De Pride in Boedapest gaat zaterdag door, ondanks een verbod van Orbáns regering. Er is veel internationale aandacht voor het evenement. Maar het verbod maakt deel uit van een breed offensief tegen iedereen die afwijkt van de regeringslijn, nu Orbán een jaar voor de verkiezingen onder druk staat van nieuwe uitdager Péter Magyar. Hoelang pikken de Hongaren het nog?
is correspondent Centraal- en Oost-Europa van de Volkskrant. Hij woont in Warschau.
Eigenlijk is de Pride heel simpel, zegt voormalig wereldkampioen boksen Renáta Dömsödi. ‘We lopen van de ene plek naar de andere om te laten zien dat we bestaan. Dat is alles.’ De 50-jarige atlete is nog altijd in de boksring te vinden, in haar eigen sportschool in Boedapest. Aan de muur hangen onder meer Mohammed Ali en een regenboogvlag. Komende zaterdag is Dömsödi net als vorige jaren op de straten van de Hongaarse hoofdstad te vinden, samen met veel van haar vrienden. ‘Ook hetero’s.’ Wel zijn mensen angstig, zegt ze. ‘Bang voor wat er kan gebeuren. We vertrouwen de regering niet.’
Want in het Hongarije van Viktor Orbán zijn weinig zaken simpel. Dit jaar verbiedt de regering de Pride, een unicum in de dertigjarige geschiedenis van het evenement dat afgelopen jaren veel bekijks trok, juist omdat lhbti-rechten zo onder druk staan in Hongarije. Gergely Karácsony, de burgemeester van Boedapest, is niet voor één gat te vangen en organiseert samen met de Pride alsnog een bijeenkomst die in het teken staat van vrijheid – genaamd ‘Budapest Pride’. De politie geeft geen toestemming, maar Karácsony noemt dit ‘irrelevant’, omdat het om een gemeentelijk evenement gaat en dus buiten de demonstratiewetgeving valt.
Karácsony en de organisatoren staan in hun recht, maar het is vooralsnog onduidelijk wat de politie zal doen. Volgens de nieuwe Hongaarse wetgeving hangt deelnemers van een verboden Pride-betoging een boete van omgerekend 500 euro boven het hoofd. Voor de organisatoren dreigt een celstraf. Ook kan de politie volgens de wet gezichtsherkenningstechnologie inzetten om demonstranten achteraf te traceren. De regering zaait nog altijd twijfel: zo stuurde ze een brief naar ambassadeurs om hen te waarschuwen voor deelname aan een ‘verboden’ demonstratie (onzin, schreef de organisatie in een eigen brief).
Er vindt een tegendemonstratie plaats van extreemrechtse groepen, onder de paraplu van Mi Hazánk (Ons Vaderland), de enige politieke partij die nog rechtser is dan Fidesz. Zij dreigen langs dezelfde route te demonstreren en roepen de politie op om in te grijpen. Anders doen ze het zelf, zei de vicepresident van de partij. Het doel is duidelijk om mensen te ontmoedigen.
Zaterdag worden evengoed duizenden mensen uit binnen- en buitenland verwacht, die zich niet laten afleiden door de juridische dwaallichten van de regering Orbán. Onder hen ook diplomaten, ongeveer zeventig Europarlementariërs en Karácsony’s ambtgenoot Femke Halsema. Dat is belangrijk, zegt ook Dömsödi, die haar talenten demonstreert op een boksbal. In de ondergrondse gymzaal weerklinken doffe echo’s van de klappen. ‘In de afgelopen vijftien jaar is de regering almaar extremer geworden. Ze overschrijdt altijd grenzen, om te kijken hoe ver ze kan gaan. Als wij dat toestaan, zullen ze nog verder gaan.’
De regering van Orbán gebruikt lhbti’ers stelselmatig als zondebok, en de ‘cultuuroorlog’ als afleiding voor binnenlandse problemen als grootschalige corruptie en de sputterende economie. Het verbod op de Pride komende zaterdag vloeit voort uit een eerdere wet uit 2021, die onder het mom van ‘kinderbescherming’ alles wat met lhbti te maken heeft uit de buurt moeten houden van minderjarigen. Een van de gevolgen is dat sommige boeken met homoseksuele of trans personages in winkels in folie worden gewikkeld en apart gelegd. Sinds de wetswijziging in maart heeft deze wet voorrang op de vrijheid van vereniging.
‘Pride-verbod’ is daarom een te smalle en onjuiste karakterisering van wat er in Hongarije aan de hand is, zegt András Léderer van het Hongaarse Helsinkicomité (HHC), de oudste mensenrechtenorganisatie in het land. ‘Het is een verbod op elke publieke demonstratie waar kinderen in contact kunnen komen met lhbti-gerelateerde inhoud.’ Samen met drie andere ngo’s probeerde het HHC demonstraties met verschillende thema’s te organiseren om af te tasten hoe de nieuwe wet wordt toegepast. Elke bijeenkomst werd verboden, waaronder een protest voor het demonstratierecht zonder ook maar een enkele verwijzing naar lhbti’ers. Daarmee is de wet een middel geworden om onwelgevallige demonstraties te verbieden, stelt Léderer.
Hij plaatst de maatregel binnen een context van razendsnelle escalatie en intimidatie vanuit de regering. Het parlement nam onlangs een wet aan die Hongaarse burgers met een dubbele nationaliteit het staatsburgerschap kan ontnemen als zij een ‘bedreiging voor de openbare orde, openbare veiligheid of nationale veiligheid’ vormen. Ook is er een wetsvoorstel dat de financiering van onafhankelijke media en ngo’s moet surveilleren en inperken, die het Helsinkicomité de ‘uithonger- en wurgwet’ noemt. ‘In enkele maanden tijd zien we een staccato van de meest autocratische stappen die ooit binnen de EU zijn genomen’, zegt Léderer.
Er lijkt een nieuwe fase te zijn aangebroken in de repressie van regeringscritici. Teken aan de wand was een toespraak van Orbán op 15 maart, een nationale feestdag. ‘De stinkwantsen hebben de winter overleefd’, sprak hij, verwijzend naar ‘politici, rechters, journalisten, nep-ngo’s en politieke activisten’. Hij riep op tot een ‘voorjaarsschoonmaak’. ‘We zullen het gehele schaduwleger verdrijven.’ Drie dagen later werd de Pride verboden.
‘Het autoritaire pad van Hongarije is in een versnelling geraakt’, zegt András Bíró-Nagy, directeur van denktank Policy Solutions. De verklaring is dat ‘de macht van Orbán in vijftien jaar niet onder zo veel druk stond als nu’. Won zijn partij Fidesz elke verkiezing vanaf 2010, bij de parlementsverkiezingen volgend voorjaar is dat allerminst zeker. Orbán heeft een nieuwe en schijnbaar onstuitbare uitdager: de centrumrechtse populist Péter Magyar en diens partij Tisza. In recente peilingen krijgt hij 51 procent van de stemmen, tegenover 36 procent voor Fidesz. Uit hetzelfde kiezersonderzoek bleek dat twee derde van de Hongaren een regeringswissel verlangt.
Om de onvrede te begrijpen, moet je naar alle elementen van de Hongaarse samenleving kijken, betoogt Bíró-Nagy. Niet enkel naar de democratische erosie, hetzes tegen lhbti’ers en de frontale aanval op media en ngo’s, maar ook naar de slechte staat van de Hongaarse economie. ‘Het geloof dat de regering kan leveren is aan het wegebben.’ Een nieuw rapport van zijn denktank toont aan dat de liefde voor Orbán en Fidesz aan het bekoelen is. Inflatie is hoog en de economie stagneert. Daarbij is bevriezen van EU-fondsen wegens corruptie en de uitholling van de rechtsstaat essentieel geweest, zegt Bíró-Nagy. ‘We zien nu dat de Hongaarse economie zonder EU-fondsen kan overleven, maar zich niet kan ontwikkelen.’
Maatregelen om de economische pijn te verzachten, zijn een doekje voor het bloeden – gepensioneerden krijgen nu voedselbonnen van de overheid. Er is een politieke dynamiek ontstaan waarin Orbán ‘begrijpt dat hij op een fundamenteel gebied als de economie weinig kan uitrichten voor de verkiezingen’. Dit is precies het terrein waarop Magyar hem uitdaagt. Zijn campagne richt zich op corruptie en de ‘erbarmelijke sociaaleconomische realiteit’ van Hongarije, zegt Bíró-Nagy: slechte zorg, onderwijs, publieke voorzieningen. Orbán probeert de aandacht te verleggen: interne vijanden (media, ngo’s, oppositie), externe vijanden (de EU en Oekraïne), ‘cultuuroorlog’ – en daarmee zijn we terug bij de Pride.
Bokser Renáta Dömsödi beseft dat lhbti’ers inzet zijn van een politiek spel, een zondebok. Maar dat maakt de Pride niet minder belangrijk. Evenmin maakt dit het leven in Hongarije makkelijk. Ze heeft vrienden die al met de noorderzon zijn vertrokken. ‘Zelf wil ik ook weg. Maar mijn vriendin is advocaat, ze wil niet in het buitenland helemaal opnieuw beginnen.’ Het is een innerlijke worsteling, zegt ze. ‘Ik houd ervan om Hongaars te zijn. Ik houd van mijn leven hier. Dat zou ook het enige moeten zijn dat telt: dat je onderdeel bent van dit land, deel van de gemeenschap, dat je netjes belasting betaalt. In plaats daarvan is de regering alleen geïnteresseerd in mijn seksleven – wat niemand iets aangaat.’
Samen met haar vriendin heeft ze een zoontje van 7. Ze hebben opzettelijk geen geregistreerd partnerschap. Deels om principiële redenen. ‘Ik wil gelijke rechten als heterostellen, geen kruimels.’ Maar ook omdat dit betekent dat je bij de overheid staat geregistreerd. ‘Wat als er straks een wet komt waardoor kinderen met gay ouders worden geweerd van bepaalde scholen?’ Desondanks laat ze zich niet tegenhouden. ‘Boksen maakt je taai.’ De afgelopen weken demonstreerde Dömsödi al meermaals tegen het Pride-verbod, in een zebrapak – een verwijzing naar de zebra’s die zijn aangekocht voor bij Orbáns opulente paleis buiten de hoofdstad.
Ook de week voor de Pride is er zo’n kleinschalige demonstratie, die wekelijks wordt georganiseerd door corruptiebestrijder en onafhankelijke oppositiepoliticus Ákos Hadházy. Hij ageert tegen het verbod op de Pride en de uitholling van burgerrechten. Een kleine maar toegewijde groep demonstranten komt eropaf. Gábor Drzsi (49) heeft een groot bord van Viktor Orbán, met een dikke streep erdoorheen. Hij is tegen de regering, die hij omschrijft als ‘criminelen’. Zijn onvrede is ook economisch – ‘de prijzen zijn verdubbeld’. Komende zaterdag is hij ook van de partij. ‘Ik ben niet gay. Maar ik ga demonstreren. Dit gaat om vrijheid.’
Voor lerares Frans en Engels Annamária Molnár (28) snijdt het mes zaterdag aan twee kanten. Ze is biseksueel, vrijwilliger bij de Pride en maakt ook deel uit van de ‘levende bibliotheek’, waar mensen hun levensverhaal delen met voorbijgangers. Zij vertelt over haar beperking, waardoor ze in een rolstoel zit. Ook overstijgt de Pride dit jaar de strijd om gelijke rechten voor lhbti’ers, stelt ze, het gaat om de burgerrechten van iedereen. Ze hoopt dat haar landgenoten dit inzien, hoewel dat niet vanzelfsprekend is. ‘Hongarije is een heel individualistisch land.’ Haar ouders weten bijvoorbeeld niet dat ze gaat. ‘Mijn vader is groot fan van Trump. Ik wil deze discussie niet met ze voeren.’
Grote afwezige op de Pride komende zaterdag is de oppositiebelofte van Hongarije: Péter Magyar. Hij heeft weliswaar gezegd dat ‘wanneer wij aan de beurt zijn, iedereen kan leven zoals ze willen en liefhebben wie ze willen’, maar verder is hij stil over het thema en extrapoleert de discussie naar het demonstratierecht. Zijn partij Tisza ging niet in op interviewverzoeken van de Volkskrant. Het verbod op de Pride is een ‘politieke val’ voor Magyar, zegt analist Bíró-Nagy, een poging van de regering om hem af te schilderen als een progressieve stadskandidaat en zijn opmerkelijke succes op het Hongaarse platteland de wind uit de zeilen te nemen.
Een treurige politieke realiteit. ‘Zie ik graag dat de meest invloedrijke oppositiepoliticus zich uitspreekt over mensenrechten? Ja’, zegt Léderer van het Helsinkicomité. ‘Is het realistisch? Nee. Magyar hoeft ook niet zaterdag te winnen, hij wil volgend voorjaar winnen. Alles is daaraan onderschikt.’ Lerares Molnár is ‘over het algemeen’ niet gecharmeerd van politici, maar ze begrijpt waarom Magyar stil blijft. ‘Ik hoop dat hij later de lhbti-gemeenschap ook omarmt. Maar nu is het belangrijker dat hij ons van Orbán verlost.’
Voor Boedapest ligt een roerige dag in het verschiet. Léderer van het Helsinkicomité verwacht dat er veel mensen op de been zullen zijn, ook Hongaren die normaal gesproken niet naar een Pride zouden gaan. Dat is een verschuiving. ‘Voorgaande jaren slaagde de regering erin om met chirurgische precisie bepaalde groepen aan te vallen en uit te sluiten’, zoals lhbti’ers, migranten of journalisten. Orbáns escalatie van afgelopen weken lijkt nu mensen samen te binden. ‘Het is iets veel groters geworden.’
Een van de wezenskenmerken van Orbáns Hongarije is intimidatie van opponenten door middel van wetten die wel worden aangenomen, maar zelden of inconsequent worden gehandhaafd. De dreiging zelf is voldoende. Als mensen zich daar niets meer van aantrekken, staat de legitimiteit van de overheid op het spel. Léderer haalt een uitspraak van Orbán zelf aan, die eind jaren tachtig – toen hij nog een vrijheidsstrijder tegen het communisme was – zei dat zodra mensen een regime niet meer serieus nemen, het op zijn laatste benen staat.
Het is een ‘riskante periode’, zegt Léderer. De periode tot de verkiezingen is een ‘breekpunt’ voor Hongarije. ‘Zoals een mens niet jonger kan worden, kan een ‘illiberaal’ regime niet meer liberaal worden. Het enige pad is meer autocratie, meer escalatie.’ Annamária Molnár vindt het, heel eerlijk, ook wel ‘spannend’ komende zaterdag. Ze heeft vrienden die bang zijn. ‘Maar we hebben ook de verantwoordelijkheid om ons uit te spreken voor gelijke rechten. Om jezelf te mogen zijn, om te laten zien dat we er zijn en dat we niet weggaan.’ Waar maakt Orbán zich nu eigenlijk druk om? ‘Het is gewoon een parade.’
Luister hieronder naar onze podcast de Volkskrant Elke Dag. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant