Edwin Bleichrodt | procureur-generaal De ‘PG’ bij de Hoge Raad vervult een van de belangrijkste posities in de rechtsstaat. Hij ziet de kwetsbaarheden, maar waakt voor paniek. „Als je te vaak de noodklok luidt, is het signaal zachter wanneer het er echt toe doet.”
Procureur-generaal Edwin Bleichrodt: „Een aangifte lijkt soms politiek gekleurd, maar ik dien het recht, dus ik leg het langs de lat van het recht.”
De huidige procureur-generaal bij de Hoge Raad staat bekend als muziekliefhebber en fervent cellospeler. Dat hij tevens een grote liefde voor voetbal heeft, wil Edwin Bleichrodt ook wel beamen. Maar op de vraag bij welke club hij op de tribune plaatsneemt, blijft het stil. „Ik zit bij de KNVB”, verontschuldigt hij zich, verwijzend naar zijn nevenfunctie als lid van de commissie van beroep van de voetbalbond – waar spelers schorsingen door de tuchtcommissie kunnen aanvechten.
Als ‘PG’ bij de Hoge Raad vervult Bleichrodt een van de belangrijkste rollen in de rechtsstaat. Terwijl de Hoge Raad volstaat met de online toelichting dat de raad rechtspreekt, zijn voor de taakomschrijving van de PG negen webpagina’s nodig. „Het is moeilijk om in één zin samen te vatten”, zegt Bleichrodt. „Maar al mijn werkzaamheden hangen samen met de onafhankelijke positie die de procureur-generaal in ons staatsbestel inneemt.”
Naast het geven van juridische adviezen – conclusies – over zaken die bij de Hoge Raad aanhangig zijn en onderzoek doen naar de herziening van strafzaken, speelt de PG ook als toezichthouder en aanklager een belangrijke rol. Hij beoordeelt aangiftes tegen bewindslieden en Kamerleden en vervolgt hen indien hij daartoe van de regering of Kamer opdracht krijgt. Hij houdt toezicht op het Openbaar Ministerie en is belast met het disciplinair toezicht op rechters.
De PG krijgt „op steeds meer terreinen” taken toebedeeld, ziet Bleichrodt. Sinds de komst van de privacywetgeving in 2018 is hij belast met het toezicht op hoe de rechtspraak met persoonsgegevens omgaat. De nieuwe Wet op de politieke partijen, die in mei bij de Tweede Kamer werd ingediend, geeft de PG een cruciale rol bij het verbieden van partijen die de democratische rechtsstaat ernstig bedreigen.
In zijn ruime Haagse werkkamer in het gebouw van de Hoge Raad – waar Bleichrodt met zijn parket geen onderdeel van uitmaakt, maar wel kantoor houdt – staat hij NRC te woord over zijn toezichtswerk, de vervolging van politici en de rechtsstaat. Aan de muur valt zijn toga met hermelijnen boordsel op. „Het is geen echt bont”, benadrukt de PG.
Eind maart kondigde Bleichrodt een onderzoek aan naar de OM-strafbeschikking. Dit volgde op NRC-onthullingen dat het OM voortaan zoveel mogelijk strafzaken waarop maximaal zes jaar celstraf staat, zelf, buiten de rechter om, wil afdoen door een strafbeschikking op te leggen. De plannen stuitten op forse kritiek omdat strafbeschikkingen niet openbaar zijn en het OM alleen boetes en taakstraffen – en dus geen celstraf – kan opleggen. Van de elf toezichtsonderzoeken die de PG sinds de mogelijkheid daartoe in 2012 uitvoerde, gingen er vijf over de strafbeschikking. Bleichrodt en zijn voorgangers constateerden dat het OM de wet overtrad, bijvoorbeeld door strafbeschikkingen op te leggen zonder voldoende bewijs, met gebrekkige omschrijving van de (strafbare) feiten of zonder vertalingen voor buitenlandse verdachten.
Foto Merlijn Doomernik
Edwin Bleichrodt (1968) is sinds 2021 procureur-generaal bij de Hoge Raad, waar hij in 2013 als advocaat-generaal in dienst trad. Bleichrodt was eerder hoogleraar straf- en strafprocesrecht aan de Erasmus Universiteit en advocaat bij landsadvocaat Pels Rijcken. Hij studeerde rechtsgeleerdheid aan de Radboud Universiteit Nijmegen waar hij tevens cum laude promoveerde op een proefschrift over voorwaardelijke veroordelingen.
Wat zegt het dat bijna de helft van uw onderzoeken over de strafbeschikking gaat?
„Mijn toezicht richt zich erop of het OM wettelijke voorschriften naleeft en uitvoert. Dat juist de strafbeschikking daarbij aan bod komt is niet voor niets. Bij de strafbeschikking oefent het OM bevoegdheden uit die ingrijpen in de levens van mensen zonder dat daar een rechter aan te pas komt. Dan is het van groot belang dat de wettelijke voorschriften worden nageleefd.”
Vindt u het wel opportuun dat het OM het gebruik van de strafbeschikking opvoert terwijl u in 2022 constateerde dat de praktijk op een aantal vlakken niet aan de wet voldoet en uw aanbevelingen daarover nog niet zijn doorgevoerd?
„De wetgever heeft het OM de ruimte gegeven om strafbeschikkingen op te leggen en ik treed niet in hoe het OM die ruimte invult. Tegelijkertijd vind ik dat bij die intensivering van het gebruik van de strafbeschikking, waartoe het OM heeft besloten, ook andere aspecten van onze strafrechtspleging betrokken moeten worden, zoals het belang van de openbaarheid van de strafzitting en het opleggen van een korte gevangenisstraf die bij de strafbeschikking niet mogelijk is.”
Het OM stelt een groot deel van de door u in 2022 geconstateerde verbeterpunten niet te kunnen doorvoeren tot er een nieuw zaaksysteem is. Heeft u te accepteren dat het OM zijn wettelijke plichten niet nakomt zolang er geen nieuw IT-systeem is?
„Ik vind het lastig om dat te gieten in termen van accepteren. De PG onderzoekt, signaleert en adviseert. Wat ik als toezichthouder het belangrijkste vind, is wat het betekent voor de kwaliteit van de strafbeschikking als die intensivering wordt doorgevoerd. Wij hebben onder meer tekortkomingen geconstateerd op hoe strafbare feiten worden omschreven en rond het ontbreken van vertalingen. Wij vinden het belangrijk dat die intensivering hand in hand gaat met verbeteringen in de kwaliteit. Dat gaan wij in ons nieuwe onderzoek beoordelen.”
Het is niet voor het eerst dat ict-problemen het functioneren van het OM beïnvloeden. De laatste tijd zijn er veelvuldig computerstoringen. Zijn de ict-perikelen bij het OM niet een onderzoek van de PG waard?
„Wij kijken inderdaad naar in hoeverre wettelijke voorschriften niet worden nageleefd door ict-aspecten. Niet alleen bij het onderzoek naar de strafbeschikking, maar ook in een nieuw onderzoek over sepots dat in juli naar buiten komt. Ik weet niet of ik dit onderwerp ooit in een overkoepelend onderzoek giet, maar het is zeker een aspect dat ik meeneem in onderzoeken.”
U bent verantwoordelijk voor de vervolging van Kamerleden en ministers. In de Tweede Kamer is veel te doen over het lekken vanuit het presidium over oud-voorzitter Khadija Arib. Naast ambtenaren zijn daar mogelijk ook Kamerleden en oud-voorzitter Vera Bergkamp bij betrokken. Is dit een zaak die op uw bord kan komen?
„Wanneer aangifte wordt gedaan tegen een Kamerlid en het betreft een ambtsmisdrijf dan komt die zaak inderdaad bij mij terecht en treed ik, als het tot een vervolging komt, op in de rol van aanklager. Dit onderzoek is in behandeling bij het OM en er is een [inmiddels vrijgesproken] verdachte die niet onder deze regeling valt. Mocht alsnog een Kamerlid in beeld komen, dan zal het OM mij informeren en kan ik een oriënterend onderzoek starten. De situatie is hier nog iets complexer omdat de Kamer ook zelf de mogelijkheid heeft onderzoek te doen.”
Wie beslist uiteindelijk of een Kamerlid of minister vervolgd wordt?
„Dat kan zowel de regering of de Tweede Kamer zijn. Vervolgens dien ik de zaak naar de Hoge Raad te brengen die hem of haar berecht.”
Is dat niet ongelukkig – want erg politiek – georganiseerd op deze manier?
„Bij de vervolging van Kamerleden en ministers zijn er altijd politici betrokken en dat wordt in brede kring als ongemakkelijk ervaren. Zowel bij de vervolging van iemand uit eigen kabinet en coalitie als iemand van de oppositie is het ingewikkeld. De Commissie Fokkens heeft hier onderzoek naar gedaan en in 2021 voorgesteld om die vervolging uit de politieke sfeer te halen en de vervolgingsbeslissing bij mij – de PG – te leggen. Een voorstel voor de daarvoor benodigde grondwetswijziging is onlangs voor advies aan de Raad van State gezonden.”
Heeft de PG überhaupt wel eens een politicus moeten vervolgen?
„Tot nu toe blijkt uit alle oriënterende onderzoeken dat er geen aanknopingspunten voor vervolging zijn [geweest]. Maar ik zie het niet als puur theoretische mogelijkheid. In de landen om ons heen zien we wel degelijk soms strafrechtelijke onderzoeken die in Nederland onder deze wettelijke regeling zouden zijn gevallen, zoals de recente vervolging van minister Salvini in Italië wegens het tegenhouden van bootvluchtelingen en de vervolging van voormalig ministers in België naar aanleiding van het zogenaamde Agustaschandaal rond corruptie bij de aanschaf van gevechtshelikopters.”
U ontving de afgelopen jaren aangiftes tegen Kamerlid Thierry Baudet (FVD) en de ministers Marjolein Faber (PVV) en Sigrid Kaag (D66). Komen de aangiftes vooral uit activistische hoek?
„Een aangifte lijkt soms politiek gekleurd, maar wat ik toets is natuurlijk niet de politieke wenselijkheid van een richting. Ik dien het recht, dus ik leg het langs de lat van het recht.”
Vanwege de opmars van politieke partijen die weinig ophebben met de onafhankelijkheid van de rechtspraak wordt in Nederland serieus gekeken om de invloed van de minister van Justitie op de benoeming van de Raad van de rechtspraak en rechtbankpresidenten te beëindigen. Hoe ziet u uw positie? Is die voldoende beschermd tegen ongewenste beïnvloeding?
„De procureur-generaal bij de Hoge Raad wordt benoemd voor het leven en dat is een belangrijke waarborg voor onafhankelijkheid. Tegelijkertijd is mijn benoeming wel heel globaal geregeld. Het gaat om een benoeming bij koninklijk besluit op voordracht van de minister van Justitie. Juist omdat de PG veel taken krijgt toebedeeld vanuit zijn onafhankelijke positie in het staatsbestel, zou je verwachten dat bij die benoeming meer waarborgen bestaan om te voorkomen dat die onafhankelijke rol in het gedrang komt door een benoeming.”
Een kwaadwillende minister kan zelf bepalen wie hij als PG benoemt?
„Er komt weliswaar een aanbeveling uit het parket bij de Hoge Raad, maar dat is geen bindende aanbeveling. In andere landen waaronder België is bijvoorbeeld bepaald dat de PG afkomstig is uit het parket, maar ook die waarborg kennen wij niet. Ik zie dus kwetsbaarheden.”
Er wordt de laatste tijd, zowel vanuit de rechtspraak als de wetenschap, gewaarschuwd dat de rechtsstaat in Nederland gevaar is. Vindt u dat ook?
„Wereldwijd is er een toename van het sentiment waarbij de rechter de schuld krijgt als bepaalde politieke doelen niet worden verwezenlijkt. Dat is inderdaad zorgelijk. Aan de andere kant denk ik dat niet te snel moet worden geantwoord met het uitroepen van het einde van de rechtsstaat, als een minister of Kamerlid bijvoorbeeld zegt verbaasd te zijn over een uitspraak van de rechter of het er niet mee eens is.
„Het wordt anders als de politiek zegt: ‘ik ben het niet eens met die uitspraak dus ik ga hem niet uitvoeren’ of als politici rechters van een politieke agenda betichten. Dan raak je aan de integriteit en onafhankelijkheid van de rechtspraak. En dat is iets wat mij zorgen baart: dat staatsmachten soms naar elkaar wijzen als het misgaat.”
Dit vindt plaats in verschillende westerse democratieën en ook het Nederlandse parlement. Dat vindt u dus zorgelijk?
„Aan de ene kant deel ik die zorgen. Aan de andere kant is het goed om zelfbeheersing te betrachten en het begrip rechtsstaat niet inflatoir te gebruiken. Daarvoor is het een te groot goed. Als je te vaak de noodklok luidt over de rechtsstaat dan wordt het signaal zachter op het moment dat het er echt toe doet.”
Source: NRC