Jong Oranje is in de halve finale van het EK onder 21 jaar door Engeland uit de droom geholpen. De ploeg van coach Michael Reiziger kwam in het duel veel te kort.
is voetbalverslaggever van de Volkskrant.
Het EK in Slowakije onder 21 jaar was voor Jong Oranje het toernooi van de wederopstandingen. Maar tegen Engeland lukte het in de halve finale niet. Misschien was het geluk ook wel op. Noah Ohio maakte nog wel een 1-0-achterstand goed, maar Nederland bezweek in de slotfase door het tweede doelpunt van Harvey Elliott.
Geen derde finaleplaats dus na de gewonnen EK’s onder 21 jaar van 2006 en 2007 waarover het zoveel ging de laatste dagen. Het was ook niet verdiend geweest, hoewel Jong Oranje zich woensdagavond terugknokte na de zoveelste moeizame start. In de meeste fases was Engeland beter, kreeg het ook meer kansen, vooral voor rust.
De spelers van Nederland oogden gedesillusioneerd na afloop, uitgeput. De jonge lijven raakten leeg op het eind, beaamde aanvoerder Jorrel Hato na afloop.
Aan bereidwilligheid geen gebrek bij dit team, aan moed, opofferingsgezindheid en veerkracht ook niet. Maar Engeland, de regerend Europees kampioen, voetbalde makkelijker en had voorin betere spelers in Elliott, Omari Hutchinson en James McAtee.
Nederland miste Ruben van Bommel, Kenneth Taylor en Devyne Rensch door schorsingen. Zij zijn normaal belangrijke spelers voor coach Michael Reiziger. Voor Nederland was het in de openingsfase net als in de kwartfinale tegen Portugal meteen alle hens aan dek. Doelman Robin Roefs onderscheidde zich toen met geweldige reddingen.
Nederland had veel meer spelers met wedstrijden in Europese toernooien in de benen. Bij Engeland stonden maar weinig spelers van topclubs opgesteld, alleen Elliott en Jarrel Quansah van Liverpool, maar zij spelen daar weinig.
Engeland kreeg de ruimte verzorgd te spelen en bereikte zeker voor rust vaak en gemakkelijk de kwikzilverachtige linksbuiten Hutchinson.
Hij dwong met zijn acties en levensgevaarlijke voorzetten Reiziger al in de rust tot het wisselen van Neraysho Kasanwirjo die veel te veel ruimte prijsgaf. Wouter Goes kwam erin, Rav van den Berg ging op Hutchinson spelen, het bracht verbetering aan die kant.
Maar het probleem kwam daarna nog meer vanaf rechts, van Elliott, die voor rust al prima mogelijkheden kreeg. Middenvelder Elliot Anderson, die zijn ellebogen zo los had zitten dat hij eigenlijk al niet meer op het veld had mogen staan, lanceerde hem na een uur, Jorrell Hato gaf net te veel ruimte weg en met zijn mindere rechterbeen ramde Harvey Elliott, getooid met een schitterend permanentje zoals onder anderen Paul Gascoigne dat in de jaren tachtig had, de bal hoog achter Roefs.
Nederland kwam tien minuten later op gelijke hoogte door invaller Noah Ohio. Het was een onmogelijk doelpunt in zekere zin. Een ongevaarlijke dieptepass van Ian Maatsen werd verkeerd getaxeerd door de Engelsen. Ohio nam de bal niet mee, maar trapte direct hard met binnenkant links richting de linkerbenedenhoek, alwaar de Engelse doelman Beadle net te laat kwam aanglijden. Het was prachtig voor Ohio, die in de eerste twee pouleduels zoveel kansen miste dat hij een openbare boetedoening deed.
Zo leek een nieuw sprookje te worden geschreven. Ook in 2007 werd Engeland geklopt door Jong Oranje in de halve finale. Maar Elliott sneed vijf minuten voor tijd door de defensie en hielp Nederland nu met zijn linkerbeen uit de droom.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant