Home

Spinozapremie voor historicus Judith Pollmann, voor wie het begon met één man in de Tachtigjarige Oorlog

Voor haar originele aanpak krijgt historicus Judith Pollmann vrijdag de Spinozapremie toegekend, de hoogste wetenschappelijke onderscheiding in Nederland. De rode draad in haar werk is hoe mensen omgaan met veranderingen.

Hanneke de Klerck is wetenschapsredacteur van de Volkskrant.

Met één man, de bastaardzoon van een Utrechtse edelman die als kannunik ook nog eens een positie bekleedde binnen de rooms-katholieke kerk, begon het voor Judith Pollmann, hoogleraar vroegmoderne Nederlandse geschiedenis aan de Universiteit Leiden. Deze Arnoldus Buchelius (1565-1641) werd geboren aan de vooravond van de Tachtigjarige Oorlog, was katholiek gedoopt en opgevoed, en hem stond, met die vader, een leuke carrière te wachten.

En toen kwam de oorlog en stond Buchelius’ hele leven op zijn kop. De katholieke eredienst werd verboden, katholieken moesten kiezen wat te doen: protestant worden, katholiek blijven. ‘Hoe gaat dat eigenlijk? Hoe gebeurt dat? En wat voor een proces is dat, waarin mensen een beslissing nemen over zoiets in een situatie waar ze zelf niet om hebben gevraagd?’

Pollmann (60) begint over Buchelius als haar wordt gevraagd wat de ‘nieuwe perspectieven en originele aanpak’ zijn waarmee ze, volgens de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO), ‘haar collega’s uitdaagt’. De NWO vindt haar aanpak dermate innovatief dat ze er de Spinozapremie voor krijgt, de hoogste onderscheiding in de Nederlandse wetenschap. Er is een bedrag van 1,5 miljoen euro aan verbonden.

Tot de jaren negentig, toen ze met haar onderzoek naar deze ene man begon, werd religiegeschiedenis vooral onderzocht door mensen die bij een bepaald kerkgenootschap hoorden, zegt Pollmann. ‘Dus die wisten alles van katholieken of van protestanten, maar nooit van allebei tegelijk. En ze keken ook eigenlijk alleen vanuit de kerkelijke archieven.’

Zij deed het anders. ‘Op het moment dat je bij één man begint, iemand die met zo’n religieuze verschuiving wordt geconfronteerd, kun je laten zien dat de beslissing die hij neemt eigenlijk niet zo vastzit aan ideeën over protestantisme of katholicisme. Buchelius werd protestant, hyperprotestant zelfs. Maar hij behield wel vriendschappen met katholieken en remonstranten.

Gemeenschappelijke grondslag

‘Je zou kunnen denken dat hij een façade ophield, dat hij om politieke redenen van geloof veranderde, maar dat was het niet. Hij zocht in religie naar iets dat orde kon scheppen. Ik kon duidelijk maken dat hij zo, als protestant, een echte hardliner kon zijn en toch kon denken: mijn moeder, mijn vrienden zijn weliswaar katholiek, maar ze zijn vroom – en dan is het niet zo erg. Zolang ze het volk maar niet gaan misleiden of zoiets.

‘Dus het gaat erom of je nog een gemeenschappelijke grondslag hebt waarop je elkaar een beetje kunt vinden. En het gekke was: het was natuurlijk maar het verhaal van één man. Maar dat heeft ons wel geholpen om beter te begrijpen hoe het kon dat de Nederlandse Republiek de hele 17de eeuw ontzettend religieus verdeeld was, met allemaal mensen die heel fundamentalistisch waren, maar dat ze mekaar toch niet doodsloegen. En dat is best een fundamentele vraag.’

Het thema van Pollmanns onderzoek, werd haar in de loop van haar carrière duidelijk, is hoe mensen met verandering omgaan. ‘Via particuliere verhalen krijg je zicht op dimensies van een geschiedenis die je anders misschien niet zo makkelijk op het spoor was gekomen.

‘En misschien is dat wel waar ik die prijs voor gekregen heb, dat ik eigenlijk steeds heb geprobeerd om niet alleen naar de ervaringen van tijdgenoten te kijken, maar ook te laten zien hoe je met die ervaringen aan grote en fundamentele vraagstukken raakt. Dus het gaat er eigenlijk om dat je een nieuw verband legt tussen de ervaring van individuele tijdgenoten en grote collectieve ontwikkelingen. Of dat je door naar het individu te kijken beseft: hé, dat hebben we ons misschien niet genoeg afgevraagd.’

Over wat ze gaat doen met het prijzengeld, kan ze nog nadenken tot oktober, wanneer de prijs wordt uitgereikt. ‘Ik heb begrepen dat je heel vrij bent om het te besteden en dat is fijn, want dat betekent dat we ons door nieuwsgierigheid kunnen laten leiden. Een van de dingen waarover ik nog wel een beetje zou willen nadenken is over hoe mensen in de 18de eeuw omgingen met het gevoel dat het in Nederland allemaal niet meer is wat het geweest is, dat het in de ‘Gouden Eeuw’ beter was.

‘Mijn intuïtie zegt me dat er ook allerlei initiatieven waren om dingen anders te gaan doen. Die zijn vast niet allemaal gelukt, maar daar weten we te weinig van. Dat kunnen we nu gaan uitzoeken zonder dat ik een lange onderzoeksaanvraag moet formuleren en dat is natuurlijk geweldig. Deze prijs is een soort vertrouwen, het vertrouwen ook dat je 1,5 miljoen op een verstandige manier gaat uitgeven aan iets waar de wetenschap, en dus ook de samenleving, wat aan heeft.’

Televisieserie

Historici moeten nadenken over hoe de grote verhalen uit de geschiedenis het best kunnen worden verteld, zegt Pollmann. ‘Ik heb vrij veel energie besteed aan proberen te bedenken hoe we vooral het verhaal van de Tachtigjarige Oorlog op een moderne manier zouden moeten vertellen.’ Dat deed ze in een televisieserie, in samenwerking met de NTR, het Rijksmuseum en haar collega Maarten Prak.

‘We konden goed laten zien dat het voor veel mensen in de Nederlanden echt een ongelooflijk zwaar conflict was, waar ze niet om gevraagd hadden. En we konden laten zien dat het Nederlandse koloniale verleden een directe uitkomst is van de Tachtigjarige Oorlog. Zo’n televisieserie trekt 900 duizend kijkers of zoiets, dat is een publiek dat je als wetenschapper natuurlijk never nooit gaat bereiken met je boeken. Dus het is echt heel erg de moeite waard om daar tijd in te stoppen. Maar het heeft lang geduurd voordat ik begreep dat het bedenken van het grote verhaal eigenlijk werk is dat je pas kunt doen als je een superspecialist bent.’

Spinoza- en Stevinpremies

Behalve Judith Pollmann heeft de NWO ook Thijn Brummelkamp (1975) de Spinozapremie toegekend. Hij heeft met genetisch onderzoek bijgedragen aan de ontwikkeling van nieuwe geneesmiddelen voor infectieziekten en kanker.

De Stevinpremie, waaraan ook een bedrag van 1,5 miljoen euro verbonden is, gaat naar Ilse Aben (1964) en Ingrid Robeyns (1972).

Aben wordt geprezen om haar onmisbare bijdrage aan de strijd tegen klimaatverandering – zij is een van de grondleggers van satellietinstrumenten om de uitstoot van broeikasgassen zoals methaan op te sporen.

Robeyns onderzoekt hoe rechtvaardigheid, rijkdom en welzijn eerlijker verdeeld kunnen worden. Zij is een pleitbezorger van een bovengrens aan rijkdom en formuleert daarvoor beleidsvoorstellen.

De premies worden op 14 oktober uitgereikt.

Luister hieronder naar onze wetenschapspodcast Ondertussen in de kosmos. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.

Alles over wetenschap vindt u hier.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next