Sigrid Kaag stopt als VN-gezant voor het vredesproces tussen Israël en de Palestijnen. Ze pleit zelfs voor het afschaffen van de functie in deze vorm. ‘Als er geen sprake is van een vredesproces, moet je de functie anders gaan invullen.’
is correspondent Midden-Oosten van de Volkskrant. Hij woont in Amman.
Aan alles kun je wennen, ook aan een luchtalarm. In Israëlische steden gingen de sirenes de voorbije weken veelvuldig af, ten teken dat er Iraanse raketten onderweg waren en dat iedereen naar de schuilkelder moest. In haar woning in Jeruzalem is Sigrid Kaag (63), topdiplomaat en afzwaaiend gezant voor de Verenigde Naties, er deze ochtend doorheen geslapen. ‘Normaal gesproken krijg ik een melding op mijn mobiel’, zegt ze met een nuchtere glimlach, ‘maar die kwam dit keer niet. Ik heb er niks van meegekregen.’
Ze is aangeschoven, enkele uren later, op het terras van een vijfsterrenhotel in de Jordaanse hoofdstad Amman. De grens tussen Israël en Jordanië is ze met de auto overgestoken. Dat pendelen deed ze als VN-gezant de afgelopen anderhalf jaar voortdurend, deels werkend vanuit Jeruzalem, deels vanuit Amman. Dit keer is ze de grens voorlopig voor het laatst overgestoken, want komende dinsdag, 1 juli, loopt haar termijn af. De voormalig D66-leider keert terug naar Europa (ze heeft een huis in Zwitserland), waar ze onder meer als gasthoogleraar les gaat geven aan de universiteit Sciences Po (Parijs).
Op het moment dat de Volkskrant haar spreekt, is de oorlog tussen Israël en Iran volop bezig. Een dag later ligt er, na bemiddeling van Qatar en de VS, een wapenstilstand. Goed nieuws, appt Kaag nadien, al weet ze niet hoe duurzaam het bestand zal zijn. ‘Ik kan alleen maar hopen dat de-escalatie en diplomatie (met duidelijke doelen en resultaten) een nieuwe kans krijgen.’
In december 2023, enkele maanden na haar vertrek uit de Haagse politiek, werd Kaag gevraagd voor de rol van VN-coördinator hulp en wederopbouw in Gaza. Toen dat mandaat afliep, verruilde ze die functie voor een zo mogelijk nog taaiere klus, te weten VN-gezant voor het vredesproces tussen Israël en de Palestijnen. Dat proces ligt als een kasplantje ‘aan de beademing’, benadrukt ze, dus eigenlijk wilde ze de functie niet. ‘Ik heb het gedaan uit plichtsbesef, er viel een vacuüm op een gevoelig moment. Anthony Blinken (destijds de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, red.) vroeg aan de telefoon: kun je het niet tijdelijk doen?’
Met de wederopbouw van Gaza is intussen nog geen begin gemaakt, vooral omdat Israëls vernietigende oorlog nog volop bezig is. Sinds half juni, toen die andere oorlog met Iran wereldwijd de aandacht overnam, zijn er in Gaza meer dan 900 Palestijnen gedood door het Israëlische leger, boven op het totale dodenaantal van zo’n 55 duizend. Voor een kwart van de bevolking dreigt zware ondervoeding. Verreweg de meeste doden vallen momenteel bij de vier voedseluitdeelpunten van de uiterst omstreden, door Israël opgerichte Gaza Humanitarian Foundation (GHF).
In de VN-Veiligheidsraad vertelde u onlangs dat Palestijnen in Gaza niet langer afscheid van elkaar nemen met ‘tot ziens’, maar met: ‘Ik zie je in de hemel.’ Waarom wilde u dat daar vertellen?
‘Ik hoopte dat mensen goed zouden luisteren. Dit zijn jonge mensen in de bloei van hun leven, die niet weten of ze de volgende seconde nog in leven zullen zijn. En niet vanwege een auto-ongeluk, of omdat ze vanuit een ziekenhuisbed voor euthanasie kiezen. Ze leven met de relatieve zekerheid dat het lot hen gaat treffen. Dat is heel beangstigend.’
U had de wederopbouw van Gaza in uw takenpakket, maar daar is het nooit van gekomen. Hebt u iets kunnen bereiken?
‘We hebben een systeem opgezet voor de versnelling van de hulptoevoer, bijvoorbeeld met toegangsroutes via Jordanië en Ashdod (havenstad in Israël, red.). Tijdens het staakt-het-vuren, begin dit jaar, hebben we goederen geleverd. Alle plannen voor de wederopbouw van Gaza liggen bovendien kláár, we stonden op het punt om die te presenteren. Alleen valt er op dit moment niks op te bouwen. Je hebt wel politieke wil nodig van de betrokkenen.’
U was anderhalve week geleden in Gaza, heb ik begrepen.
‘Ja, voor een afscheidsbezoek van anderhalf uur. We hadden langer willen blijven, maar het kostte extreem veel tijd om erin te komen en er weer uit. Ik heb vooral met organisaties uit het maatschappelijk middenveld gesproken.’ Na een kleine aarzeling: ‘Weet je, Palestijnen zeiden tegen mij: ‘We zijn méér dan voedsel.’ Het gaat de hele tijd over humanitaire hulp, en vanzelfsprekend, want mensen gaan dood. Maar hun boodschap was: ‘Reduceer ons niet tot een humanitaire kwestie alléén. Kijk naar onze rechten, onze waardigheid.’ Dat vond ik ontzettend moedig.’
Toen u aan deze functie begon, was het de bedoeling dat u zelf ook vanuit Gaza zou werken.
‘Als we aan de slag hadden kunnen gaan met wederopbouw, dan had ik daar moeten zitten. Maar dat hebben we uitgesteld, het had geen zin. Er braken telkens nieuwe gevechten uit. Het zwaartepunt van mijn werk lag nu buiten Gaza, in de hoofdsteden waar de hoofdrolspelers zaten.’
Israël is daar één van. Hoe ziet uw contact met premier Benjamin Netanyahu eruit?
‘De laatste keer dat ik hem sprak, is een tijdje geleden. Toen er geen wapenstilstand meer was, viel er weinig meer te bespreken. Op veel belangrijke thema’s zijn we het oneens. Israël erkent niet dat men gebied bezet. De Westelijke Jordaanoever wordt niet voor niks aangeduid als Judea en Samaria (de Bijbelse benamingen, red.).’
Heeft u ook contact met Hamas, bijvoorbeeld rond zo’n bezoek aan Gaza onlangs?
‘Nee, Israël faciliteert dat. Met Hamas praat ik ook, maar alleen in Qatar, waar de politieke leiding zit.’
Kaag heeft, zo vertelt ze, gemerkt dat het enorm uitmaakt wat voor Amerikaanse regering er zit. ‘De regering-Trump steunt op de stem van evangelisten die volledig achter dit messianistische beleid staan. Onder Biden en Blinken werden de dingen die wij als VN vroegen, serieus genomen. We konden afspraken maken. Daar is nu geen sprake van.’
Sinds februari, toen de Amerikaanse president Trump zijn ‘Rivièra-plan’ voor Gaza opperde, zegt Netanyahu dat alle Palestijnen daar beter kunnen vertrekken, wat zou neerkomen op een etnische zuivering. Mocht dat inderdaad het plan zijn, gaat dat Israël dan lukken?
‘Ik mag hopen van niet. Arabische landen werken er niet aan mee, een land als Egypte gaat de grens niet openen. Het probleem is: Gaza is onleefbaar, en Palestijnen willen méér dan alleen overleven. Kinderen willen naar school, mensen willen gezondheidszorg. Het is allemaal kapotgemaakt of weg. Dan krijg je een situatie waarin mensen zich gaan melden om te vertrekken. En dan gaat een Israëlische minister zeggen: ze wilden toch zelf weg? Maar zo werkt het internationaal recht niet. Als bezettingsmacht heb je de plicht alles overeind te houden.
‘Mijn laatste bezoek was aan Gaza-Stad (noordelijk Gaza, red.). Mijn Palestijnse collega’s drongen daarop aan en ik ben blij dat ik dat gedaan heb. Voor hen was dat symbolisch. Bewoners wordt namelijk door Israël verteld dat ze zuidwaarts moeten trekken. Maar de mensen die ik ontmoette, zeiden: we gaan niet weg, we blijven hier. Het zuiden, nabij de grens met Egypte, is waar de GHF voedsel uitdeelt. De angst onder veel Palestijnen is dat dat gebeurt als opmaat naar een gedwongen vertrek. Een one-way ticket.’
En als u de Israëliërs vraagt of dat de bedoeling is?
‘Dan wordt dat ontkend.’
Gelooft u dat?
‘Ik denk altijd: eerst zien, dan geloven.’
Begin deze week hield u een lezing op de Nacht van de Verlichting in Amsterdam, waarin u de biograaf van de Joodse schrijver en Holocaust-overlevende Abel Herzberg citeerde. ‘Het ging niet zozeer om gruweldaden. Het ging niet om de laatste stap, maar om de eerste. Want dan komen de gruweldaden vanzelf.’ Is er wat u betreft een genocide gaande?
‘Dat is niet aan mij om vast te stellen. Dat moet langs juridische weg lopen, via het Internationaal Gerechtshof. Maar ik vind het belangrijker wat we met eigen ogen zien. Gaza is veranderd in een dystopie. De levens van mensen zijn ofwel vernietigd, of het dagelijks leven wordt hun onmogelijk gemaakt. Dat is wat mij raakt.
‘Elke VN-lidstaat heeft de plicht ervoor te zorgen dat het internationaal recht wordt nageleefd. Ik denk dat lidstaten bij zichzelf te rade moeten gaan: gebruiken we alle instrumenten die we hebben? Er moet druk komen op de strijdende partijen om tot een staakt-het-vuren te komen, de gegijzelden moeten vrij en er moet een duurzame, politieke oplossing komen.’
Één van die lidstaten is Nederland. PvdA-GroenLinks bepleitte bij monde van Kamerlid Kati Piri een volledig wapenembargo tegen Israël. Bij Buitenhof suggereerde u onlangs dat ‘andere middelen’ effectiever zouden zijn en dat zo’n embargo de Israëlische bevolking ‘tegen Europa in het harnas zou jagen’. Wat bedoelde u daarmee?
‘Ik heb aan die opmerkingen bij Buitenhof niets toe te voegen. Ik ben niet zo met Nederland bezig. Tot uitspraken over de nationale politiek wil ik me niet laten verleiden.’
U zou onlangs bij een door Frankrijk en Saoedi-Arabië georganiseerde conferentie, afgelast vanwege de oorlog tussen Israël en Iran, zijn over de tweestatenoplossing. Heeft dat nog zin?
‘Het is een van de laatste pogingen om een proces dat op sterven na dood is, nieuw leven in te blazen. Politiek is dat de juiste weg. Maar als je naar de retoriek in Israël kijkt en naar de daden, dan zie je dat men daar absoluut niet in geïnteresseerd is.
‘En ook onder jongeren zie ik totaal andere initiatieven. De Israëlisch-Palestijnse organisatie A Land for All bijvoorbeeld zegt: er moet één staat komen met rechten voor iedereen. Wat het uiteindelijk wordt, één staat of twee staten, is overigens niet aan de VN om te bepalen.
‘Mijn huidige functie, gezant voor het vredesproces, komt voort uit de Oslo-akkoorden (jaren negentig, red.), toen er nog een droom was van een pad naar een tweestatenoplossing. De VN werden daarbij serieus genomen. Dat is niet langer vanzelfsprekend. Op een gegeven moment moet je je afvragen: past de vorm nog bij de functie?’
Oftewel: die functie kan beter opgeheven worden.
‘Ja, in mijn ogen wel. Als er geen sprake is van een vredesproces, moet je de functie ook anders gaan invullen. Als het gaat om vrede en veiligheid, zullen de VN zichzelf echt moeten hervormen.’
In de eerdergenoemde lezing zei u ook dat het internationaal recht wordt behandeld als een ‘sta-in-de-weg’. Is er bij u iets geknakt?
‘Nee, dat denk ik niet. Maar ik constateer dat het recht met de mond wordt beleden, terwijl de werkelijkheid een heel andere is.’
Hoe heeft dat kunnen gebeuren?
Na enig nadenken: ‘Misschien hebben we de verworvenheden van vrede en veiligheid te lang voor lief genomen. En het heeft te maken met de tijdgeest. Populistische buitenlandpolitiek begint bij het mantra: ‘Eigen volk eerst’, wie dat eigen volk dan ook moge zijn. Het is er weer ingeslopen.’
Luister hieronder naar onze podcast de Volkskrant Elke Dag. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant