Home

De ‘boekennijd’ die ik voelde toen ik een ander Natalia Ginzburg zag lezen, bleek volkomen terecht

is columnist voor de Volkskrant en doet eens per week op geheel eigen wijze verslag van een debat in politiek Den Haag.

Ooit was ik op vakantie met iemand die altijd bij nader inzien het eten wilde hebben dat anderen hadden besteld. Als zij zelf kip had genomen, en een ander aan tafel een salade met radijsjes en geitenkaas, dan keek ze net zo lang begerig naar die salade tot de ander voelde dat hij of zij minstens de helft ervan aan haar moest afstaan. Ze had veel last van etensnijd.

Dit kun je ook hebben met boeken: boekennijd. Je zit op vakantie op een Franse rots met het verkeerde boek, en naast je ligt een vrouw op een dunne doek met, overduidelijk, het perfecte boek. Ze heeft het ook nog voor elkaar gekregen om een blikje Orangina koud mee te krijgen. Jaloers kijk je naar haar boek, naar de titel, het omslag, en je neemt je voor bij de eerste de

beste winkel te gaan kijken of ze het geheel toevallig hebben. Verder voel je je naar, want jaloers.

Dit alles is met de komst van het e-book minder erg geworden, maar stel je voor dat er geen 5G is op die Franse rots. Vaak blijkt die boekennijd, net als andere momenten van benijden, trouwens helemaal niet te kloppen, en is het vooral zo dat je van je eigen, stomme boek af wil en daarom denkt dat iedereen een beter boek heeft dan jij.

Ik had vorige week boekennijd toen ik bij iemand in het ziekenhuis op bezoek was. Op haar nachtkastje lag een mooi, dun boekje van de Italiaanse schrijver Natalia Ginzburg (1916 - 1991), van wie ik gehoord had, maar nog nooit iets gelezen. Het heet Valentino & De moeder en het zijn eigenlijk twee verhalen. Achterop stond een wervende quote van Rachel Cusk, die ik een goeie schrijver vind, dus na het ziekenhuisbezoek fietste ik direct naar de

boekhandel.

Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Het grappige en goeie aan Ginzburg is dat je, als je haar leest, in je hoofd iemand Italiaans hoort praten, heel snel en zonder pauzes. Het helpt vast dat ze heel knap is vertaald door Jan van der Haar.

De verhalen zijn twee portretten, eentje van een rare broer en de malle, rijke vrouw met wie hij op een dag thuiskomt, en het andere van een rommelig levende, jonge alleenstaande moeder, gezien vanuit haar zonen.

Ginzburg kan in een snelle zin iemand meteen omschrijven, de moeder bijvoorbeeld: ‘Elke dag plukte ze haar wenkbrauwen, ze maakte er twee donkere visjes van die naar haar slapen toe flitsten: haar gezicht maakte ze op met geel poeder.’ En als je dan op dezelfde bladzijde, in dezelfde ademloze beschrijving, leest dat deze moeder met haar twee zoontjes in een bed

slaapt, zij aan de deurkant, ‘omdat ze ’s nachts las en rookte’ – dan heb je haar compleet.

Soms is boekennijd volledig terecht.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next