Home

Wie echt wat wil leren over leiderschap, kan beter met een groepje vrienden naar een festival

‘Kneecap zo, op One’, wist de kennis met het malle petje. We krabbelden met z’n tienen op, van het stoffige kleedje, richting hoofdpodium. ‘Maar dan mis je zo wel het begin van Witch, helemaal in The Secret’, waarschuwde kennis van petje. Die maakte daarmee een valide punt, wat even later leidde tot een zich gemoedelijk verwijderend subgroepje.

Op Best Kept Secret, twee weken geleden, werd het me helder: het zijn niet de artiesten of de podia die de hart van een festival vormen, maar de volgers. Groepjes, vaak vrienden van vrienden van vrienden, die zich laten leiden door die ene maat met het blokkenschema. Daar in Hilvarenbeek splitsten we voortdurend af, ontdekten we zo nieuwe muziek, maakten we nieuwe vrienden – vaak voor één dag – en slaagden zo voor de snelcursus fomo-detox. Want de bandjes die ik door de files zou missen, daar maakte ik me op de eerste festivalmiddag al snel geen zorgen meer over. Jammer ja, heel jammer. Relax.

Over de auteur

Nathan Vos is coach, historicus en schrijver. In de maand juni is hij gastcolumnist op volkskrant.nl/opinie.

Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier meer over ons beleid.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.

Onderzoek laat zien dat festivals meer doen dan alleen vermaken. Het gedeelde ritme, de informele interactie en spontane subgroepjes versterken mentale gezondheid: we voelen ons socialer, betekenisvoller en meer verbonden. Elkaar volgen, soms een beetje leiden. Geen chaos, wel vertrouwen. En acceptatie van het onvermijdelijke: als we naar The Pill wilden, misten we Kae Tempest. Volgen is geen onderdanigheid. Het is een vaardigheid, een voortdurende les in aandacht, bescheidenheid, weten wanneer je moet bewegen of juist wachten. Wie goed volgt, creëert ook ruimte voor zichzelf, omdat je ziet wat nodig is.

Maar buiten de festivalhekken, belandden we snel weer in een cultuur die leiderschap verheerlijkt. Op werk, op school, op sociale media: loop voorop, wees een baas, pak je podium. LinkedIn – in deze context het omgekeerde van een muziekfestival – loopt over van leiderschap. Vision quests op Afrikaanse steppes of Nepalese bergen, masterclasses met gouden logo’s – aftrekbaar van de belasting, te beleven in goedbetaalde management-uren. Leiderschap is een marketingproduct geworden, vergelijkbaar met dat van finfluencers en fitnessgoeroes.

We hebben leiderschap nodig. Maar te veel nadruk op leiden, botst met ons oerbrein. Evolutionair psycholoog Mark van Vugt wees er in 2016 al op, in zijn boek Mismatch samen met Ronald Giphart, dat leiderschap al millennia bestaat, maar onder tijdelijke hiërarchie: jagers aan het hoofd bij de jacht, krijgers bij conflict, vredestichters bij dialoog. Onze hersenen zijn niet gebouwd voor permanente top-down controle, alleen voor wisselend leiderschap én volgen.

Slecht leiderschap ontstaat waar niemand durft te volgen. Waar micromanagement en controle heersen, en/of vertrouwen ontbreekt. Dat ontmoedigt eigenaarschap: werknemers voelen zich niet verantwoordelijk. Gallup meldde in 2024 dat nog maar 23 procent van de medewerkers zich écht betrokken voelt – een teken dat leiderschap vaak faalt.

Organisaties kunnen gevangenissen worden van papieren waarheden, hr-trajecten en externe leiderschapsprogramma’s on the side. Het is vaak de manager die onbewust het eigenaarschap van het team in de weg zit, gevangen of juist de weg kwijt in regels, controle en micromanagement. Dat terwijl goed eigenaarschap juist ontstaat binnen kleine, stabiele teams met betekenisvolle verbinding, gezonde autonomie en vertrouwen.

Op festivals werkt dat moeiteloos. Je volgt iemand naar een tentje, dan leidt een ander je naar een bandje, je komt een oude studiemaat tegen bij de frietkraam. Die huppelt achter je aan, omdat ze op The Floor uit hun plaat gaan op Italo Disco. Het model is simpel: geven en nemen wisselt. Volgen en leiden wisselt. Het stroomt.

Ook ik voel de neiging om te leiden – het levert controle, overzicht, gezag. Maar werkelijk ‘lid zijn’ van de groep? Dat vraagt om durf. De Nieuw-Zeelandse politica Jacinda Ardern, die de afgelopen weken bejubeld werd naar aanleiding van haar recente boek De Nieuwe Macht, laat zien dat empathisch leiderschap werkt. Dat je niet hoeft te domineren om richting te geven. Dat luisteren, empathie en volgen je verleiden tot het nemen van betere besluiten.
Kortom, we kunnen het festivalmodel een beetje overnemen, op de werkvloer, in de klas, in de politiek. Opnieuw leren bewegen zonder domineren, openstaan voor het onverwachte en ruimte geven zonder meteen in te grijpen. Leiderschap even laten sudderen tot de gewenste dichtheid.

En ja, festivals zijn elitair – niet iedereen heeft er de ruime voor. Maar het principe is universeel: vrijheid in verbondenheid levert veel meer op dan vrijheid in je eentje, of verbinding onder druk.

Dus als jullie me zoeken: ik ben volgend weekend bij Rock Werchter. Ongetwijfeld bij mij nog onbekende bandjes, maar op zaterdag in ieder geval in The Barn. Mijn festivalvrienden – voornamelijk metalheads – heb ik voorspeld dat ik diepe emoties ga tonen bij Bright Eyes (die leverde ooit het liedje voor mijn huwelijk), daarna bij Beth Gibbons en daarna bij Elbow. Zij zijn even mijn leiders en ik heb niet de illusie dat al mijn vrienden volgen. Ik maak links en rechts vast vrienden voor één dag, acht meter voor de geluidsman, midden vooraan.

Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next