Home

Bakfietsparkeren in Haarlem: strak in het gelid, want van chaos komt chaos

Bij het station in Haarlem zijn amper parkeerplekken voor de immens populaire elektrische bakfiets. Twee gepensioneerden proberen orde te scheppen op het Kennemerplein.

is verslaggever van de Volkskrant.

Om half 8 in de ochtend is het Haarlemse Kennemerplein nog leeg. Zoals het bedoeld is. Maar Cor Kooi (70) en Peter Bakker (67) weten dat het niet lang zo zal blijven. ‘Vanaf 8 uur begint het circus’, zegt Bakker.

De twee mannen, allebei gepensioneerd, staan een paar ochtenden per week aan de achterzijde van het station om het fietsparkeren in goede banen te leiden. Dat is hard nodig. De chaos was soms zo groot dat de ingang van het station geblokkeerd werd. ‘Staat je fiets goed?’, luidt de vraag op de neongele hesjes van de twee fietsstewards.

Het Kennemerplein is niet bedoeld als fietsparkeerplek, maar werd dat noodgedwongen wel. De reden is het vervoersmiddel waarmee veel Haarlemmers door het verkeer slingeren: de elektrische bakfiets, steun en toeverlaat van bemiddelde tweeverdieners met jonge kinderen.

Lange stoet

In het blikveld rijden er altijd wel vier of vijf, van dure merken als Urban Arrow en Lovens. Op warme dagen trekt een lange stoet over de Zeeweg naar de stranden van Bloemendaal en Zandvoort, langs auto’s die in de file staan te pruttelen. Met een beetje aplomb zou je dit de bakfietshoofdstad van Nederland kunnen noemen.

Haarlem wíl ook een fietsstad zijn. Het beleid is erop gericht inwoners uit de auto te krijgen. Volgens de gemeente moet het ‘vanzelfsprekend zijn om de fiets te pakken, omdat dit gemakkelijk, veilig en snel is’.

Tegelijkertijd stuiten die ambities op de fysieke beperkingen van de stad. Rond het station is eigenlijk geen plaats voor de bakfietsende forens, terwijl veel jonge ouders wonen en werk zo combineren. Stallingen zijn er niet op berekend, logische uitbreidingsmogelijkheden zijn er niet.

Zo werd het Kennemerplein een provisorische parkeerplaats. Soms stonden de bakfietsen strak in het gelid, als een Noord-Koreaanse militaire parade. Maar vaker gold: chaos creëert chaos. Helemaal als er normale stadsfietsen tussen werden gezet, die vervolgens omvielen.

En nu zijn het dus Kooi en Bakker die, in opdracht van de gemeente, de anarchie te lijf gaan. De twee mannen kennen na vijf weken de getijden van het bakfietsparkeren, als ware het eb en vloed. Bakker wijst naar het kruispunt. ‘Vanaf kwart over 8 zie je ze daar allemaal aankomen, uit Haarlem-Noord.’

‘Dan zijn de kinderen net naar school gebracht’, zegt Kooi.

‘Tot 9 uur is het heel druk, daarna komen er nog maar een paar. Uiteindelijk zullen er hier tachtig staan’, gokt Bakker.

Foutparkeerders

Vier strakke rijen is de ambitie. De twee letten er goed op dat de bakfietsen dicht op elkaar worden neergezet. ‘Sommigen laten er wel een ruimte van 40 centimeter tussen’, zegt Kooi. ‘Dan kunnen er dus minder bakkies staan.’

Als de foutparkerende forenzen snel bij het station naar binnen vluchten, verplaatsen de stewards de fiets samen, alsof ze live tetris spelen.

‘Goedemorgen’, roept Kooi tegen een bakfietsvader die komt aanrijden met een beker koffie in zijn hand. ‘Zet je hem daar neer? Moet ik je koffie vasthouden?’

En dan, als de man zijn Urban Arrow van 6.000 euro heeft geparkeerd: ‘Helemaal goed, jongen.’

Kooi werkte veertig jaar in het beroepsonderwijs. Eerst als docent brood en banket, daarna als coördinator en examinator. Daardoor weet hij hoe hij mensen kan motiveren tot goed gedrag. ‘Ik vind het leuk om iedereen even aan te spreken’, zegt hij. ‘Als je zegt dat ze iets goed doen, blijft dat hangen. En een compliment kost niets, hè.’ Thuiszitten doet hij niet graag. ‘Je kunt toch niet elke dag vakantievieren?’

Ook Bakker wilde blijven werken na zijn pensioen. ‘Ik heb altijd horecazaken gehad’, zegt hij. ‘Als je gewend bent om tachtig uur per week te werken, blijf je niet op de bank zitten.’

Het helpt dat ze allebei wat ouder zijn, denkt hij. ‘Als we zo naast elkaar staan, heeft dat toch een zeker overwicht.’

De Haarlemmers die komen aanfietsen op hun elektrische bakfiets laten zich inderdaad vrolijk naar een plek dirigeren. ‘De bakfietsmensen geven eigenlijk nooit problemen’, analyseert Bakker.

‘Dat komt ook doordat ze nergens anders kunnen parkeren’, zegt Kooi.

De mannen, zelf afkomstig uit Noordwijk en Zaandam, begrijpen de aantrekkingskracht van het vervoersmiddel inmiddels wel. ‘Een vrouw vertelde dat ze haar kinderen altijd in de bakfiets zet als ze ruziemaken’, zegt Bakker. ‘Dan zijn ze meteen stil.’

Magneet

De gewone stadsfietsers vormen een grotere uitdaging. Zij willen hun fiets ook op het Kennemerplein parkeren, omdat een plekje vinden in de fietsflat meer tijd kost. Deze ochtend staat er een rijtje stadsfietsen dat straks door de handhaving verwijderd zal worden – en juist dat plukje fietsen werkt als een magneet op andere fietsers.

‘Zet je ’m even binnen?’, vraagt Kooi aan een jonge man die zijn fiets ernaast wil zetten.

‘En deze dan?’, klinkt het meteen.

‘Die worden zo verwijderd’, reageert Kooi. ‘Het mag hoor, maar dan is die van jou straks ook weg.’ De jongen gehoorzaamt.

Dit is de laatste week dat de twee mannen op het Kennemerplein staan. Dan houdt het toezicht op en zijn de forenzende Haarlemmers weer op zichzelf aan gewezen. Komt dat goed? ‘Nee!’, zeggen ze allebei. ‘Het zou al helpen als er duidelijk gemarkeerde fietsvakken komen’, vindt Kooi.

Soms stonden ze met andere collega’s, het liefst werken ze samen. Kooi: ‘Er zijn ook stewards die veel met hun telefoon bezig waren.’

‘Dat kan dus niet’, zegt Bakker. ‘Je hoeft maar een seconde de andere kant op te kijken en er staat er alweer eentje fout geparkeerd.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next