Home

In de tuin, op straat of in de bus: Oekraïense burgers zijn steeds vaker slachtoffer van bewuste Russische aanslagen met ‘cameradrones’

Oorlog in Oekraïne In de frontlijnregio’s in Oekraïne zien VN-onderzoekers een toename van het aantal burgerslachtoffers van Russische aanvallen met kleine cameradrones.

Een op afstand bestuurbare drone, met camera en explosief, in de Oekraïense regio Zaporizja.

Ze mikken op bussen en particuliere auto’s, of mensen die in hun tuin werken. Ze jagen op burgers op weg naar de markt, of op de fiets naar hun werk. Of ze vallen mensen aan die op straat een praatje maken met hun buren. Korteafstandsdrones met kleine explosieven, die dankzij een camera kunnen worden bestuurd door Russische militairen op afstand, vormen een steeds grotere plaag voor nietsvermoedende burgers en hulpverleners in plaatsen dicht bij de frontlinies in Oekraïne.

Volgens het nieuwe rapport Deadly Drones, uitgebracht door de mensenrechtenorganisatie van de Verenigde Naties, vallen sinds de grootschalige Russische invasie in 2022 elke maand meer doden en gewonden door aanvallen met deze projectielen, die vaak worden aangeduid als first person view (fpv)-drones. In totaal kwamen hierdoor tot en met april van dit jaar ten minste 395 burgers om het leven, terwijl 2.635 anderen gewond raakten.

Sommige van deze aanvallen kunnen volgens de VN-missie die de mensenrechtensituatie in Oekraïne in kaart brengt (HRMMU), worden beschouwd als bewuste aanvallen op burgers, een oorlogsmisdaad. Niet alleen vallen er slachtoffers en wordt de bewegingsvrijheid van de toch al zwaar getroffen burgers ernstig beperkt, de aanvallen bemoeilijken ook het werk van hulpverleners in die gebieden. Volgens het rapport zijn er zeker 29 gevallen bekend van drone-aanvallen op duidelijk gemarkeerde ambulances en andere hulpverleners, waarbij artsen, paramedici, patiënten en chauffeurs slachtoffer werden. Steeds vaker worden hulpverleners door Russische drones aangevallen terwijl zij burgerslachtoffers behandelen van een aanval die kort daarvoor was uitgevoerd.

Aanval op evacuatievoertuig

Op 6 oktober vorig jaar werden twee auto’s, herkenbaar als humanitaire evacuatievoertuigen, aangevallen terwijl zij hielpen bij de evacuatie van dorpsbewoners in de buurt van het front in de regio Donetsk. Een vrijwilliger kwam daarbij om het leven, een andere raakte gewond.

Opvallend is dat de VN-onderzoekers hun onderzoek mede baseerden op de analyse van meer dan honderd video’s van Russische aanvallen op Oekraïners in de zuidelijke regio Cherson, die veruit het zwaarst wordt getroffen door deze vorm van droneterreur; de videobeelden werden van Russische sociale media geplukt.

Inwoners van de stad Cherson, aan de Dnipro-rivier en pal ‘tegenover’ de bezetter aan de overkant, zeggen zich soms onderdeel te voelen van een ‘menselijke safari’ van de Russen. Zoals de Oekraïense moeder Anastasia, die vorig jaar vertelde hoe zij op de fiets was aangevallen door een drone met een granaat, waarna zij de video van de aanval – voorzien van een knipoog-emoji – terugzag op een Russisch platform.

De toename van het aantal droneslachtoffers onder burgers, vooral sinds vorige zomer, is mede toe te schrijven aan de enorme vlucht die het gebruik van deze projectielen in deze oorlog heeft genomen. In sommige maanden veroorzaken deze kleinere drones – niet te vergelijken met de Russische Shahed-kamikazedrones die honderden kilometers overbruggen met tientallen kilo’s aan explosieven – meer slachtoffers dan „zwaardere wapens als raketten, artillerie en vliegtuigbommen”, aldus de VN.

Kleine drones zijn individueel weliswaar minder verwoestend dan artillerie of raketten, „de enorme schaal en de toenemende frequentie van aanvallen met korteafstandsdrones maken ze tot een van de dodelijkste wapens in Oekraïne”, zei Danielle Bell, hoofd van de VN-missie in het land, vrijdag tegen The Kyiv Independent.

Door een open autoraam

Met deze geavanceerde drones, een tamelijk nieuw fenomeen in de oorlogvoering, kunnen behendige operators volgens de VN „met uitzonderlijke nauwkeurigheid” doelwitten identificeren en benaderen, inclusief rijdende voertuigen. Ze zijn zelfs zó accuraat, aldus de onderzoekers, dat een aanvaller een explosief „door het geopende raampje van een hard rijdende auto” kan krijgen.

De onderzoekers merken op dat die hightech-camera’s er „in principe” juist voor zouden moeten zorgen dat de aanvallers een onderscheid kunnen maken tussen civiele en militaire doelen, maar dat de wapens desalniettemin worden ingezet tegen burgers „bij wie niets erop wijst dat zij direct deelnemen aan de vijandelijkheden”.

De drones zijn de afgelopen jaren niet alleen geavanceerder geworden, hun bereik wordt steeds groter. Ging het in het begin van de oorlog nog om een paar kilometer, inmiddels overbruggen de bestuurbare drones afstanden tot dertig kilometer van hun ‘operator’ aan de frontlijn. Ze kunnen een uur in de lucht blijven en snelheden bereiken van honderd kilometer per uur. Rusland en Oekraïne produceren beide inmiddels miljoenen van dit soort relatief goedkope drones per jaar.

Meeste slachtoffers in Cherson

Veruit het meest kwetsbaar voor de drone-aanvallen zijn burgers in de zuidelijke regio Cherson, zo blijkt uit de VN-cijfers. Vooral direct aan de Dnipro vallen veel slachtoffers, in het Dniprovski-district van de stad Cherson en de aangrenzende plaats Antonivka. In deze regio vielen de afgelopen jaren zeker 165 doden en ruim veertienhonderd gewonden als gevolg van directe drone-aanvallen.

Overigens meldt de VN-rapportage ook civiele slachtoffers van Oekraïense drone-aanvallen in de door Rusland bezette gebieden, met name Donetsk, al gaat het daar om aanzienlijk lagere aantallen.

Source: NRC

Previous

Next