Hoe kijkt de generatie van 2000 terug op de jaren die hen gevormd hebben en wat verwachten ze van de toekomst? Marisa Mangal: ‘Na het uitgaan terug naar huis in een nachtbus, daar word ik echt niet vrolijk van. Wel misselijk.’
schrijft voor Volkskrant Magazine.
Waar ben je opgegroeid?
‘In Zoetermeer, met mijn ouders en broertje. We schelen vijf jaar. Vroeger konden we flink ruziemaken, vooral toen ik ging puberen. Nu is hij 19 en merk je daar niks meer van. Zoetermeer is een rustige plek om als kind op te groeien. De basisschool was minder. Ik werd gepest, rond groep 6 keerden mijn vrienden zich tegen mij. Ik kwam elke dag heel verdrietig thuis, tot ik naar een andere klas kon.
‘Het pesten duurde niet lang, maar het bleek later wel impact te hebben. Op de middelbare had ik een laag zelfbeeld. Als mijn vriendinnen iets niet leuk vonden, was ik bang dat ze me zouden laten vallen. Daarnaast was ik een jonge leerling, want ik heb een klas overgeslagen. Ik puberde een stuk later dan mijn klasgenoten. In havo-4 was ik een 15-jarige die met 18-jarige zittenblijvers in de klas zat. Ik paste er niet bij. Ze waren bezig met feesten, seks en drinken, en ik was nog een kind.’
Brak dat je op?
‘Ik kreeg paniekaanvallen, soms wel elke dag. Dankzij de kinderpsycholoog en een fysiotherapeut hield het op. Die eerste zei dat ik depressief was, maar dat wilde ik toen niet geloven. Achteraf gezien klopte het wel.
‘Nu ik ouder ben is Zoetermeer een beetje saai. Je hebt niet echt uitgaansgelegenheden, geen leuke plekken om drankjes te doen, de verbinding met grote steden is mwah. Na het uitgaan terug naar huis in een nachtbus, daar word ik echt niet vrolijk van. Wel misselijk.’
Zou je ergens anders willen wonen?
‘Ja, ik zou wel uit huis willen, maar de huizenmarkt is niet top. Mijn vriend heeft wel een huis kunnen kopen. Als ik er klaar voor ben, kan ik daar intrekken, dus ik ben gestopt met zoeken. Ooit wil ik wel samenwonen, maar ik hou er niet van afhankelijk te zijn van iemand. Ik wil eerst een stabiel salaris hebben. Op dit moment zit ik dus nog prima bij m’n ouders. Ik spaar liever nog even dan dat ik een huis ga huren. Elke maand huur betalen zou betekenen dat alle leuke, luxe dingen die ik doe er niet meer in zouden zitten. Ik ga elke week uit eten. Het liefst sushi. Dat is echt slecht voor je portemonnee.’
Hoe betaal je dat?
‘Ik werk al vier jaar in vogelpark Avifauna in Alphen aan den Rijn. Eerst werkte ik bij het verblijf van de lori’s, waar ik cupjes nectar verkocht die bezoekers aan de vogels kunnen voeren. Het is nu een bijbaan, maar als ik afgestudeerd ben wil ik er als bioloog aan de slag.’
25 in 25
In de serie 25 in 25 vragen we jongeren geboren in 2000 hoe ze zijn geworden wie ze zijn en hoe ze hun toekomst zien. Meedoen? Mail een korte omschrijving (opleiding/woonplaats/bijzonderheden) naar: 25in25@volkskrant.nl
Bioloog? Hoe ben je daar terechtgekomen?
‘Toen ik de havo afrondde, was ik 16. Veel te jong voor het hbo, vond ik, dus ging ik vwo doen. Dat was een stuk leuker – ik was ineens omringd door leeftijdsgenoten. Na het vwo hoopte ik geneeskunde te gaan doen. Ik wilde huisarts worden, maar werd uitgeloot. Een vriendin wilde een proefstudeerdag proberen bij biologie, en om haar gezelschap te houden ging ik mee. Ik bleek het leuk te vinden. Ik wilde het een jaartje doen en daarna weer geneeskunde proberen, maar besloot te blijven.’
Waarom?
‘Ik hou heel erg van dieren. Helaas kreeg ik veel microvakken, over cellen enzo, in het eerste jaar. Daarna kon ik gelukkig gedragsbiologie doen. Dat vind ik een stuk leuker. Ik heb altijd vogels gehad, eerst een grasparkietje en nu dwergpapegaaien. M’n scriptie ging over de invloed van uv-licht op de zebravink, een Australische vogel. Vogels hebben een extra kegeltje in hun ogen waardoor ze uv-licht kunnen zien. Daardoor zien ze de wereld heel anders dan wij.’
Wilde je je meteen specialiseren in vogels?
‘Ja. Vogels zeggen veel over het ecosysteem waarin ze leven. Als er iets mis is, merk je dat direct. Ze gaan zich anders gedragen, of verlaten het gebied. Vogels zijn zo slim. Zangvogels doen net als baby’s de klanken na die wij maken. Daarom ben ik ook bij het vogelpark gaan werken. Na mijn bachelor nam ik een tussenjaar. Ik ging een maand naar mijn oom en tante op Aruba. Toen ik mijn leidinggevende dat vertelde, zei hij dat hij contacten had bij een nationaal park op het eiland.
‘Toevallig had de Arubaanse douane net 28 geelvleugel-amazonepapegaaien onderschept. Iemand wilde die vogels verhandelen op Aruba, want illegale handel van dieren is een heel winstgevende markt. De douane besloot de dieren aan het park te geven. Deze vogelsoort kwam vroeger namelijk voor op het eiland, maar is door de illegale handel verdwenen. Voor het eerst in 45 jaar was de amazonepapegaai dus terug. Avifauna werd ingeschakeld om te helpen met de terugkeer naar het wild, en precies toen kwam ik in beeld.
‘Ik ging observaties en literatuuronderzoek doen. Deze vogels waren met de hand grootgebracht door stropers, dus ze waren tam. Dat wil je niet als je ze uitzet. Voeren moet dus met zo min mogelijk contact, en je moet ze leren zelf het juiste voedsel te vinden. Alles was nieuw voor me, maar ik heb daar naam gemaakt in de vogelwereld. Uiteindelijk is er een grote kooi gebouwd in het park, zodat ze eerst konden wennen zonder dat ze aangevallen zouden worden door bijvoorbeeld slangen. Twee jaar later lieten we ze vrij.’
Hoe is het met de amazonepapegaaien afgelopen?
‘Eerst kregen ze wormen, en ging het aantal naar 25. Het vrijlaten werd in drie dagen gedaan, dus telkens zo’n acht vogels. Maar zoals ik zei: vogels zijn slim. De roofvogels hadden op dag twee al door dat er iets stond te gebeuren, dus op het moment van vrijlaten werden de amazonepapegaaien direct aangevallen. Het werd een gevecht in de lucht, één of twee papegaaien hebben dat niet overleefd. Gelukkig gaat het met de rest nog steeds goed.’
Wat ben je na Aruba gaan doen?
‘Ik ben een master gedragsbiologie in Amsterdam gaan doen. Gek genoeg is iedereen daar geïnteresseerd in primaten, dus voor mijn onderzoek moest ik weer naar Leiden. Ik ben daar met de hoornraaf een project gaan doen. Dat is een heel bijzondere vogel: hoewel het geen zangvogels zijn, zingen ze toch duetten met elkaar. Ik ben nu bezig met afstuderen.
‘Ik zou graag willen promoveren, het liefst op de hoornraaf. Bij Avifauna ga ik na mijn master als bioloog aan de slag. Ik ben niet snel trots op mezelf, maar nu wel. Ik heb het gewoon geflikt, van het verkopen van nectar naar bioloog.’
Waar maak je je zorgen over?
‘Ik volg sinds een jaar geen therapie meer. Dat is natuurlijk super, maar als ik een kleine tegenslag heb ben ik wel snel bang dat ik ga terugvallen en weer depressief word en paniekaanvallen krijg. Dat gaat niet gebeuren, want ik heb genoeg handvatten gekregen om het onder controle te houden. Ik ben een perfectionist, met heel hoge verwachtingen van mezelf. Afstuderen zie ik als iets wat er gewoon bijhoort, niet als een speciaal moment.’
Wat zijn verder je dromen?
‘Ik zou graag met m’n vriend willen wonen en iets opbouwen. Aan kinderen moet ik nu nog niet denken. Mijn vriend en ik zaten samen in de klas op de middelbare school, maar we hebben toen nooit gepraat. Vorig jaar kwamen we elkaar tegen op een app. We bleken superveel gemeen te hebben. Hij houdt ook van dieren en wandelen. De eerste tien minuten van de eerste date zei hij: ik ga je eerst allemaal vragen stellen over dieren, en daarna kunnen we gewoon gaan praten. Echt een match made in heaven. Hij werkt in de finance, dus als we over onze dag vertellen hebben we nogal verschillende verhalen. Hij heeft het over een goede Excelsheet, ik over het voeren van de miereneter.’
‘We zouden heel graag een boerderij willen. Of eigenlijk wil hij het liefst dat ik directeur van het vogelpark word, hij de financiële kant gaat doen, en we er samen naast wonen. Dan hebben we de vogels in onze achtertuin, zegt hij dan. Dat lijkt mij ook wel wat.’
Marisa Mangal wordt op 31 oktober 25
Woonplaats: Zoetermeer
Hoe volwassen vind je jezelf op een schaal van 1 tot 10?
‘Ik heb het aardig op een rijtje: ik weet wat ik wil en wat ik ga doen. Maar ik kan ook echt een slons zijn, ik hou niet van koken, en heb ook last van uitstelgedrag. Een 7,5.’
Voel je jezelf onderdeel van een generatie?
‘Ja. Ik werk en studeer, heb het superdruk, net als veel anderen van mijn leeftijd.’
Waar ben je over zeven jaar?
‘Ik hoop dat ik dan werk als bioloog en lekker met mijn vriend woon. Ik zie mezelf dan in ieder geval niet meer dronken in de nachtbus zitten.’
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant