China-India Niet alleen de Himalaya scheidt India en China, ook onderling wantrouwen staat een goede relatie in de weg. Maar economische samenwerking lonkt.
Indiase en Chinese soldaten staan aan weerszijden van het prikkeldraad op het grenshek bij Nathu La, in 2006. De handel tussen India en China hervatte op 6 juli 2006, toen de 4267 meter hoge Nathu La-pas in Sikkim voor het eerst in 44 jaar openging.
Historisch gezien, zei de Indiase premier Narendra Modi tijdens een interview in een Amerikaanse podcast, hebben China en India al eeuwen „extreem sterke banden”. Neem de migratie van het boeddhisme van India naar China. En ondanks de recente spanningen kennen de twee landen „geen echte geschiedenis van conflict”. De Chinese president Xi Jinping stelde dit voorjaar dat ze zouden moeten toewerken naar een samenwerking als een „tango tussen draak en olifant”.
Hun uitspraken lijken erop te duiden dat de relatie tussen beide landen verbetert. In oktober maakten Modi en Xi afspraken over de-escalatie van het langlopende conflict over de de grens tussen beide landen. Na een conflict met dodelijke afloop in 2020 in het hooggebergte in de Ladakh-regio in het noorden van India, waar het land grenst aan het westen van China, verslechterden de betrekkingen flink. Sindsdien werden over en weer amper visa uitgegeven en gingen er geen directe vluchten meer tussen beide landen. Ook weerde India investeringen van Chinese bedrijven.
Waarom is het zo moeilijk voor beide Aziatische grootmachten – samen goed voor 2,8 miljard inwoners – om de samenwerking te verbeteren? En waarom proberen ze het nu tóch?
De spanningen tussen beide landen gaan terug tot 1962, toen China en India oorlog voerden om twee grensregio’s waar koloniale heersers in de negentiende eeuw onduidelijke grenzen hadden getrokken. Voor India voelde een Chinese inval in de onherbergzame regio Aksai Chin als verraad. De Chinezen zagen de oorlog daarentegen als de uitkomst van jaren aan mislukte onderhandelingen en een opmars van Indiase troepen in het betwiste gebied. Het geweld, dat in een maand enkele duizenden levens kostte, bracht geen helderheid over de precieze ligging van de grens. Sindsdien kenmerkt de Indiase houding ten opzichte van China zich door „sterk wantrouwen”, stelt Hamsini Hariharan, onderzoekster internationale betrekkingen.
De Chinese gemeenschap in de Indiase stad Kolkata kent dat wantrouwen al te goed. In 1962 pakten Indiase autoriteiten hun banen en huizen af, omdat Chinees-Indiase burgers werden gezien als collaborateurs. „Je werd gestraft omdat je die connectie had”, vertelt David Chen, eigenaar van een schoenenzaak. Chinezen en Chinese Indiërs uit Kolkata en gebieden aan de grens werden zelfs jarenlang opgesloten in een interneringskamp in Rajasthan .
Na de oorlog volgden decennia waarin beiden een vijandige, gesloten houding hadden. De grens bleef een twistpunt; er werden permanent troepen gestationeerd aan beide zijden. De relatie normaliseerde eind jaren tachtig en aan het begin van deze eeuw leek het vertrouwen op te bloeien.
Chinese soldaten bewaken de grens op de Nathu La-bergpas, die India verbindt met de Tibetaanse Autonome Regio van China in 1967.
Nu is de schoenenzaak van Chen (63) een van de weinige in Kolkata van iemand uit de Chinese gemeenschap. Veel Hakka-Chinezen die zich vanaf de achttiende eeuw in de stad vestigden, toen de Britse handelscompagnie India bestuurde, pakten ambachten op als leerlooier, schoenmaker of meubelmaker. Chens vader kwam na 1945 naar India, als vijftienjarige. De familie ontfermde zich over een van de Chinese scholen – een groot gebouw in het centrum van Kolkata, met appelgroene gevels en houten luiken. In het oude kantoortje van de hoofdonderwijzer liggen trommels en rode lampionnen opgeslagen.
Nog altijd staat Kolkata bekend om zijn oude Chinatown, maar de gemeenschap is in verval. Tegenwoordig volgen leerlingen geen onderwijs in hun moedertaal meer. De school van de familie Chen doet dienst als gemeenschapshal, onder meer voor het Chinese nieuwjaar – vandaar die lampionnen. De uittocht van jonge Chinese Indiërs uit India, onder wie zijn eigen drie dochters, wijt Chen aan gebrek aan economische kansen. Maar hij sluit niet uit dat sommigen er genoeg van hebben steeds hun loyaliteit aan India te moeten bewijzen („Welke taal spreek je? Welk paspoort heb je?”) of op te boksen tegen vooroordelen van potentiële werkgevers.
Eenn drakenmaskerdans ter ere van het Chinese Nieuwjaar van de Slang in Kolkata, India.
Viering van het Chinese Nieuwjaar in een tempel in Kolkata, India.
In de sfeer van wantrouwen was het lastig voor de buurlanden om veel over elkaar te leren. Niet alleen de fysieke bergketen, maar ook een „mentale Himalaya” stond in de weg, aldus de bekende Indiase schrijver Amitav Ghosh. Voor Ghosh zich in de relatie tussen beide landen begon te verdiepen , zag hij China als „uitgestrekte, uniforme leegte”, schrijft hij in Rook en as – zijn boek over de geschiedenis van de Britse koloniale opiumhandel.
In China is de kennis over India eveneens beperkt, niet in de laatste plaats doordat de Chinese media en intellectuele elite zich de afgelopen decennia hebben gericht op het Westen. Maar ondanks dat wederzijdse kennishiaat, nam de economische en maatschappelijke samenwerking wel degelijk toe. Sinds 2008 is China India’s grootste handelspartner en voor de relatie verslechterde was India een populaire bestemming voor Chinese internet-startups. Andersom groeide het aantal Indiase migranten in China. Zo studeerden er ruim twintigduizend Indiase studenten geneeskunde in China, om de harde concurrentie rond die studie in eigen land te ontlopen.
Tegelijk werd de relatie steeds ongelijker, met het groeiende economische succes van China en het achterblijven van India’s ontwikkeling. In 2000 was China’s economie nog ruim dubbel zo groot als de Indiase – inmiddels is dat vijf keer. Dit verschil leidt ertoe dat de relatie met China voor India zwaarder weegt dan andersom.
„China is een veel grotere prioriteit in India’s publieke debat dan India in China,” stelt de Chinese Zuid-Azië-analist Mao Keji, die werkt bij een invloedrijke overheidsdenktank in Beijing. Het is volgens hem een logische uitkomst van de geopolitieke verschillen tussen de landen. „Ondanks de vergelijkbare bevolkingsgrootte leidden China’s grotere economie en industriële complexiteit tot andere geopolitieke uitdagingen, zoals de rivaliteit tussen China en de VS.”
De Indiase oud-ambassadeur Ashok Kantha, die tussen 2014 en 2016 in Beijing werkte, ziet dat ook: „Voor India is China dé grote strategische uitdaging. We zijn ons altijd bewust van de Chinese dreiging – aan de landsgrens, maar ook in het maritieme domein, door allerlei acties waarop India moet reageren. Maar China ziet zichzelf als de gelijke van de VS, en richt zich daarop.”
De asymmetrie is zeker duidelijk als het gaat om het grensconflict. Dat leidde voor het laatst tot doden in juni 2020: in de Galwan-vallei in de door India bestuurde regio Ladakh ontstond een gewapend treffen tussen Indiase en Chinese militairen. Bij de brute vechtpartij kwamen zeker twintig Indiase militairen om, van wie een flink aantal waarschijnlijk in de afgrond stortte. Ook zeker vier Chinezen lieten het leven. Beide landen gaven de ander de schuld van de confrontatie.
De botsing was de eerste met doden tot gevolg in bijna een halve eeuw, en leidde in beide landen tot ophef. Maar Chinese autoriteiten lieten weinig los over het incident, terwijl in India snel een anti-China-sentiment doorklonk in de berichtgeving. Op Indiase zenders was te zien dat woedende burgers hun made in China-televisies uit het raam gooiden, schetst analist Hamsini Hariharan. „Wat echt niet helpt in de Indiase perceptie: India verloor de oorlog in 1962 aan die grens. Daar wordt men dus niet graag aan herinnerd.”
Een konvooi van het Indiase leger rijdt op 19 juni 2020 richting Leh, over een snelweg die grenst aan China, in Gagangir, India. Twintig Indiase soldaten kwamen om het leven bij een gewelddadige confrontatie met Chinese troepen in de Galwanvallei in de Himalaya. Ook zeker vier Chinezen lieten het leven.
Indiase activisten verbranden een pop van de Chinese president Xi Jinping tijdens een protest bij een oorlogsmonument nabij Dharamsala, India, in 2020.
De reactie van de Indiase regering was drastisch: het deed TikTok, met tweehonderd miljoen Indiase gebruikers, in de ban. Net als ruim vijftig andere Chinese apps was TikTok volgens het Indiase ministerie van Elektronica en Informatietechnologie „schadelijk voor de soevereiniteit en integriteit van India, de verdediging van India, de veiligheid van de staat en de openbare orde”.
Beide landen beperkten jarenlang de uitgifte van visa aan elkaars burgers, ook nadat alle pandemierestricties van na 2020 werden opgeheven. De Chinese Wei Ning (34), die aan de Universiteit Leiden onderzoek doet naar de middenklasse in China en India, ging in 2019 nog een maand naar India. Sindsdien is ze ondanks vele pogingen nooit meer teruggeweest. „Ik voelde me echt wanhopig. Ik had geen idee hoe lang het allemaal zou duren.”
De toch al negatieve publieke opinie onder de bevolking in beide landen, die vaak een stereotiep beeld van elkaar hebben als armer, viezer en onveiliger dan eigenlijk het geval, verslechterde verder. Daarbij helpt niet dat de landen ook stopten met het uitgeven van journalistenvisa aan elkaar: op dit moment werkt nog één Indiase journalist in China, er zijn geen Chinese media in India. Voor Wei was haar eigen bezoek aan India wat dat betreft verrassend. „Eigenlijk lijken we op elkaar in de zin dat we allebei ontwikkelingslanden zijn met grote bevolkingen en sociale ongelijkheid.”
Ondanks de irritaties bleven de twee landen toch op veel punten verbonden. De handel groeide zelfs flink: van 69,3 miljard euro in 2019 tot 109,3 miljard in 2023. Voor de Indiase middenklasse bleef China een aantrekkelijke zakenpartner, zag ook lerares Mandarijn Samridhi Sukhani (30), voor wier leerlingen het rijkere China „een voorbeeld is”. Tegelijk trok India de afgelopen jaren veel minder Chinese investeringen dan landen als Vietnam, Mexico en Bangladesh. Om die economische samenwerking weer te verdiepen was een politieke doorbraak nodig.
Welke rol speelt Trump in de recente voorzichtige toenadering tussen de Aziatische machten? Hoewel de analisten met wie NRC sprak het niet zien als de voornaamste factor, is duidelijk dat geopolitieke verschuivingen onder een Trump-regering meespelen in het besluit om het conflict bij te leggen. Voor China was al duidelijk dat de verhouding met de VS gespannen zou blijven, ongeacht wie de verkiezingen zou winnen, maar vooral voor India brengt Trump onzekerheid met zich mee.
Onder Biden had India een duidelijke rol als partner in de regio, juist ook in een strategie om aan China’s opkomst in Azië tegenwicht te bieden. Oud-ambassadeur Kantha zag hoe India daar strategisch gebruik van maakte. Het land presenteerde zich vaak als democratisch alternatief in de Indo-Pacific. „Onze ligging met China als buurland geeft ons in de wereldpolitiek extra gewicht. Dat heeft ons geholpen onze eigen relaties met andere landen dan China uit te breiden.”
Een helikopter met Indiase soldaten stijgt op tijdens de gezamenlijke Indiaas-Amerikaanse oefening in de Indiase deelstaat Uttarakhand vlakbij de betwiste grens tussen India en China, in 2022.
Maar Trumps strategie in de Indo-Pacific is nog onduidelijk. Bovendien houdt Trump van transactionele diplomatie en voor strategische samenwerking, bijvoorbeeld op het gebied van wapenhandel, kan hij een hogere prijs vragen. Die nieuwe context kan het voor de Modi-regering ook juist handig maken om richting China te bewegen. Mao: „Zelfs als ze niet écht vriendelijker tegenover China staan, zou het slim kunnen zijn om te doen alsof de band met China is verbeterd om zo India’s relatieve onafhankelijkheid, strategische waarde en onderhandelingsruimte ten opzichte van Trump te vergroten.”
Het recent opgevlamde conflict tussen India en Pakistan toonde hoe verstrengeld de belangen in de regio zijn. Trump wekte grote irritatie bij India door te beweren dat hij een beslissende rol speelde bij het bereiken van een wapenstilstand tussen de twee landen. Modi ontkent doorslaggevende betrokkenheid van de VS.
Voor China is het goed nieuws als India zich wat meer losmaakt van de VS. Het land heeft bedenkingen over een machtiger India – en uit de Pakistaanse inzet van Chinees wapentuig bleek hoezeer Beijing op militair vlak met Pakistan samenwerkt. Maar op dit moment lijken de economische kansen die samenwerking biedt de doorslag te geven.
Maar daarvoor is nog een lange weg te gaan. „Tot nu toe is het meer een toenadering dan een herstart”, stelt oud-ambassadeur Kantha. Het grootste obstakel voor een echte verbetering van de relatie blijft het grensdispuut. Terwijl China daar graag omheen werkt – het land heeft zijn eigen hetere territoriale hangijzers – blijft dat voor India een bijzonder gevoelig dossier waarop het niet de gebruikelijke pragmatische aanpak volgt voor buitenlandbeleid.
Toch wil Modi dat nu proberen; „gezonde concurrentie” creëren tussen de regionale grootmachten. Als het lukt, dan zien analisten een weelde aan mogelijkheden en manieren voor beide landen om elkaars economische ontwikkeling aan te vullen. „Als één toekomstige ontwikkeling de wereldorde echt kan veranderen, dan is dat denk ik de opkomst van India”, concludeert de Chinese analist Mao.
Source: NRC