Home

‘Vroeger werd er om Cindy gevochten’, riep Lange Martijn enthousiast

Mijn kroegvrienden en ik stonden in een klont bij elkaar aan de bar, omringd door lawaaiige jongeren. Het ge zelschap achter ons was aan het uitdijen, hun stoelen raakten de achterkant van onze benen. Dit café was erger dichtgeslibd dan mijn aderen. Maar het publiek moet wel verjongen, anders sterft het uit. Er is er onlangs nog eentje doodgegaan, een fabulerende witbierdrinker.

Er kwam een tafeltje vrij met voldoende stoelen en iedereen ging er zitten. Maar ik nog niet, want verderop stonden twee bekenden die ik niet zo vaak zie. Een van hen was Lange Martijn.

Columnist Cindy Hoetmer is schrijver van ‘autobiografische non-fictie’. Haar vierde boek Goed, naar omstandigheden verscheen in 2022.

Lange Martijn heet niet zo omdat hij uitzonderlijk lang is, maar omdat er te veel Martijns bestaan.

Tussen eind jaren zestig en begin jaren zeventig werden bovengemiddeld veel baby’s Martijn genoemd. Onder vrouwen zijn Mariekes talrijk, dus die hebben ook vaak een bijvoegsel. Baby’s die Martijn of Marieke heetten waren toen net zo modieus als oranje geverfde deuren, sisal vloerkleden en partnerruil.

Mijn ouders vlogen uit de bocht toen ze mij Cindy noemden (een naam die alleen ooit populair is geweest als artiestennaam van prostituees) maar toen mijn broertje een paar jaar later geboren werd kozen ze gewoon voor Martijn, zoals de mode van die tijd dat voorschreef. Vermoedelijk was ik gelukkiger geweest als een van de Mariekes.

‘Wat is je haar natuurlijk gekleurd’, zei Lange Martijn ter begroeting.

Complimenten zijn ook niet meer wat ze waren. Maar het is waar, mijn haarkleur oogt natuurlijk.

Ik herinnerde me de avond vaag. Er was een man waarvan ik vermoedde dat er iets mis mee was, misschien drugs of psychische problemen, maar hij was ook erg knap dus het leek me geen kwaad kunnen om er even mee te zoenen. De vechtpartij had verder niets met mij te maken, de man was vervelend, werd eruit gezet en verzette zich daartegen.

Over onze columns
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtijnen.

Lange Martijn is typisch. Hij komt een beetje wezenloos over en zegt graag gênante dingen. Hij schroomt niet om midden in een gesprek opeens iets te zeggen over het schaamhaar van zijn vriendin. Het maakt mij niet uit; mensen met wie ik praat hoeven niet per se normaal te zijn, zolang ze maar niet zwijgzaam of pocherig zijn.

Naast zijn talent om gesprekken ongemakkelijk te maken, heeft Lange Martijn nog een opvallende eigenschap: hij onthoudt alles over iedereen. De man is een wandelend stadsarchief; triviale historische gebeurtenissen uit onze gemeenschappelijke vriendenkring rollen continu uit zijn mond.

Ik bestelde drie bier en de barman gaf ze aan. Het was niet een van de jongens en meisjes die er meestal staan op vrijdagavond, maar iemand van mijn leeftijd met een indrukwekkend aantal dienstjaren.

‘Ik herinner me nog dat vechtpartijtje, en dat jij een bloedneus had’, zei Lange Martijn tegen de barman.

De barman glimlachte professioneel en pakte een wijnglas om te poetsen.

‘Weet je nog, Cindy?’, vroeg Lange Martijn. ‘Die man met die sproeten. Ze vochten om jou.’

Op het moment van de vechtpartij, een jaar of honderd geleden, was ik nogal dronken.

‘Vroeger werd er om Cindy gevochten’, riep Lange Martijn enthousiast tegen willekeurige mensen aan de bar. Dat was dus niet waar, maar het gaf me toch een prettig idee dat twee tonic-drinkende vrouwen dat nu wel geloofden.

Die nacht droomde ik dat er vijf mannen om me vochten, niemand van hen had sproeten. Toen ik wakker werd had ik het warm.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Lees hier alle artikelen over dit thema

Source: Volkskrant columns

Previous

Next