Home

Vraag medetreinreizigers om voor je op te staan. Daar wordt altijd gehoor aan gegeven

De lezersbrieven, over staan in een overvolle trein als je pijn hebt, een straatkat in Teheran, voorbeelden ontlenen aan de realiteit en hoe problematisch het is om homoseksualiteit ‘normaal’ te noemen.

Jolande Withuis pleit in haar column voor het behoud van de eersteklas in intercitytreinen. Vanwege haar rugkwaal is staan of zitten met krappe beenruimte in de tweedeklas geen optie.

Zelf forens ik ook per trein: viermaal per week van Den Haag naar Amsterdam, en altijd in de spits omdat mijn leerlingen me vanaf half negen nodig hebben. Sinds ik ­kanker heb is staan in een overvolle trein ook voor mij minder aangenaam, maar de ervaring leert dat als ik vraag of iemand voor me op wil staan, daar altijd ruimschoots en van diverse ­kanten gehoor aan wordt gegeven.

De beenruimte in de tweede klas is volgens mijn zonen van tegen de 2 meter ruim voldoende. Tenzij Withuis langer is dan die jongens, zou ze met een gerust hart kunnen plaatsnemen in de tweede klas, en kunnen we de ­eerste klas opheffen.
Marijke de Vries, Den Haag

Wereldnieuws

Eskandar leeft! Wat heerlijk dat ­Thomas Erdbrink weer verslag doet vanuit Teheran. De geadopteerde straatkat waarover hij jaren geleden vertelde, die in een mandje aan een touwtje de flat uitzweefde, bleek nog in leven! 22 jaar oud, op een dieet van kip, met stramme pootjes en een ­pluizige vacht.

Wat fijn om te horen. Zo kan ik het wereldnieuws weer aan.
Astrid Dekkers, Den Haag

Realiteit

Lena Bril haalt in haar essay over mannelijkheid een groot aantal voorbeelden aan. Slechts twee daarvan zouden mannen van vlees en bloed kunnen zijn: Ashton Hall en Andrew Tate. Na het doen van een quizje uit The New York Times van afgelopen zaterdag ben ik van Ashton Hall echter niet meer zo zeker, het zou zomaar een AI-product kunnen zijn.

De rest van de voorbeelden betreft romanfiguren en karakters uit flauwe tv-series en dito Netflix-spul. Haar conclusie is min of meer dat de schrijvers en de script producenten andere dingen moeten opleveren – opdat wij mannen betere identificatiemodellen tot onze beschikking krijgen. Alsof in boeken en films niets anders te vinden is dan de voorbeelden die ze aanreikt (als ik me mannelijk moet ­voelen dan doe ik dat bijvoorbeeld door me te identificeren met een groot deel van de mannelijke cast van Dances with Wolves en enigszins verliefd te worden op Stands With A Fist).

Ook de vrouwen dienen volgens haar hun gedrag aan te passen: zij moeten niet meer lachen om klungelende mannen. Waarschijnlijk ­bedoelt ze hier de karakters uit de ­mediaproducties. Maar als schrijvers en andere mediaproducenten ophouden met rommel maken, verdwijnen de klungels sowieso. Om mannen ­zoals ik valt verder niet veel te lachen.

Volgens mij moet er betere filosofie te maken zijn op basis van voorbeelden ontleend aan de realiteit, want er is misschien wel een probleem.
Jacques Bogaarts, Leidschendam

Normaal

In haar column noemt Merel van Vroonhoven homoseksualiteit normaal. Nu begrijpen we wel zo ongeveer wat ze wil zeggen, maar dit soort achteloze kwalificaties is toch wat problematisch, want koren op de molen van seksueel conservatieven, autoritaire baasjes en religieuze fanatici. Die vinden homo’s namelijk niet normaal.

En daar hebben ze ook een punt, want over welke norm hebben we het in dit verband? Volgens de drie genoemde groepen is dat helder: voor hen is heteroseksualiteit de norm. Alle andere vormen ­vallen erbuiten, mogen niet, moeten verboden worden of bestraft.

Wat is er dan volgens Van Vroonhoven normaal aan homoseksualiteit? Geen idee. Het enige wat je kunt zeggen over alle vormen van seksualiteit, ongeacht of ze onder een lettertje vallen, is dat ze bestaan. Daar hoort geen norm aan te pas te komen.

Het is net als met witte, rode en gele bloemetjes. Komen allemaal voor, niemand zegt dat een klaproos tegen de norm is of dat een gele lis normaal is. Ze zijn er. Punt. Je mag er best iets van vinden, je mag gele bloemen leuker vinden dan rode, maar kom niet aan met verboden of geboden. Begin dus ook niet over normen. Die komen als een boemerang terug. Daar schiet geen homo iets mee op.
Dolf Hartveldt, Scheveningen

Wilt u reageren op een brief of een artikel? Stuur dan een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl

Het belangrijkst is dat een brief helder en duidelijk is. Wie een origineel en nog niet eerder verwoord standpunt naar voren brengt, maakt grotere kans te worden gepubliceerd. Een brief die mooi en prikkelend is geschreven, heeft ook een streepje voor. Kritiek op de Volkskrant wordt vaak gepubliceerd, op-de-man-gespeelde kritiek op personen plaatsen we liever niet.

Iedere brief wordt gelezen door een team van ervaren opinieredacteuren en krijgt een kans. En wekelijks worden ongeveer vijftig brieven geselecteerd. Over de uitslag kan helaas niet worden gecorrespondeerd. Wij zijn er trots op dat onze lezers mooie en goede brieven schrijven, waarvan we elke dag een levendige rubriek kunnen samenstellen.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next