Arbeidsmarkttekort Drie op de vier apotheken in Nederland kampen met een tekort aan assistenten en dat probleem dreigt alleen maar groter te worden. „Ik heb jarenlang geroepen ‘het gaat niet goed’, maar het kwartje is nu pas gevallen.”
Service Apotheek De Goede in Steyl, één van de twee apotheken die Lava Sulayman (tweede van rechts) met haar collega begon in Noord-Limburg.
Lava Sulayman (32) en haar collega Waan Yasen (36) verhuisden ruim drie jaar geleden vanuit Den Haag naar Noord-Limburg om twee apotheken en een drogist over te nemen. Ze waren koud vier maanden aan de slag toen de eerste apothekersassistent haar baan opzegde. Een maand later volgde nummer twee. „We schrokken, er was meteen paniek”, vertelt Sulayman. „Dit hadden we niet voor ogen toen we hierheen kwamen.”
Inmiddels zijn er bijna tien assistenten vertrokken. „Bizar veel”, zegt Sulayman. „De eerste twee waren een shock. Toen twijfelde ik: ligt het misschien aan mijn werkgeverschap? Maar later zag ik dat het een trend is. Het gebeurt overal. Het hoort er helaas bij.”
Driekwart van de bijna tweeduizend openbare apotheken – de apotheek in de wijk dus – had vorig jaar een tekort aan assistenten, eveneens driekwart zag een of meerdere assistenten vertrekken, blijkt uit onlangs gepubliceerd onderzoek van Nivel, in opdracht van het ministerie van VWS. De assistenten zijn bijvoorbeeld naar een ziekenhuisapotheek gegaan (waar de salarissen hoger zijn), werken elders in de zorg, of hebben een carrièreswitch gemaakt en werken nu bijvoorbeeld bij een gemeente. Dat apothekersassistenten schaars zijn, wisten we wel, zegt Marcia Vervloet, senior onderzoeker bij Nivel. „Maar we wisten niet dat het tekort zo schrikbarend is.” In de huisartspraktijk schommelt het tekort aan doktersassistenten bijvoorbeeld rond de 50 procent, schrijft Nivel.
Vervanging is lastig te vinden. De vacaturesite van apotheker Sulayman is non-stop in de lucht. Maar het aantal assistenten dat de afgelopen drie jaar heeft gereageerd? „Op één hand te tellen”, zegt ze.
Wat is er aan de hand? In het Nivel-rapport staan drie belangrijke redenen voor de schaarste: een laag salaris, de hoge werkdruk en de negatieve houding van patiënten aan de balie. Vooral over de salarissen roerden de assistenten zich de afgelopen maanden flink. Ze worden betaald alsof ze „bij de McDonald’s” of „bij de Gamma” werken, zeggen ze. „Mensen zien ons als detailhandel, maar we zijn zorgverleners”, zegt Trudy van Geffen, voorzitter van beroepsvereniging Optima Farma. En daar waar de salarissen van hun collega’s bij bijvoorbeeld ziekenhuizen en apotheekhoudende huisartsen wel stegen (die zitten in een andere cao), bleven die van assistenten in openbare apotheken achter.
Sinds september vorig jaar voerden ze dan ook verschillende acties, uitmondend in de eerste landelijke staking ooit op 12 november. In januari waren er opnieuw werkonderbrekingen. Pas na bemiddeling van oud-staatssecretaris Martin van Rijn kwam er een nieuwe cao, die loopt tot en met 2027. Van Geffen denkt dat de nieuwe cao ervoor zorgt dat de uitstroom minder wordt en mensen eerder voor een baan als apothekersassistent kiezen. Apothekersassistenten zelf zijn gematigd enthousiast: de achterstand is niet helemaal ingehaald en de loonsverhogingen en dertiende maand volgen de komende jaren in stapjes.
En dan is er de werkdruk. Die wordt niet alleen veroorzaakt door te weinig mensen, maar ook door het alsmaar stijgende medicijntekort. Daardoor zijn assistenten veel tijd kwijt aan het vinden van de juiste medicatie. Hun andere zorgtaken schieten er vaak bij in. Neem ‘jaargesprekken’ bij mensen die chronische medicijnen gebruiken, een soort evaluatie van het medicijngebruik. Of het intensiever begeleiden van mensen met een hoog medicijngebruik, preventie- en leefstijladviezen, huisbezoeken en cursussen voor personeel. „Voor al die extra dingen is nu nul komma nul tijd. We zijn al blij als we alleen de medicatie kunnen leveren”, zegt apotheker Sulayman. „Het is niet echt leuk werken zo.” Apothekersassistenten worden zo veredelde „doosjesschuivers”, zegt Nivel-onderzoeker Vervloet. „Ze zijn alleen bezig met het overhandigen van medicijnen. Terwijl ze dé geneesmiddelenexpert zijn.”
Anja Vissers (53 jaar) is al 33 jaar apothekersassistent in het Limburgse Meerloo. Zij heeft in de ochtend een korte pauze, later nog een half uur lunch, daarna is het tot sluitingstijd doorwerken. Iemand zet in de middag nog snel iets te drinken neer, maar daar is meestal geen tijd voor. Vissers: „Ik drink elke middag koude thee.” Een collega van Vissers is nu ziek, vertelt ze. „Dan komen we gelijk in de problemen. We hebben besloten dat de apotheek tussen de middag even dichtgaat, zodat we alles kunnen bijwerken en snel kunnen lunchen.” Zelf gaat Vissers extra ochtenden werken en begint ze elke dag een uurtje eerder. „Dan redden we het net. Maar als er nog iemand weggaat of ziek wordt, hebben we echt een probleem.”
Een paar jaar geleden vertrokken er vier collega’s in één jaar tijd. In haar netwerk had Vissers veel assistenten van andere apotheken. „Ik heb ze geappt dat we vacatures hadden en dat het hier heel goed werken is. Het is eigenlijk wegkapen, maar anders lukt het nooit. Vroeger kreeg je meerdere sollicitaties op een vacature, maar dat is niet meer.” Ook de uitzendbureau’s, die tijdelijke vervanging konden regelen, hebben nauwelijks aanbod meer, zegt Vissers: „Die vijver is nu leeg.”
Lava Sulayman heeft nu zes van haar medewerkers thuis (op een totaal van zo’n veertig), van wie twee met een burn-out: „Een burn-out heeft altijd meerdere oorzaken, maar het helpt niet dat je op je tenen moet lopen en in je eentje het werk voor twee mensen moet doen.”
Agressie aan de balie is een belangrijke reden voor assistenten om te stoppen.
Apothekersassistenten zeggen ook last te hebben van het preferentiebeleid: het voorkeursbeleid waarbij verzekeraars meestal slechts één middel, veelal het goedkoopste, vergoeden. Hierdoor kunnen de zorgpremies lager blijven. Het systeem is niet onomstreden. Zo riep de Tweede Kamer vorig jaar nog dat het preferentiebeleid moet worden aangepast nu het medicijntekort zo groot is.
Bij de balie aan de apotheek leidt dat voorkeursbeleid tot veel onbegrip. Patiënten weten niet precies hoe het zit”, zegt Vervloet van Nivel. „Veel mensen denken nog dat de apotheker alles bepaalt.”
Assistenten moeten patiënten dan vertellen dat het medicijn waaraan ze gewend zijn, vervangen is door een alternatief. Maar die patiënten willen helemaal geen ander merk. „Patiënten hebben vertrouwen in een geneesmiddel dat ze soms al jaren slikken”, zegt Trudy van Geffen, zelf oud-apotheek-assistente. „En dan staat er ineens een assistent die zegt: ‘U krijgt een ander merk, een ander doosje, de tabletten zien er anders uit, dat heeft de zorgverzekeraar bepaald’. Het is frustratie en onmacht, zowel bij de patiënt als de apothekersassistent; die staat met de rug tegen de muur. Assistenten voelen zich een verlengstuk van de verzekeraar.”
De combinatie van medicijntekorten en preferentiebeleid zorgen voor „agressie, negativiteit en onbegrip aan de balie”, schrijft Nivel. Er wordt gescholden en er worden doosjes pillen naar het hoofd van assistenten gegooid. „Klanten roepen: ‘jullie hebben nooit je zaken op orde, ik moet altijd wachten op mijn medicijn’, zegt Lava Sulayman. „Die frustratie is begrijpelijk, zegt ze, „maar wij kunnen er zelf niets aan doen. De apotheek is alleen de boodschapper van het slechte nieuws.”
Bij Sulayman was een paar weken terug een vrouw die een speciaal medicijn wilde, maar dat was er niet. De vrouw schreeuwde, dreigde, andere patiënten stuurden hun kinderen uit voorzorg de apotheek uit. „We moesten haar bijna de apotheek uitzetten.”
Aan de balie is het allemaal complexer geworden, zeggen apothekers en hun assistenten. Van Geffen: „Je kan vijf verschillende mensen voor je hebben met hetzelfde geneesmiddel op hun recept, maar toch gaat het dan vijf keer anders. Bij de ene verzekeraar krijg je het wel vergoed, bij de andere niet, bij de derde deels. Je moet vijf keer een andere uitleg geven.”
De openbare apotheken hebben zo’n 20.000 assistenten in dienst. Het gemiddelde tekort per apotheek was vorig jaar 1,5 fte, de verwachting is dat dat dit jaar oploopt tot bijna 2 fte. In veel sectoren in de zorg zijn personeelstekorten, maar „de openbare apotheeksector steekt hier bovenuit”, schrijft Nivel.
Sommige apotheken sluiten de deuren of zien zich gedwongen te fuseren. Het aantal openbare apotheken begint nu ook langzaam te dalen, van zo’n 2.000 in 2020 tot 1.928 in 2025. „Een apotheek in de wijk is niet vanzelfsprekend”, waarschuwt Van Geffen van de beroepsvereniging. „Ik heb jarenlang geroepen ‘het gaat niet goed, het gaat niet goed’, maar het kwartje is nu pas gevallen.”
Het is een zorgelijke ontwikkeling, vond oud-minister Fleur Agema (Zorg, PVV). Ze wees begin juni in een brief aan de Tweede Kamer op het belang van voldoende openbare apotheken. Samen met de huisarts en wijkverpleegkundige is de apotheker „een herkenbaar punt in de wijk”, schreef ze. Het personeelstekort bij apotheken „baart mij zorgen, omdat openbare apotheken een onmisbare schakel in de zorgketen zijn.” De apotheek is de enige zorgverlener waar je zonder afspraak naar binnen kan lopen, benadrukt apotheker Sulayman. „Dat is heel waardevol. Dat moeten we koesteren.”
Ziet de toekomst er dan zonniger uit? Nee, niet echt. Allereerst zal de vraag naar medicijnen stijgen door de dubbele vergrijzing (er komen steeds meer ouderen die steeds ouder worden). Tegelijkertijd leveren de mbo-opleidingen te weinig assistenten af. Per jaar gaat het om zo’n duizend tot twaalfhonderd mensen, waarvan een groot deel niet voor de openbare apotheek kiest. „Tijdens de stage zien studenten al hoe het gaat in de apotheek en hoe hoog de werkdruk is”, zegt Van Geffen.
Wat nog enige verlichting kan brengen, zijn nieuwere initiatieven als ‘de kluis’ (de afhaalautomaat waar je 24/7 terecht kan) en de online apotheek. Maar een echte oplossing is dat niet. Zo’n kluis kan prima werken voor bepaalde doelgroepen, zoals chronische medicijngebruikers of jongeren met een eenvoudig recept. Maar ouderen of mensen met veel medicatie hebben meer begeleiding en uitleg nodig. Datzelfde nadeel heeft de online apotheek ook. Vissers: „En wat gebeurt er als je vrijdagmiddag drie uur snel een antibioticakuur nodig hebt? Wanneer komt die online-bestelling dan binnen? De week erop, op dinsdag? Dat is te laat.”
Lava Sulayman kijkt bezorgd naar de toekomst, zegt ze. Zeker als je bedenkt dat de komende tien jaar nog eens een kwart van de assistenten met pensioen gaat.” De jongste collega van Anja Vissers is ook al 45 jaar. Vissers vertelt haar verhaal vanuit haar auto, op weg naar het Universitair Medisch Centrum Utrecht waar ze een gastles gaat geven aan studenten die apotheker willen worden. Ze zal zoals altijd haar verhaal enthousiast vertellen, zegt ze, al is ze dat zelf inmiddels minder: „Ik had niet gedacht dat ik het ooit zou zeggen. Maar als ik nu opnieuw een studie zou moeten kiezen, zou ik iets anders gaan doen.”
Een overzicht van de verhalen die de economieredactie vandaag heeft gemaakt
Source: NRC