinden dat de financiën niet meer knellen zoals voorheen. In de maanden november en december, vlak nadat de twee weg moesten, zijn er juist weer zeven mensen in vaste dienst gekomen.

Waarom dan toch die twee dienstbeëindigingen? Onder personeelsleden ontstaat de verdenking dat het hoofd presentaties moest vertrekken omdat Donker haar kennis, netwerk en mondigheid (ze durfde weerwoord te geven) als een bedreiging zag. De officemanager zou ook tegenspraak hebben gegeven.

De twee willen geen commentaar geven. Na onderhandelingen met de museumdirectie sloten zij een overeenkomst over de beëindiging van hun dienstverband. Daarin staat dat de partijen niet naar buiten mogen treden over de reden van hun vertrek – een standaardclausule. In een brief van de personeelsvertegenwoordiging (in bezit van de Volkskrant), kort na de personeelsingreep, staat dat die op de hoogte is gesteld van ‘een nieuwe organisatiestructuur’, waarbij de twee ‘boventallig’ zijn verklaard.

Geen financiële reden

In een schriftelijke reactie stelt Donker dat ze geen financiële reden heeft aangevoerd voor de beëindiging van hun dienstverband. Wat dan wel de reden is geweest, blijft onduidelijk.

Begin dit jaar, bijna vijf maanden voor de schorsing, zegt Donker in een gesprek waarin zij aantijgingen weerspreekt, dat het museum wel degelijk op de rand van de afgrond balanceerde. ‘Ik trof een museum in financiële nood.’ Het adviesbureau Berenschot, dat ze om hulp had gevraagd, was volgens haar geschrokken van de financiële situatie.

‘Berenschot zei: je hoeft ons niet te betalen voor dit advies, want jullie kunnen niks betalen. Je moet nu eerst die financiën op orde krijgen en een lobby beginnen in Den Haag en daarna bij de gemeente en je andere stakeholders, want anders is er straks geen museum meer.’

Dit was volgens haar niet het enige probleem. ‘Er was ook een cultuur van vrijblijvendheid. Het was een organisatie waarin niet op doelen werd gestuurd.’ Als dat wordt aangepakt, ‘zijn er ook mensen die niet mee willen of kunnen’, stelt ze. ‘Dat is helemaal niet ongewoon.’

Donker stelt dat het personeelsverloop in haar museum lager ligt dan het gemiddelde in de cultuursector (maar voert als bewijs daarvan cijfers aan waarin ook de sectoren ‘Sport’ en ‘Recreatie’ zijn opgenomen). Ze benadrukt veelvuldig dat het museum zich dankzij een ‘loyaal team’ door twee crisissen wist te slaan: de penibele financiële situatie en de daaropvolgende coronapandemie.

Een goede werksfeer is ‘hier top of mind’, stelt ze. Ze somt door haar ingevoerde vernieuwingen op, zoals een externe vertrouwenspersoon en een klokkenluidersregeling. ‘Er zijn veel manieren waarop mensen kunnen zeggen wat ze vinden, ook anoniem indien gewild.’

‘Treurige ontwikkelingen en negativiteit’

Over de werksfeer wordt in april 2024 opeens een boekje opengedaan. ‘Wat is er in godsnaam aan de hand met het Nederlands Fotomuseum?’, staat er in een lange post op Facebook te lezen.

‘De hoeveelheid elkaar opvolgende treurige ontwikkelingen en negativiteit gaan al enkele jaren gelijk op met het vertrek/verlies van zeer bekwame mensen en fotografische kennis en expertise. In de laatste jaren alleen al zijn tientallen mensen vertrokken, ziek thuis komen te zitten of ontslagen. Van heel veel kanten (fotografen, curatoren, binnen- en buitenlandse experts, journalisten, noem maar op) bereiken mij zeer verontrustende berichten.’

De naam van Birgit Donker wordt niet genoemd, maar de kritiek is duidelijk op haar gericht. De aanklacht is opmerkelijk, omdat die niet anoniem is. De opsteller is zelfs een goede bekende van de directeur: de Rotterdamse fotograaf Frank van der Salm, die in 2021 een grote expositie had in het Nederlands Fotomuseum.

Van der Salms zorgen worden bevestigd door bronnen die de Volkskrant sprak. Veertien van de zestien zijn ronduit negatief over Donkers wijze van opereren. Zij gebruiken termen als ‘giftige werkomgeving’, ‘angstcultuur’, ‘onveilige werksfeer’ en ‘toxisch management’. Hun klachten gaan over een verstikkende controlezucht, het bestraffen van kritiek en het niet thuisgeven bij problemen.

‘Het gebeurde heel stilletjes op de achtergrond’, zegt Fred Wetters, een voormalige vrijwilliger in het museum. ‘Er kwam een eilandjescultuur waarin niemand meer een beslissing durfde te nemen.’

Wetters is een gepensioneerde artdirector uit de reclamewereld en docent die tijdens zijn vrijwilligerschap uit eigen beweging Donker geregeld van advies voorzag. In februari 2024 mailde hij een vertrouwelijke brief aan haar (in het bezit van de Volkskrant), waarin hij stelde dat er in het museum een ‘onveilig klimaat heerst dat verlammend werkt’. Volgens hem durfde niemand iets te zeggen, ‘om de leiding maar niet te ontstemmen’.

Ook schreef hij haar: ‘Door de voortdurende wisselingen in getalenteerd personeel en inhuur van freelancers – zonder echte binding met het museum – verdwijnt er telkens kostbare kennis en ervaring en neemt het ad-hocdenken toe. En daarmee keren dezelfde fouten, ergernissen en onvolkomenheden telkens weer terug.’

Tot een gesprek over zijn kritiek kwam het niet. Eind 2024 kreeg Wetters te horen dat (niet nader aangeduide) medewerkers zijn gedrag als intimiderend ervaren en dat hij zich in de buitenwereld negatief over het museum zou hebben uitgelaten. Ten aanzien van dat laatste moest hij actie ondernemen, zo blijkt ook uit een latere e-mail van Donker: ‘Daarnaast bespraken we dat jij een manier vindt om mij te overtuigen dat je je buiten het museum niet negatief uitlaat over het Nederlands Fotomuseum.’

Wetters zegt ‘geen idee’ te hebben waarover de directeur het had. ‘Over het museum zelf ben ik nooit negatief geweest naar de buitenwereld. Wel heb ik in eigen kringen mijn serieuze zorgen geuit over het bizarre personeelsverloop en de dubieuze rol van Birgit daarin. Dat zou negatief hebben kunnen overkomen.’ Begin 2025 bedankte hij als vrijwilliger, na een inzet van zeven jaar.

‘Heel erg hiërarchisch’

Donker trekt, zo valt van veel kanten te vernemen, alle beslissingen naar zich toe, ook op artistiek vlak, waardoor er nauwelijks meer een beroep wordt gedaan op de expertise van werknemers. ‘We gingen van een heel open museum naar een museum dat heel erg hiërarchisch was’, meent iemand die in conflict raakte met de directeur. ‘Ik vond de sfeer echt naar. Er was geen enkele vrijheid meer. Mensen werden tegen elkaar uitgespeeld.’

Een andere bron, die opstapte vanwege de bejegening van het personeel: ‘Het is die enorme controle willen houden van Birgit op alles wat er gebeurt, waardoor werknemers volledig afgestompt raken. Ik heb echt gezien dat mensen eraan onderdoor gingen.’

Daarnaast duldt Donker geen kritiek, zegt een andere bron. ‘Er wordt prijs op gesteld als je niet te veel vindt. Mensen die wel kritiek hebben, zijn plotseling weg of je ziet dat het niet goed met ze gaat. Dat maakt dat iedereen steeds stiller wordt.’

Een andere getuigenis, van iemand die nog in het museum werkt: ‘Medewerkers worden op de verkeerde plek gezet, ze worden weggepest of er wordt aangestuurd op een arbeidsconflict zodra ze te mondig worden.’

Twee van de zestien bronnen zijn positief over het functioneren van Donker. Eén persoon, die wegging bij het museum vanwege ‘pestgedrag’ van collega’s, stelt dat de problemen bij het museum niet zozeer aan de directeur liggen, maar aan het personeel. Dat stond te weinig open voor veranderingen. ‘Ze heeft op een heel radicale manier gebroken met het verleden. Ze zei: tot hier en niet verder. Dat deed veel pijn.’

De tweede roemt de zakelijke rol van Donker. ‘Het museum stond echt op omvallen. Vóór de komst van Birgit was het pappen en nat houden. Zij heeft dingen aangepakt, en met succes. Zonder haar was het museum te gronde gegaan.’

Lijst van vertrokken medewerkers

Is er veel verzuim en verloop onder het personeel? Sinds de komst van Donker kwamen ten minste tien mensen thuis te zitten met een burn-out, aldus de bronnen. De helft daarvan zou een financiële regeling hebben getroffen en het museum hebben verlaten. Daarnaast stapten veel mensen uit onvrede over naar een baan bij een andere instelling.

Er zijn sinds november 2018, de maand dat Donker aantrad, zo veel medewerkers vertrokken dat er door iemand in het museum een lijst van wordt bijgehouden. De omvang van dit overzicht bewijst volgens meerdere bronnen de onvrede. Op de lijst, in het bezit van de Volkskrant, staan de namen van zeventig voormalige medewerkers; het gaat om zowel vaste krachten als zzp’ers. Bij elk van hen is met een kleur aangegeven hoe de verstandhouding met Donker was: rood voor ‘slecht’, oranje voor ‘matig’, groen voor ‘OK’ en blauw voor vertrek vanwege andere of onbekende redenen. Bijna twee derde van de namen is rood of oranje gekleurd.

Uit openbare gegevens van het museum – die mogelijk niet helemaal compleet zijn – kan de Volkskrant opmaken dat ten minste 98 personeelsleden in vaste dienst waren of zijn onder Donker (het aantal zzp’ers valt niet te achterhalen). Van hen zijn er minstens 44 weggegaan (waarbij het slechts in één geval om pensionering ging). Anders gezegd: in zesenhalf jaar verliet bijna de helft van de vaste krachten de instelling. Een hoop kennis is verdwenen, is de klacht.

Als grootste verlies wordt het vertrek van Frits Gierstberg beschouwd. Hij nam per 1 november 2024 ontslag, twee jaar voor zijn pensioen. Hij gold tot dat moment als een loyale steunpilaar van het museum, waar hij sinds de opening in 2003 werkte als curator. Hij stelde tal van (bejubelde) tentoonstellingen en boeken samen, was verantwoordelijk voor de programmering van het museum en beschikt over een groot nationaal en internationaal netwerk. Ook zat hij de commissie voor die de Eregalerij van de Nederlandse fotografie samenstelde, een permanente tentoonstelling in het museum.

Gierstberg, die nu freelancecurator is, zegt desgevraagd dat zijn opstappen een ‘optelsom’ was van een aantal gebeurtenissen. Er werd volgens hem de laatste anderhalf jaar voor zijn ontslagname ‘minimaal tot geen gebruik gemaakt van mijn kennis en expertise’.

Hij spreekt van een ‘inhoudelijke uitholling’ van het museum. ‘Alles is pr en marketing geworden, een echt inhoudelijk programma ontbreekt. Het meepraten over de richting waar het museum op gaat, is er ook niet meer bij. Voor de komst van Donker waren we daar continu met elkaar over in gesprek. Dat gesprek is helemaal verdwenen.

‘Er is iemand in het midden en daar draait alles om. Er is een ijzeren hiërarchie, wat tot een gespannen sfeer leidt, communicatieproblemen en chaos bij de voorbereiding van tentoonstellingen.’

Aderlating voor het museum

Het zelfverkozen vertrek van de curator wordt door velen gezien als een aderlating voor het museum. ‘Als je zelf als directeur niet inhoudelijk de kennis in huis hebt, moet je vertrouwen hebben in je staf. Als iemand die internationaal veel erkenning krijgt, niet meer zijn rol op zich kan nemen, dan doe je in mijn ogen iets verkeerd’, stelt een van de anonieme bronnen, die veel musea vanbinnen heeft gezien. ‘Donker beseft niet dat dit de mensen zijn die inhoud geven aan je museum.’

Veelgehoord is de kritiek is dat de directeur zichzelf te veel op de voorgrond plaatst. Sommigen typeren haar zelfs als ‘narcistisch’.

Donker merkt in jaarverslagen meermaals op dat er na een lobby van haar extra subsidie is gekomen van het ministerie van OCW. Maar wat ze stelselmatig niet noemt, zeggen veel bronnen, is dat hieraan een voorbereiding van zo’n twee jaar voorafging. Doordat de collectie was aangemerkt als een van nationaal belang, gingen daarvoor nieuwe eisen gelden. Er werd een plan geschreven om hieraan te kunnen voldoen. De uitvoering daarvan zou echter geld kosten – geld dat het museum op dat moment niet had.

Doordat het ‘Collectieplan’ klaarlag toen zij aantrad, kon zij de kans op meer subsidie ‘inkoppen’, zoals iemand het omschrijft. ‘Zij eigent zich steeds successen van anderen toe’, meent een ander, een geluid dat meer is te horen.

‘Niet doof geweest’

In oktober 2019, kort nadat de twee medewerkers de wacht is aangezegd, en in september 2020 stuurt de personeelsvertegenwoordiging in het museum brieven aan Donker (ingezien door de Volkskrant) met vragen en klachten over onder meer een gebrek aan informatie, een hoge werkdruk – mede vanwege medewerkers die weg moesten of zijn vertrokken – en lang aanhoudende onduidelijkheid over de herverdeling van de vrijgevallen functies.

In het gesprek met de Volkskrant, dat plaatsvond voor haar schorsing, stelt Donker dat ze niet doof is geweest voor klachten van het personeel. Aan de hoge werkdruk ‘gaan we dit jaar (2025, red.) echt veel aandacht geven’.

Ze zegt ook dat ze alle medewerkers heeft ingelicht over de financiële problemen en dat ze alle belangrijke beslissingen nam in samenspraak met de raad van toezicht. ‘Ik deed dit echt totaal niet in mijn eentje.’ De raad van toezicht geeft gedurende het onderzoek naar Donker geen commentaar.

Alleen Nederlandse fotografen

Voor haar aanstelling liet het museum nationale en internationale fotografie zien. Donker besloot na haar benoeming alleen nog werk van Nederlandse fotografen te tonen. Dat was mede aanleiding voor OCW om de subsidie te verhogen, stelt ze. ‘Het sluit veel meer aan op de collectie.’

Die beslissing lijkt echter minder aan te sluiten bij wat het publiek wil zien.

Het Nederlands Fotomuseum ontving in het eerste jaar van Donkers directeurschap 104 duizend bezoekers; dat was een record. Dat kwam door de succesvolle tentoonstelling Lust for Life, die zowat klaar was toen zij aantrad.

Na een dramatische terugval tijdens de coronapandemie klom het bezoekcijfer weer omhoog. In 2023 werden er 69.700 bezoekers ontvangen. In het jaar daarop kwamen er slechts 49 duizend, een forse daling. Ter vergelijking: in de laatste vijf jaar van de voorganger van Donker, Ruud Visschedijk, ontving het museum gemiddeld 90 duizend bezoekers.

Er zijn verzachtende omstandigheden: meer musea worstelen na de pandemie met moeizaam herstellende bezoekcijfers, en het Nederlands Fotomuseum organiseerde na de aankoop in juli 2023 van het nieuwe museumgebouw minder evenementen en tentoonstellingen vanwege de aanstaande verhuizing.

Maar er lijkt toch iets structureel mis te zijn. Na de pandemie was de opleving van het bezoekersaantal bij de twee grootste concurrenten veel krachtiger. In 2022 trokken Foam (Fotomuseum Amsterdam) en Fotomuseum Den Haag respectievelijk 150 en circa 110 procent meer publiek dan in het jaar daarvoor. Bij het Nederlands Fotomuseum was dit 53 procent.

De verklaring voor de stokkende publieksstroom wordt onder meer gezocht bij Donkers keuze voor louter Nederlandse fotografie. Grote internationale namen, met regelmaat te zien bij de twee concurrenten, trekken veel bekijks. In Nederland zijn er niet zo veel fotografen van dat kaliber, stellen kenners.

Nog een nadeel, volgens hen: doordat er geen buitenlandse tentoonstellingen kunnen worden overgenomen, moeten alle exposities in het Nederlands Fotomuseum zelf worden gemaakt. Gierstberg: ‘Het ligt niet kant-en-klaar in het depot om op te hangen. Daar moet je aan werken, soms jaren. Het personeel is er daarvoor niet.’ Het gevolg is dat tentoonstellingen langer blijven staan, wat herhaalbezoek niet bevordert.

Minder particuliere steun

Er is nog een cijfer dat wijst op een afkalvende belangstelling. In 2019 had het Nederlands Fotomuseum 176 particuliere begunstigers. In 2023 was het aantal privépersonen dat het museum financieel steunt meer dan gehalveerd: 81. In het jaarverslag over 2024 wordt geen totaalcijfer meer genoemd. Donker meldt later dat er nu honderd particuliere donateurs zijn.

Zij verdedigt zich tegen de kritiek op haar keuze voor nationale fotografie. ‘Je kunt in Nederland niet genoeg fotografiemusea hebben. Maar je moet je wel van elkaar onderscheiden.’ Een gebrek aan exposities van grote buitenlandse fotografen ziet ze niet. ‘Ik vind het een onderschatting van de Nederlandse fotografie om te zeggen dat je daar niet publiek voor zou kunnen trekken.’

De keldering van het aantal donateurs verklaart ze doordat aan deze groep minder aandacht is besteed. ‘We hebben de afgelopen tijd meer focus gehad op de echt structurele subsidies.’

Ondanks die afname heeft het Nederlands Fotomuseum tijdens de pandemie het eigen vermogen aanzienlijk weten te versterken. Dat is voor een belangrijk deel te danken aan de noodsteun van de overheid en lagere kosten door de lange sluitingen. Meer musea hebben in deze periode hiervan weten te profiteren.

In 2023 werd echter een verlies geleden van 660 duizend euro. Volgens het jaarverslag kreeg het Nederlands Fotomuseum een enorme huurverhoging opgelegd, viel het bezoekersaantal lager uit dan was ingeschat en stegen de energie- en personeelskosten flink.

Volgens Donker speelde er nog iets mee: ze was ernstig ziek, waardoor ze lange tijd was uitgeschakeld. ‘In die periode was er weer een heropleving van de cultuur van vrijblijvendheid’, stelt ze. De zakelijk leider, die haar post had waargenomen, moest begin 2024 vertrekken. Hij wil niet op haar beschuldiging reageren.

Verwondering

‘In drie, vier jaar kun je als directeur een goed draaiend museum helemaal onderuithalen’, verzucht een bron, die in een andere instelling soortgelijke ervaringen heeft. Er is breed verwondering over het feit dat Donker evident over kwaliteiten beschikt, zoals een talent voor lobbyen, en tegelijk haar personeel weinig autonomie gunt.

Een paar zaken zijn verbeterd. De personeelsvertegenwoordiging praat sinds enige tijd twee keer per jaar met de raad van toezicht zonder dat Donker daarbij zit. En eind vorig jaar is het managementteam opeens weer teruggekeerd (volgens haar vanwege de personeelsgroei van het museum).

De verhuizing naar een eigen gebouw wordt breed toegejuicht, ook door de bronnen die kritiek op Donker hebben. Maar het nieuwe pand wordt door hen niet beschouwd als een verdienste van de directeur, omdat dit een gift is van een steenrijke familie die cultuur bevordert in Rotterdam.

Sleutels inleveren

Op 19 juni moet Donker in het bijzijn van enkele medewerkers haar sleutels van het museumgebouw inleveren. Ze is per direct door de raad van toezicht op non-actief gezet na een melding van een medewerker. Daarna zijn blijkens een kort persbericht van het toezichtsorgaan nog meer meldingen binnengekomen over het leiderschap van de directeur. De klachten zouden volgens bronnen mede betrekking hebben op een hoog personeelsverloop en ziekteverzuim.

Daaraan lijkt geen einde te zijn gekomen. Drie werknemers zitten momenteel ziek thuis. Twee voormalige zieken hebben onlangs het museum verlaten met een financiële regeling. Na Gierstberg heeft nog een personeelslid ontslag genomen.

De raad van toezicht stelt vanwege zijn rol niets te kunnen zeggen over de aard en inhoud van de meldingen. Wel trok de raad een eerdere reactie op het onderzoek van de Volkskrant daags na de eerste melding in. Daarin was steun betuigd aan de directeur.

Steunbetuigingen

Donker zegt niet te weten waarom ze op non-actief is gesteld. Ze zegt dat de raad van toezicht alleen heeft medegedeeld dat door haar geleverde informatie aan de raad onjuist zou zijn. Klachten over een slechte werksfeer in het museum zijn volgens haar in dat gesprek niet genoemd. Die herkent ze ook niet. Ze stelt na haar schorsing steunbetuigingen te hebben ontvangen van de helft van het personeel en reikt de Volkskrant de namen aan van vier (oud-)medewerkers die hierover meer kunnen vertellen.

De eerste is Ditte Ooms, adviseur marketing en communicatie van het museum. Haar freelancecontract is, bevestigt ze desgevraagd, door de raad van toezicht on hold gezet, meteen na de schorsing van de directeur. Ze weet niet waarom. ‘Ik werk heel fijn met Birgit samen en heb het heel erg naar mijn zin in het museum’, zegt ze. ‘Dat geluid komt nergens terug en dat vind ik ernstig.’

Gebouwbeheerder Joris van Hoytema, sinds januari in dienst van het museum, sluit zich daarbij aan. Hij noemt Donker een ‘heel empathische, warme persoonlijkheid’ en stelt met veel plezier in het museum te werken. Hij heeft een brief aan de raad van toezicht gestuurd waarin hij steun aan haar uitspreekt en kritische vragen stelt over de ingreep van het toezichtsorgaan.

De derde, die anoniem wil blijven, werkte zo’n vijf jaar geleden enige tijd in het museum. Hij stapte op omdat hij een betere baan kon krijgen. ‘Ik herken de term ‘angstcultuur’ niet. Daar ben ik het ook volstrekt niet mee eens. Zij is begaan met medewerkers.’

Nynke Schaaf, die van eind 2019 tot eind 2020 bestuurssecretaris in het museum was, had de nodige aanvaringen met Donker, maar zegt dat ze daar altijd goed zijn uitgekomen. ‘Ik hou echt van Birgit om wat zij heeft gedaan en wie zij is. Ze is eerlijk en recht door zee.’

Volgens Schaaf voerde de directeur een vernieuwing binnen het museum door. ‘Er is zo veel veranderd, kijk maar naar de inclusiviteit. Die werd eerder niet opgepakt, dat heeft zij gedaan. Onder haar is er ook veel meer binding met de stad gekomen. En zij zorgde dat er meer geld kwam.’

Onafhankelijk onderzoek

Tegenover deze steunbetuigingen staat het ongenoegen van de bronnen die vinden dat er een onafhankelijk onderzoek moet komen naar het functioneren van de directeur. Ook moet er volgens hen kritisch naar de raad van toezicht worden gekeken. Die heeft Donker na haar aantreden de vrije hand gegeven en daarna niet doorgehad hoeveel malheur en angst er was. Dat het toezichtsorgaan zich beroept op positieve tevredenheidsonderzoeken en cultuurscans van externe bureaus zegt hun genoeg.

De raad van toezicht kon maandag nog niet zeggen of een extern onderzoeksbureau wordt ingeschakeld voor het onderzoek naar de directeur. Ook is nog onbekend of de schorsing van Donker gevolgen heeft voor de feestelijke gebeurtenis waarnaar zij zo uitkeek (en met haar meer mensen): de opening van het nieuwe museumgebouw op 25 september.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next