Waar lopen de correspondenten van de Volkskrant tegenaan in hun dagelijkse leven? Vandaag: een fietsende Eline Huisman krijgt op het Parijse fietspad een corrigerende tik.
Galant was het niet, zoals ik vlak voor haar neus over het zebrapad scheerde. Maar dat de Française die net wilde oversteken me pardoes een mep zou verkopen, zag ik niet aankomen. Het haten van fietsers wordt met de dag normaler, dacht ik verbouwereerd.
In Parijs is de fiets een relatieve nieuwkomer die zich moet invechten in het hoofdstedelijk verkeer. Tenminste, zo was het een paar jaar geleden. Toen ik net in de stad kwam wonen, was de fiets bezig aan een razendsnelle opmars, geholpen door burgemeester Anne Hidalgo. Zij wilde van Parijs la capitale mondiale du vélo maken: ’s werelds fietshoofdstad.
In moordend tempo werden fietspaden aangelegd, variërend van provisorisch afgezette stroken asfalt tot busbanen waar simpelweg een fietssymbool op was geschilderd. Desondanks bleef fietsen in het overgrote deel van de stad een kwestie van hondsbrutaal je plek opeisen.
Dat eist nu zijn tol, de mep van de madame was een veeg teken. Voorheen was fietshaat vooral gericht op fietsbeleid. Het werd wel persoonlijk, maar dan vrijwel uitsluitend richting burgemeester Hidalgo, die de klappen opving.
Inmiddels krijgt ook de individuele fietser ervan langs. Tragisch dieptepunt was de dood van een twintiger eind vorig jaar in Parijs. Hij belandde in een aanvaring met een automobilist die een stuk had afgesneden via het fietspad. De chauffeur gaf daarop gas, naar het lijkt opzettelijk, en reed de fietser aan. Die overleed ter plekke.
De fietsers hebben de agressie deels aan zichzelf te wijten. Afsnijden, rode stoplichten negeren en in volle vaart vluchtig langs voetgangers of auto’s schieten is gemeengoed geworden.
De machtsbalans is omgedraaid, schreef columnist Philippe Bernard onlangs in dagblad Le Monde. ‘Voorheen waren fietsen geïsoleerd en uiterst kwetsbaar in de grote stroom van het autoverkeer, nu hebben ze de overhand.’ Erger nog, zo constateert hij: ‘De fiets, teken van absolute coolheid, is een symbool geworden van agressie, van ieder voor zich en van stedelijke chaos.’
Wat ik zo heerlijk vind aan Fransen, is hun vermogen om groots te denken. Bernard neemt ons mee terug naar de tijd waarin de fiets in Franse steden nog stond voor rebellie, voor ‘een ideaal van autonomie, vrijheid, duurzaamheid, maar ook van saamhorigheid en altruïsme’.
De fiets moest voor een andere manier van samenleven staan, schrijft hij. Iedereen zal met de fiets moeten leren leven, maar fietsers moeten zelf ook ‘assimileren’ en ‘de kunst van het samenleven’ leren.
Zo bezien was de mep op het zebrapad een corrigerende tik. Heropvoeding blijkt nodig. De afgelopen tijd werd ik meermaals staande gehouden door de politie vanwege fietsen met telefoon in de hand. En ik ben niet de enige: tot mijn verbazing zie ik onderweg steeds vaker mensen bekeurd worden voor onbehoorlijk fietsgedrag.
De plotselinge handhaving in de anarchie van het Parijse verkeer blijkt bij nadere inspectie onderdeel te zijn van een veertigpuntenplan om agressie op de weg te verminderen. Het werd opgesteld nadat bovengenoemde jongen overleed.
Fietsers bekeuren is een van de aanbevelingen die spanningen tussen weggebruikers moet verminderen. Maar mijn persoonlijke favoriet is aanbeveling nummer elf, gericht aan automobilisten: de Hollandse greep. Iedere automobilist zou tijdens het rijexamen moeten aantonen dat hij de poignée Hollandaise onder de knie heeft.
Met deze greep is het zoals met een Frans balkon: alleen in het buitenland hoor je over het fenomeen. De Hollandse greep gaat zo: door het autoportier met de verst afstaande hand te openen, maakt het bovenlichaam automatisch een draai. Resultaat: een langs scheurende fietser zie je voortaan aankomen.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant