Europeanen op het platteland en in steden hebben vaak een cocktail aan bestrijdings-middelen in hun lichaam. Dat bevestigt onderzoek onder ruim zeshonderd boeren en inwoners in tien Europese landen, waaronder Nederland. De blootstelling per stof blijft binnen veilige marges. Toch pleiten wetenschappers voor beter toezicht op stapelings-effecten.
schrijft voor de Volkskrant over medisch onderzoek, psychologie en (neuro-)biologie.
Wetenschappers registreerden de sporen van pesticiden op polsbandjes, in het bloed, de urine en de ontlasting van de vrijwilligers. De onderzoekers van het zogeheten Sprint-onderzoek presenteerden hun resultaten in Brussel voor leden van de Europese voedselwaakhond Efsa, landbouw en gezondheids-diensten.
Tot nu toe worden pesticiden in Europa met name aan de ‘voorkant’ gekeurd en alleen per individuele stof. Er zijn afspraken over hoeveel van elk bestrijdingsmiddel een boer mag spuiten en hoeveel ervan op groente en fruit mag zitten.
De nieuwe studie is bijzonder, omdat zij focust op de praktijk: welke mengsels aan middelen komen terecht in de dagelijkse leefomgeving van mensen, via huisstof, de lucht, voeding of andere manieren.
‘Ons advies is om die blootstelling structureel in de gaten te houden, op Europese schaal’, zegt toxicoloog Paul Scheepers van de Radboud Universiteit, die meewerkte aan de nieuwe studie. Die gedachte wint aan terrein: vorig jaar adviseerde de Gezondheidsraad in Nederland al om uit voorzorg stoffen te gaan meten in het bloed en urine van burgers.
Deze week ondertekenden 250 wetenschappers een brief aan de Eurocommissie om mengsels expliciet mee te wegen in de herziening van het Europese chemische registratiebeleid genaamd Reach.
Dat wetenschappers mengsels aantreffen betekent niet automatisch dat er grotere gezondheidsrisico’s zijn, zegt hoogleraar arbeidshygiëne en epidemiologie Hans Kromhout van de Universiteit Utrecht, niet betrokken bij het nieuwe onderzoek. ‘Maar een goede risico-inschatting begint met karakteriseren waaraan mensen echt worden blootgesteld.’
Onderzoeksleider Scheepers benadrukt eveneens dat dit onderzoek geen risico’s signaleert. Bovendien kwamen er ‘geen gekke dingen’ aan het licht. Bij het gros van de deelnemers lag de dosis bestrijdingsmiddelen binnen marges die volgens Efsa nog veilig zijn.
Toch pikte de Europese studie wel dingen op die volgens Scheepers aandacht verdienen. Zo zijn er rond boerderijen en in nabij gelegen huizen meer dan honderd verschillende pesticiden te vinden. Ook opvallend: boeren zelf hebben niet altijd de hoogste dosis pesticiden in hun lichaam.
Scheepers: ‘Het lijkt erop dat vooral mensen met huisdieren thuis meer worden blootgesteld aan bestrijdingsmiddelen. We troffen bij de deelnemers bijvoorbeeld fipronil aan op speciaal voor deze meting gemaakte polsbandjes die mensen een week lang droegen.’
Mogelijk komt dit door middelen die mensen gebruiken om hun hond of kat vrij te houden van vlooien, mijten of teken. Maar uitsluitsel hierover kan Scheepers niet geven.
Fipronil is niet de enige insecticide in huis. Andere slecht afbreekbare middelen, zoals de al vijf jaar verboden insectenverdelger chlorpyrifos, trof het Sprint-team ook vaak aan. Mogelijk stapelen de effecten: dan is het mengsel iets om in de gaten te houden.
In vervolgonderzoek gaan toxicologen een mengsel van de drie meest voorkomende en toegelaten middelen samen testen in laboratoria, om te kijken of er bijzondere risico’s ontstaan, bijvoorbeeld voor de conceptie. Dat is belangrijk voor mannen en vrouwen met een kinderwens en ongeboren kinderen.
Extra risico kan in theorie ontstaan als er een ‘cocktaileffect’ plaatsvindt, waarbij een middel andere giffen versterkt en ze samen een groter risico vormen dan de som der delen. Zulke synergisten zijn uiterst zeldzaam, benadrukt Scheepers, maar Sprint trof wel een mogelijk pesticideversterkend middel vaak aan: piperonyl butoxide. ‘Dat remt de afbraak van insecticiden. Handig om gespoten bestrijdingsmiddelen langer actief te houden, maar bij mensen wil je dat juist niet.’
Mengsels in de gaten houden is een goed idee, vindt Jacob de Boer, emeritus hoogleraar milieuchemie en toxicologie van de Vrije Universiteit Amsterdam. ‘Ik onderteken haast nooit petities, maar deed dat laatst wel bij een brief om stoffen strenger te beoordelen, omdat we vaak aan mengsels worden blootgesteld. Het aantal goedgekeurde chemicaliën blijft groeien. Die zijn niet allemaal gevaarlijk, maar we hebben geen volledig overzicht van wat er gebeurt.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant