Demissionair staatssecretaris Mariëlle Paul (VVD, Emancipatie) loopt toch niet mee in de Budapest Pride. Ze noemt de situatie rond te mars te onduidelijk voor haar "als vertegenwoordiger van het Nederlandse kabinet".
In Hongarije werd dit jaar de Pride-mars bij wet verboden, en de rechten van lhbti'ers in het land verder werden ingeperkt.
Paul is in Boedapest, om namens het kabinet Hongarije aan te spreken op het niet nakomen van Europese afspraken over mensenrechten. "En natuurlijk om deelnemers aan de Pride een hart onder de riem steken."
Dat ze nu toch niet meeloopt heeft ermee te maken dat deelnemers de kans lopen opgepakt te worden. "Ik had al eerder aangegeven dat ik mijn afweging zou maken op basis van de situatie rond de mars."
Het verbod vam de Pride-mars heeft tot boze reacties uit Europese hoofdsteden geleid en ervoor gezorgd dat demonstranten en hoogwaardigheidsbekleders uit alle hoeken van het continent meedoen. Vertegenwoordigers van ambassades en zeventig Europarlementariërs lopen mee. Ook burgemeester Halsema van Amsterdam en Tweede Kamerlid Dassen (Volt) zijn erbij.
De progressieve burgemeester van Boedapest, een tegenstander van premier Orbán, heeft altijd gezegd dat hij het evenement gewoon door laat gaan. Hij herhaalde dat na het nieuws dat de Hongaarse politie de mars verbood.
De politie zei toen dat het onvermijdelijk is dat minderjarigen tijdens het lhbti-evenement in aanraking komen met uitingen die in strijd zijn met de wet.
Volgens Paul heeft ze toch wat bij kunnen dragen aan de situatie in Hongarije. "Met gesprekken met de organisaties achter de Pride, met mensenrechtenorganisaties, met de burgemeester en met eurocommissaris Hadja Lahbib. Zo heb ik namens het kabinet een heel duidelijk signaal afgegeven: dat Hongarije zich heeft te houden aan harde Europese afspreken over waarden. Dat je in heel Europa mag zijn wie je bent en mag houden van wie je wilt."
Buitenland
Deel artikel:
Advertentie via Ster.nl
Source: NOS nieuws