Door de nijpende personeelstekorten in de bouw begint het werven steeds vroeger. Op de Onderwijsdag van de Bouw maakten tweeduizend basisschoolkinderen uit Breda en omgeving kennis met het werk in de sector. ‘Dit plant bij sommigen wel een zaadje.’
is regioverslaggever Zuid-Nederland van de Volkskrant.
Met uiterste concentratie voert Jitze van 10 – ‘bijna 11’ – een vrijwel onmogelijke opdracht uit. De jongen moet een basketbal van een plaat aan het uiteinde van de arm van het bouwapparaat, in de basket zien te wippen. De ring met het netje is aan een geel wegwerkzaamhedenbord bevestigd. Nog één gevoelig tikje met de joystick in zijn rechterhand en Jitze wint een stoere zonnebril met de naam van de eigenaar van de machine, een bouw- en infrabedrijf uit Breda.
Samen met tweeduizend andere leerlingen uit groep 6, 7 en 8 van scholen in Breda en omgeving, ontdekt de leerling van de katholieke basisschool Sinte Maerte tijdens de Onderwijsdag van de Bouw op een echte bouwplaats de (volgens de organisatie) ‘magische wereld achter de bouwhekken’. Ze mogen metselen, bruggen ontwerpen in 3D, dakpannen leggen, timmeren, stopcontacten in elkaar schroeven en lopen allemaal rond met een zelfgemaakt, houten fotolijstje – met ingebrande bedrijfsnaam. In de rest van Nederland beleven nog eens negenduizend schoolkinderen een kleinere ‘doe-dag’ op 25 bouwplaatsen.
‘Er is onwijs veel werk in de bouw’, zegt Arno Visser tegen een groep kinderen. Visser is voorzitter van Bouwend Nederland, de vereniging van circa 4.600 bouw- en infrabedrijven. ‘We hebben de komende jaren heel veel extra bouwers nodig.’ Bijvoorbeeld om het woningtekort op te lossen en voor onderhoud aan infrastructuur. ‘Wist je dat er in Nederland 88 duizend bruggen zijn? Allemaal heel gaaf.’
Terwijl op de achtergrond de grootste hit klinkt van Bertus Staigerpaip – ‘Wij zijn de jongens van de bouw, die nemen het niet zo nauw’ – beweegt Jitze in de graafmachine met de basketbal de joystick net iets te bruusk. De bal springt hoog op en mist de basket. Het was niet zijn eerste keer in zo’n machine, vertelt hij. ‘Mijn vader werkt er ook mee. Ik heb er zelfs al een stukje mee gereden.’ Huizen bouwen, dat lijkt de jongen wel wat. ‘Dat je kunt laten zien: kijk, dat heb ik gebouwd.’
Werken in de bouw, vertelt de leraar van Jitze, is niet het eerste antwoord van zijn leerlingen op de vraag wat ze willen worden als ze later groot zijn. ‘Dit evenement plant bij sommigen wel een zaadje’, zegt Bart Audenaerd terwijl hij toekijkt hoe de jongens van zijn groep 7 een kennisquiz verliezen van de meisjes – ‘met 4-0 of zo’, glunderen Lot (11) en Noor (‘bijna 11’).
Bij bouwen komt meer kijken dan je denkt, weten de twee nu. ‘Dat je zóveel toiletten nodig hebt in elk gebouw, wist ik niet’, zegt Lot. Ze denkt dat bouwbedrijven en bouwopleidingen haar en haar klas al die ‘bouwdingen’ laten doen om te laten zien dat werken in de bouw ook leuk is. Maar, nuanceert Noor, ‘ik denk niet dat je op een bouwplaats allemaal spelletjes gaat doen’.
Als de organisatie hiermee 1 procent van alle kinderen bereikt, denkt hun ‘meneer Bart’, wordt later de krapte op de arbeidsmarkt al minder. Bart Audenaerd heeft zelf ook wat geleerd over het werken in de bouw. ‘Hier blijkt dat dat óók werken met het hoofd is.’
Dat is precies waarvoor onderwijs-staatssecretaris Mariëlle Paul (VVD) aandacht vraagt. ‘Bouwen doe je met je handen, maar ook op kantoor’, houdt ze de kinderen voor. ‘Je moet plannen maken en goed samenwerken. Anders zit je elkaar op de bouwplaats in de weg.’
Paul zegt stevig te investeren in toegankelijk techniekonderwijs, ook op lagere scholen. Om zoveel mogelijk kinderen en jongeren met techniek, inclusief de bouw, in aanraking te laten komen, is de komende acht jaar ruim 350 miljoen euro beschikbaar. ‘Want we hebben al die jonge talenten keihard nodig.’
Aldoor voeren bussen schoolklassen af en aan. Overal zijn kinderen aan het klussen. Onophoudelijk klinkt hun getimmer als hagelstenen op een golfplaten dak. Verrassend geduldig maken ze op basis van een ontwerp van bamboestokjes en elastiek een huis – ‘diagonalen voor extra stevigheid’. Daarnaast is de estafette waarbij gefiguurzaagd gereedschap op de juiste plek op een geel en rood bord moet worden gehangen.
In de schaduw van een tent stelt de instructeur van een graafmachinesimulator met pretoogjes vast dat kinderen die veel gamen snel doorhebben hoe ze een virtuele hoop zand in een al even virtuele kuil moeten storten. ‘En als het niet meteen lukt, is het ook niet erg, want er kan niks kapot, hè.’
Verderop zetten kinderen bij wijze van dubbelglas, houten platen op de juiste wijze in kunststof kozijnen. In een mobiele bouwkeet stellen twee jonge, in harnas gestoken bouwvakkers een quizvraag. ‘Wat is het allerbelangrijkste in de bouw: veel geld verdienen of veilig werken?’
Meerdere keren tijdens hun schoolcarrière wil Erik Colijn, directeur van de mede-organisator van de dag, de Bouwschool Breda, zo veel mogelijk kinderen en jongeren herinneren aan de banen die voor het oprapen liggen in de bouw en techniek. ‘En dat niet met een powerpointpresentatie in een klaslokaal, maar een beetje verleiden, zoals we hier doen.’ Zijn Bouwschool leidt voornamelijk jonge bouwvakkers op tot timmerman, metselaar, tegelzetter of leidinggevende in de bouw – ‘vier dagen werken, één dag onderwijs’.
Kinderen op jonge leeftijd benaderen om later voor de bouwsector te kiezen, doet de branche volgens Colijn nog niet zo lang. ‘Jarenlang hielden we het mooie van de bouw vooral voor onszelf. Nu weten we: je moet het juist uitdragen.’ En nog een inzicht: wacht daar niet te lang mee.
Door zich met de massale doe-dag vooral te richten op leerlingen van groep 7, hoopt Colijn vóór het moment te zitten waarop kinderen en hun ouders in groep 8 de middelbare school kiezen. ‘Zie het als een stukje loopbaanoriëntatie’, zegt de Bouwschool-directeur, ‘alleen dan al heel jong.’
Casper van 12 en Thijs van 11 vinden het vooral leuk dat hun klasgenoten vandaag iets meekrijgen van wat voor de twee jongens gesneden koek is. ‘Ik werk liever met mijn handen’, zegt Casper, ‘vooral met hout. Kastjes maken enzo.’ Thijs heeft met zijn vader en tweelingbroer een flinke schuur gebouwd en een badkamer gemaakt. Hun leraar suggereert dat ze samen maar eens een klusbedrijf moesten beginnen. ‘Ik heb ook een keer de decoupeerzaag geprobeerd’, vertelt Thijs terwijl klasgenoten zijn verwikkeld in de afsluitende trilplatenrace, ‘geen probleem.’
Luister hieronder naar onze podcast de Volkskrant Elke Dag. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant