Gen Z In Kenia klinken opnieuw de leuzen van verzet tegen een autoritaire machthebber, maar de reactie van de staat blijft dezelfde: onderdrukking, intimidatie en geweld. „Ik dacht dat ik met activisme-pensioen kon”.
Demonstranten blokkeren op 9 juni het verkeer en scanderen leuzen tegen de politie tijdens een motorbikestoet in Nairobi na de dood van blogger Albert Ojwang in politiehechtenis.
De vingers van Wanjira Wanjiru klemden zich krampachtig om de zijspiegel van een geparkeerde auto. Drie gewapende agenten sloten haar in. Ze trokken bruusk aan haar ledematen. Maar ze weigerde los te laten. „Raak me niet aan!” Haar stem brak. „Waarom arresteer je me?” Het antwoord was een wedervraag. „Waarom protesteer je?” Buiten adem kaatste Wanjiru terug: „Omdat jullie ons vermoorden!”
Wanjiru’s geheven vuist in de straten van Nairobi werd een iconisch beeld in het Keniaanse verzet. ‘When we lose our fear, they lose their power’, scandeerde ze vurig. Het was midden in de coronapandemie op Saba Saba, de dag waarop Kenia haar lange geschiedenis van verzet herdenkt. Tussen de kleine groep demonstranten tegen politiegeweld vormde een jonge vrouw – toen 24 – het hart van een revolte: een voorbode van de strijdlust waarmee haar Gen Z-generatie vorig jaar de straten van Nairobi zou claimen.
Begin juni, vijf jaar na haar publieke confrontatie met de politie, daalt Wanjiru de trappen van de Milimani-rechtszaal in het centrum van Nairobi af. De zitting over de dood van Rex Masai – een 19-jarige student die tijdens de protesten van 2024 door de politie werd doodgeschoten – is net afgelopen. Met zijn dood kreeg de hoge prijs die Gen Z betaalt voor hun verzet een eerste gezicht: jong, ongewapend, en dodelijk getroffen door staatsgeweld. Voor het oog van camera’s en nabestaanden gaven twee hooggeplaatste politieagenten hun versie van de gebeurtenissen.
Wanjiru kende Masai niet persoonlijk, maar als inmiddels 29-jarige activist bevindt ze zich vaak daar waar gerechtigheid wordt bevochten, zoals vandaag, in de rechtszaal. „Ons land laat deze families in de steek. Het is aan ons om te tonen dat ze er niet alleen voor staan. Zichtbaarheid geeft anderen moed. Of het nu in de rechtszaal is of op straat.”
Gillian Munyao (midden), moeder van Rex Masai, die in juni 2024 werd doodgeschoten tijdens anti-regeringsprotesten van de Gen Z-beweging, op 19 juni bij een rechtbank in Nairobi na een hoorzitting in het moordproces tegen twee Keniaanse politie-agenten.
Het was die straat waarop Gen Z zich precies een jaar geleden massaal liet gelden en Kenia wakker schudde met grootschalige protesten. De woede richtte zich aanvankelijk op de omstreden begrotingswet en bezuinigingsmaatregelen die de kloof tussen arm en rijk vergrootten. Wat begon als verzet tegen economische ongelijkheid, groeide uit tot een bredere afrekening met de zittende politieke klasse. Het protest, bijeengebracht door de Gen Z, met de bestorming van het parlement op 25 juni als hoogtepunt, markeerde het begin van iets groters: een generationele opstand, los van politieke partijen, gedragen door een visie op een ander Kenia: economisch rechtvaardiger, zonder corruptie.
De regering van president William Ruto sloeg keihard terug. Gewelddadige repressie, buitengerechtelijke executies en verdwijningen van jonge activisten zijn alledaags geworden. Mensenrechtenorganisatie Missing Voices documenteerde afgelopen jaar 159 gevallen van politiemoorden en verdwijningen, vooral jonge mannen tussen de 18 en 34 jaar. De meest recente naam op die lange lijst is die van Albert Ojwang, een 22-jarige blogger die begin juni stierf in politiehechtenis.
Vlakbij de rechtszaal vertrekt op hetzelfde moment een protestmars vanaf het mortuarium waar Ojwangs ouders met verslagen blik afscheid namen van hun zoon, richting het politie-hoofdkantoor in het hart van de hoofdstad. Wanjiru slaakt een zucht, ergens tussen ongeloof en opwinding in, wanneer het tot haar doordringt. „Ah, ze protestéren eindelijk weer. Ik ben zo blij. Hoe lang is het geleden sinds het laatste protest? Vijf, zes maanden?”
Sinds Ojwangs dood begin juni koken de straten van Nairobi opnieuw van woede. Net als vorig jaar schuwen de autoriteiten het geweld niet. Naast traangas en rubberkogels werd scherp geschut ingezet, waarbij afgelopen week een straatverkoper werd neergeschoten.
Ondanks de heropleving lijkt het momentum van Gen Z voorbij nu de spontaniteit is verdwenen. Veel oproepen tot demonstraties kregen de afgelopen maanden nauwelijks gehoor. De begrotingswet werd ingetrokken, maar een groter politiek alternatief bleef uit. Voor veel arme Kenianen voelt de strijd van Gen Z – overwegend middenklasse – ver weg, terwijl structurele problemen zoals werkloosheid, corruptie, hoge voedsel- en huurprijzen onverminderd blijven.
Sommige van de luidste stemmen van toen staan inmiddels dicht bij gevestigde oppositiepartijen. En hoewel het ‘leiderloze’ karakter van de beweging aanvankelijk als kracht werd gezien, blijkt het ook een zwakte: er is niemand die richting geeft. Bovendien houdt de aanhoudende staatsrepressie veel jonge Kenianen binnen.
Hoewel Wanjiru zich nu zorgen maakt om de „veiligheid van haar kameraden”, herinnert het vooruitzicht van nieuwe protesten haar eraan dat het verzet nog leeft. Het vuur brandt nog steeds, en laait op als een jong iemand als de blogger Albert Ojwang sterft. „Albert, Albert is nu de vonk. Mensen zijn boos. En kun je het hen kwalijk nemen? De autoriteiten strooien alleen maar zout in de wonden. Ze wakkeren alleen maar meer woede aan.”
Tussen toeterende matatu’s en brommers die hun motoren laten ronken, trekt de protestmars richting het centrum. „Sisi tuko tayari kwa mandamano”, klinkt het eensgezind: wij zijn klaar om te demonstreren. Een vrouw met een felgroene bandana over haar gezicht houdt een bord omhoog waarop in rode kapitalen staat: ‘Serikali ya wauaji’ – ‘Regering van moordenaars’. Demonstranten blokkeren het verkeer en houden kartonnen posters omhoog met het gezicht van Albert Ojwang.
Ndungi Githuku draagt geen protestbord mee, maar een leven lang aan verzet. Op zijn 52ste heeft hij talloze marsen gelopen. Als tiener demonstreerde Githuku al tegen de dictatuur van Daniel arap Moi, vertelt hij. „Ook hij sloot mensen op omdat ze een andere visie voor dit land hadden.”
Chauffeurs van motortaxi’s gebaren op 17 juni in Nairobi richting plunderaars die protesten inflitreerden, terwijl een agent van de Keniaanse oproerpolitie een traangasgranaat afvuurt, bij protesten na de dood van de blogger Albert Ojwang in politiehechtenis.
Meer dan dertig jaar later staat hij nog steeds op straat, dit keer niet voor zijn eigen generatie, maar voor die van zijn kinderen. „Ik dacht dat ik met activisme-pensioen kon. Maar de arrogantie van Ruto’s macht haalde me terug naar de frontlinie.”
Githuku weet wat het betekent om je kind te moeten zoeken in een politiecel. Zijn eigen dochter – ook Gen Z – werd vorig jaar tijdens de protesten gearresteerd. Zelf belichaamt hij de lange boog van het Keniaanse protest. Zijn aanwezigheid toont naast solidariteit met de nieuwe generatie dat verzet wortels heeft in dit land. In Gen Z hoort Githuku de stem van Kenia. „Zíj weten waar het pijn doet”, vertelt hij. „Zíj zijn het die goed opgeleid zijn, maar toch geen werk vinden. Het maakt hen hongeriger, alerter. Dit is hun moment. Zij zullen dit land erven.”
Voor Githuku legt de zaak-Ojwang de verrotting van het Keniaanse systeem opnieuw bloot. „Ik kende Albert niet. Ik had zijn gezicht nooit gezien. Maar dat doet er niet toe. Zijn nobodiness, onbeduidendheid, zoals zijn vader het noemde, is een zaak van álle Kenianen. Het gaat om het herstellen van gerechtigheid, het eisen van verandering. Onder de vlag van Gen Zote: de generatie van iedereen [‘zote’ betekent ‘allemaal’ in Swahili]”
In de schaduw van het Tom Mboya-standbeeld – een van Kenia’s meest veelbelovende leiders na de onafhankelijkheid – komt de protestmars in het centrum van Nairobi tot stilstand. De wrange ironie is scherp voelbaar. De rijzige gestalte van de vermoorde oud-minister en vakbondsleider kijkt uit over het plein waar jonge Kenianen leuzen voor gerechtigheid scanderen. Mboya stond voor een postkoloniaal Kenia dat rechtvaardigheid en waardigheid beloofde. Maar zijn politieke opkomst – als Luo en als rivaal van president Kenyatta – werd hem fataal. Ook hem werd het zwijgen opgelegd.
De strijd die de Kenianen vandaag leveren is ook die van Bob Mukisa (27), een activist uit buurland Oeganda. Vijf jaar geleden werd zijn zus door politie doodgeschoten tijdens een studentenprotest in de Oegandese hoofdstad Kampala. Toen hij vervolgens gerechtigheid eiste, werd hij ontvoerd, gemarteld en opgejaagd tot aan de grens met Kenia. „Ze sneden me hier,” zegt hij, terwijl hij zijn mouw opstroopt en een veeg van een litteken op zijn bovenarm laat zien. „Ze takelden me fors toe, bonden iets om mijn geslachtsdeel en boeiden me als Jezus.”
Of je nu Keniaan, Oegandees of Tanzaniaan bent, volgens Mukisa kun je nergens in Oost-Afrika nog gerechtigheid vinden. „De drie regimes werken samen en doen wat hén uitkomt, niet wat goed is voor de burgers. Dictator Museveni van Oeganda heeft al aangekondigd dat er tegen 2026 geen oppositie meer zal zijn in Oeganda. Wat betekent dat? Dat hij bereid is te doden.”
Betogers dragen op 17 juni in Nairobi een zwaargewonde man in een poging hem te evacueren, temidden van traangas die is afgevuurd door de Keniaanse politie, tijdens protesten na de dood van de blogger Albert Ojwang in politiehechtenis.
Maar net als veel andere Oegandezen put Mukisa kracht uit de weerbaarheid van de Keniaanse Gen Z. „Hun verzet gaf ook ons hoop,” zegt hij. „Ze lieten ons zien wat mogelijk is. Kenianen zijn uitzonderlijk vastberaden in hun strijd voor rechtvaardigheid. Ze laten zich niet intimideren. Wij, als Oegandezen, hebben diezelfde geest nodig. Diezelfde durf. Als we samen opstaan, kunnen we dit stoppen. En het zál stoppen. Alle dictators volgen hetzelfde draaiboek. En waar zijn ze nu?” Hij somt de namen op van gevallen dictators. „Waar is Idi Amin? Waar is Obote? Waar is Arap Moi?”
Nairobi vormt niet alleen het epicentrum van het Keniaanse verzet, maar ook een toevluchtsoord en ontmoetingsplek voor activisten uit de hele regio. In een residentiële wijk in het zuidwesten van de stad doet Boniface Mwangi (41) voorzichtig zijn voordeur open, leunend op krukken. Als veteraan heeft hij het activisme in al zijn facetten beleefd: van nachten op het politiebureau om mede-demonstranten op borgtocht vrij te krijgen tot het opzetten van zijn eigen mediaplatform, dat onrecht documenteert.
Mwangi draagt nog verse littekens van wat hij „de hel” in Tanzania noemt. Eind mei werd hij samen met de Oegandese activist Agather Atuhaire ontvoerd door lokale autoriteiten, toen ze onderweg waren naar Arusha om het proces van oppositieleider Tundu Lissu bij te wonen. Het duo werd gearresteerd, mishandeld, seksueel misbruikt en uiteindelijk „als honden gedumpt” aan de Keniaanse grens.
Hun ervaringen tonen de krimpende ruimte voor verzet in Oost-Afrika. Mwangi vertelt hoe Tanzaniaanse en Oegandese activisten protestgidsen, veiligheidswaarschuwingen en juridische informatie uitwisselen via versleutelde appgroepen. Advocaten en mensenrechtenorganisaties werken samen aan de verdediging van oppositieleiders en organiseren gezamenlijke trainingen. „Want angst is niet onze taal. En wanneer die verdwijnt, begint de verandering. Als dictators samenwerken om hun macht te behouden, moeten wij als Oost-Afrikanen samenwerken om hen ten val te brengen. Zij delen inlichtingen. Wij delen tactieken.”
Toen president Ruto in mei voor publiek excuses aanbood voor staatsgeweld, klonk dat voor veel Kenianen wrang: zonder schuldbekentenis voelde het als electorale strategie richting de presidentsverkiezingen van 2027. Mwangi herinnert zich nog scherp de aanvankelijke hoon en spot van politici bij de eerste protesten in juni vorig jaar. „Ze zeiden: ‘Jullie gebruiken alleen maar je smartphones.’ Het is tekenend voor de arrogantie van de machthebbers. Maar van grote steden tot het platteland: mensen organiseerden zich lokaal en leerden het recht van verzet echt kennen. We gingen verdorie het parlement bezetten!”
Die dag, 25 juni, wil de Keniaanse verzetsbeweging uitroepen tot nationale feestdag. „Als een dag waarop mensen hun macht terugnamen”, zegt Mwangi. „In een land diep getekend door etnische spanningen, kwamen jonge Kenianen de straat op: stamloos, partijloos, verenigd in hun eisen: een Kenia dat werkt voor íedereen. Het bracht ons land tot politieke ontwaking, klaar om politici te maken tot wat ze altijd hadden moeten zijn: dienaren van het volk.”
Veel Kenianen die de straat op gingen, zien hun hoop op de proef gesteld. Ook Wanjira Wanjiru zag hoe Kenia ondanks alle verzet er eigenlijk slechter aan toe is sinds het begin van de Gen Z-revolutie. „Ik dacht dat verandering al tastbaar zou zijn”, zegt ze terwijl ze zich een weg baant door de mensenstroom buiten de rechtbank. „We verdragen zoveel. We verdragen té veel. Maar als je hart erop gericht is om Kenia beter te maken, zal die toewijding je dragen. Je hoort alle ruis, maar laat het los, gefocust op de weg naar verandering. En die is onvermijdelijk.”
Source: NRC