Home

Het mag officieel allemaal niet, volgens de islamitische wetten in Iran, maar mensen doen het toch

Thomas Erdbrink doet opnieuw verslag uit Teheran, waar hij jarenlang werkte als correspondent voor Nederlandse en internationale media.

Na zonsondergang door Teheran rijden in de zomer is altijd een avontuur. Van alle kanten schieten de auto’s je voorbij, vaak met keiharde muziek uit de ramen. Scooters scheren langs met meisjes achterop, hun haren wapperend in de wind. Sinds de grote protesten tegen de verplichte hoofddoek zie je ook steeds vaker jonge vrouwen zelf de motorfietsen besturen.

Het mag officieel allemaal niet, volgens de islamitische wetten, maar mensen doen het toch. Omdat ze het willen.

Iedereen in Iran is al lang klaar voor veranderingen, iedereen behalve de mannen aan de macht. En voor hen is de oorlog weer een reden om de teugels aan te trekken.

Nu, na de Israëlische bombardementen, zijn de straten van Teheran leeg, donker en verlaten. We zijn op weg naar het huis van een bevriende filmregisseur. Onderweg komen we twee controleposten tegen met mannen in camouflagepakken en AK-47-machinegeweren om hun nek. Ze zijn op zoek naar spionnen. Met een zaklamp schijnen ze de auto in. Ik heb mijn paspoort met visum in mijn zak, maar niemand vraagt ernaar.

Newsha, mijn vrouw, heeft demonstratief haar officieel verplichte hoofddoek af, de mannen bij de controlepost zeggen er niets over. Ze zijn nu bezig met nationale veiligheid. Maar de checkpoints en machinegeweren zijn ook machtsvertoon naar de gewone mensen toe. De boodschap is: ‘Wij zijn de baas, haal je niets in je hoofd.’

In de jaren dat ik hier woon, heb ik de straten van Teheran en andere steden zien opleven. Klein verzet tegen strenge leefregels. De verplichte hoofddoek gaat af, westerse muziek is overal te horen en Iraniërs dansen op straat bij elke gelegenheid. Dingen die volgens de wet niet mogen, maar die mensen gewoon doen.

Want hoeveel moraalpolitie heb je nodig om negentig miljoen mensen te laten leven zoals een staat het voorschrijft? Nooit genoeg, zeker niet als de meerderheid iets anders wil. Stapje voor stapje, soms met dodelijke protesten – zoals tegen de verplichte hoofddoek in 2022 – en individueel tegengas, vinden de Iraniërs hun pad vooruit.

We komen aan bij onze vrienden. Op tafel ‘arak’, lokaal gestookte drank, chips, yoghurt en kleine komkommertjes. Iedereen heeft talloze verhalen over de afgelopen dagen. Morvarid, die net moeder is geworden, laat de voiceberichten uit haar familie-app horen van de nacht van de aanval, vrijdag 13 juni. Eerst gaat het over hoe gezellig een diner was geweest. Dan opeens een bericht van haar nicht: ‘Jongens, ik hoor ontploffingen, wat is er aan de hand?’

Het gaat ook over wat er komen gaat. Velen aan tafel vrezen meer onderdrukking. De staat heeft met veel bombarie de ‘overwinning’ uitgeroepen. De wetten die bepalen wanneer iemand spion is, worden verruimd, en er zijn berichten dat er al zevenhonderd mensen zijn opgepakt en verschillende ‘spionnen’ geëxecuteerd. Of dit mensen zijn die onwetend een pakketje hebben vervoerd of dat zij echte 007’s zijn, er is niemand die het weet.

En dan zijn er grote vragen die iedereen aan tafel heeft. ‘Hoe kunnen we nou hebben gewonnen als we de Israëlische vliegtuigen niet konden stoppen?’, zegt Amir. ‘In plaats van Israëlische spionnen te vangen, gooiden ze vrouwen in de gevangenis omdat die hun hoofddoek niet droegen’, vindt Morvarid. ‘Wat heeft het nucleaire programma ons gebracht, anders dan verdriet?’, besluit Afshin.

De onvrede in Iran was al heel lang groot, over de onderdrukking, maar ook de corruptie, de sancties en de slechte economie. Nu komt de oorlog daar nog bij. Tijd, die grote constante in het leven, brengt altijd verandering. De vraag is alleen: hoe en wanneer?

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant columns

Previous

Next