Een Kamermeerderheid wil dat demissionair klimaatminister Sophie Hermans (VVD) de nationale CO2-heffing ‘zo snel mogelijk’ afschaft. Alle rechtse fracties steunden woensdag een CDA-voorstel van die strekking. De motie haalde het dankzij een politieke draai van de VVD.
is politiek verslaggever van de Volkskrant en schrijft over financiën en landbouw.
De VVD-fractie had de eigen minister al een paar messen in de rug gestoken, en daar kwam er woensdagmiddag nog één bij. Sophie Hermans wilde de CO2-heffing voor de industrie overeind houden als stok achter de deur voor fossiele bedrijven die niet willen verduurzamen. In ruil beloofde ze haar partijgenoten dat ze op korte termijn andere maatregelen zou nemen om de industrie tegemoet te komen.
Maar politieke beeldvorming is belangrijker, nu er verkiezingen in aantocht zijn. De VVD moet in de strijd om de stem van rechtse kiezers concurreren met partijen als CDA, PVV, JA21, SGP, FvD en PVV die de CO2-heffing allemaal willen schrappen. Met uitzondering van het CDA hechten die partijen überhaupt geen belang aan verduurzaming. Klimaatbeleid is wereldwijd uit de mode sinds de Russische invasie van Oekraïne en de herverkiezing van Donald Trump als president van de Verenigde Staten.
Alles over politiek vindt u hier.
Sinds haar aantreden als minister incasseert Hermans dan ook de ene nederlaag na de andere. Ze kondigde in het najaar aan dat ze met extra klimaatmaatregelen zou komen, omdat Nederland anders het klimaatdoel voor 2030 niet haalt. Maar in de onderhandelingen over de Voorjaarsnota, toen ze de buit moest binnenhalen, kreeg ze het deksel op de neus. De VVD stemde ermee in dat haar Klimaatfonds met 600 miljoen euro werd gekort, dat een aantal afgeschafte fossiele subsidies terugkeren en andere klimaatmaatregelen (waaronder een plasticheffing) worden teruggedraaid).
En nu moet ze, als het aan de Tweede Kamer ligt, dus ook de CO2-heffing voor de industrie intrekken. De strafheffing voor bedrijven die hun broeikasgasuitstoot niet genoeg verminderen moest een substantiële bijdrage leveren aan het bereiken van het klimaatdoel voor de industrie. Zonder die heffing wordt ook dat sectordoel waarschijnlijk onhaalbaar.
Het CDA had het schrappen ervan al eerder voorgesteld, maar die eerdere motie kreeg geen meerderheid omdat de VVD toen nog tegen stemde. VVD-Kamerlid Peter de Groot zei woensdag in een stemverklaring dat de heffing, die in 2021 werd ingevoerd, ‘niet werkt zoals die ooit bedacht is’. ‘Dan moet je ook eerlijk zijn en er afscheid van nemen.’
Waar De Groot op doelt, is raadselachtig. De industrie heeft tot dusver niet of nauwelijks CO2-heffing hoeven betalen. Bedrijven beschikken over heel veel vrijstellingen en worden deels financieel gecompenseerd. De heffing geldt bovendien alleen als de marktprijs voor energie lager is dan de prijs van Europese emissiehandelsrechten, de ETS-prijs. Die situatie heeft zich de afgelopen jaren niet voorgedaan.
Dat de heffing niet werkt zoals hij ooit bedacht is, klopt dus niet. De rechtse Kamerfracties reageren op een krachtige lobby van de industrie. Brancheorganisaties als VNO-NCW hebben de afgelopen maanden de ene na de andere noodkreet aan de Tweede Kamer verzonden over fossiele bedrijven die de hoge energiekosten in Nederland niet kunnen verdragen en daarom omvallen of vertrekken naar het buitenland. Tienduizenden banen zouden hierdoor op het spel staan.
Maar de CO2-heffing is niet de oorzaak van de hoge energiekosten, want bedrijven betalen tot nu toe amper CO2-heffing. De echte oorzaak is dat Nederland sinds kort niet profiteert van goedkoop Gronings gas, maar gas moet importeren. De internationale gasprijzen zijn enorm gestegen door de oorlog in Oekraïne, doceert de Tilburgse hoogleraar Economie en Milieubeleid Herman Vollebergh woensdag in het economieblad ESB.
De fracties achter de CDA-motie wijzen ook naar een serie recente bedrijfssluitingen van chemische bedrijven in Nederland. Die zouden bewijzen dat de Nederlandse industrie het financieel al zwaar genoeg heeft. Maar in hun persberichten over die sluitingen verwijzen de betrokken bedrijven nergens naar de Nederlandse CO2-heffing. Ze noemen de hoge Europese energieprijzen en loonkosten als redenen, in combinatie met de goedkope concurrentie vanuit Azië, Afrika en het Midden-Oosten. Op de internationale markt voor chemische bulkproducten heerst momenteel forse overcapaciteit.
De industrie klaagt ook dat bedrijven hun fossiele productie niet kúnnen afbouwen, omdat er te weinig vraag is naar duurdere ‘groene’ producten. Het capaciteitstekort op het Nederlandse stroomnet staat daarnaast elektrificatie, en daarmee verduurzaming van hun productieproces, in de weg.
Die argumenten snijden meer hout, maar worden door de VVD nu niet aangevoerd om de politieke draai te rechtvaardigen. ChristenUnie en NSC stemden woensdag met de linkse oppositiepartijen tegen de CDA-motie. Hun woordvoerders toonden begrip voor de zorgen van de industrie over de hoge energieprijzen, maar vinden dat de politiek naar andere oplossingen moet kijken. CU-Kamerlid Pieter Grinwis: ‘Nu eenzijdig dit instrument, dat dit jaar voor het eerst een beetje bijt, afschaffen terwijl er niet eens alternatieven zijn besproken, is onzorgvuldig, overhaast en getuigt niet van fatsoenlijk bestuur.’
Luister hieronder naar onze politieke podcast De kamer van Klok. Al onze podcasts vind je op volkskrant.nl/podcasts.
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant