Home

Rugby bracht gedetineerden in Vught de afgelopen weken dichter bij elkaar: ‘Ze begonnen als individuen, nu staat er een team’

Achter hoge muren en prikkeldraad van de PI Vught werd rugby de afgelopen twee maanden ingezet om gedetineerden te helpen bij hun terugkeer in de samenleving. Afsluiting van het project: een wedstrijd tegen de ervaren spelers van The Dukes. Kan een potje rugby echt levens veranderen?

is nieuwsverslaggever van de Volkskrant. Ze schrijft met name over onderwijs.

Vlak voor het fluitsignaal roept trainer Bart Viguurs zijn team bijeen. Tien mannen vormen een cirkel, hun schoenen in het vergeelde gras. ‘Luister’, zegt hij. ‘Vandaag gaat het niet om winnen of verliezen. Iedereen die hier staat, heeft al gewonnen.’

De mannen zijn geen doorsnee spelers. Het zijn gedetineerden van de PI Vught, die op het punt staan een wedstrijd te spelen tegen The Dukes, een rugbyteam uit Den Bosch. Breedgeschouderd, sommigen met professionele ervaring.

De spanning onder de gevangenen is voelbaar. Sommigen hebben de hele nacht wakker gelegen, starend naar het plafond van hun cel.

Ook The Dukes zijn nerveus – om een andere reden. Ze staan tegenover mannen met straffen tot wel vijftien jaar. Zijn ze onvoorspelbaar? Agressief? De omgeving werkt niet bepaald kalmerend: een kaal sportveld, ingesloten door hoge muren met prikkeldraad. Vier beveiligers in blauwe blouses en met bungelende portofoons houden op een bankje de wacht.

Prrrrrrt. De rugbyers stormen het veld op. Het gaat er op het eerste oog hard aan toe. In zogeheten ‘rucks’ proberen ze al trekkend en duwend de bal te heroveren. Eén speler strompelt halverwege de wedstrijd het veld af, een ander breekt een rib.

Maar wie goed kijkt, ziet ook iets anders. Spelers helpen elkaar overeind, geven high fives, maken grappen over en weer. Het spel blijft beheerst. En juist dáárom draait het in dit re-integratietraject: om wat nodig is om samen te spelen. Discipline, vertrouwen, doorzettingsvermogen, kameraadschap, gelijkwaardigheid. Eigenschappen die de gevangenen straks, eenmaal buiten de muren, goed kunnen gebruiken.

Mentaal
‘In rugby is respect heel belangrijk’, zegt Richard van den Broek, oud-international en bondscoach van het Zweedse rugbyteam. Juist daarom, vindt hij, is het een ideale sport om gedetineerden voor te bereiden op hun terugkeer in de samenleving. ‘Je mag de scheidsrechter niet eens aanspreken.’ Op het veld is iedereen van elkaar afhankelijk – van de man die tackelt tot degene met het overzicht en de snelheid. ‘Hoe diverser het team, hoe beter.’

Van den Broek trainde de afgelopen zeven weken, samen met Bart Viguurs, het team in de PI Vught. Twee keer per week passeerde hij de zwaarbeveiligde blauwe poort. Mobiele telefoon inleveren, ID tonen, spullen door de scanner. Het werd al snel routine.

Vandaag is voorlopig zijn laatste bezoek. In een vergaderruimte, waar The Dukes zich verzamelen rond een schaal worstenbroodjes, blikt hij terug. Hij zag hoe de mannen groeiden. Niet alleen fysiek of tactisch (‘onvoorstelbaar hoe snel ze het oppakten’), maar ook mentaal. In het begin waren het losse individuen. Grote bek, grappen ten koste van elkaar. ‘Nu staan ze er als team.’

Hij vertelt over een deelnemer met een kort lontje. ‘Aan het eind zei hij: als ik boos word, dan voel ik dat nog steeds in mijn buik, maar ik heb nu ook overzicht in m’n hoofd. Daar heeft hij de rest van zijn leven wat aan.’

La Drola
Het idee om rugby in te zetten als middel tot reïntegratie is niet nieuw. Tijdens de coronapandemie werd met steun van ErasmusPlus een Europees rugbyproject op poten gezet. Gevangenen uit onder meer Nederland, Italië en Cyprus deden mee.

In Turijn groeide het gevangenisteam La Drola (vrij vertaald: ‘grappige vrouw’) zelfs uit tot officieel competitie-elftal in de Serie C, de laagste nationale klasse. Bij hoge uitzondering mochten de gedetineerden buiten de gevangenismuren spelen. Ze eindigden als derde. In 2023 kwam er een abrupt einde aan het succes: dertien van de zevenentwintig spelers testten positief op drugs. Het team werd uit de competitie gezet.

Ook buiten Europa wordt rugby ingezet in gevangenissen, met veelbelovende uitkomsten. In Argentinië wist de Fundación Espartanos – een organisatie die sport combineert met onderwijs, spiritualiteit en beroepsvaardigheden – het recidivecijfer onder deelnemers terug te dringen van 65 naar 5 procent. Een kanttekening: de cijfers komen van de organisatie zelf en zijn niet onafhankelijk geverifieerd.

In het Verenigd Koninkrijk laat het project Get Onside, opgezet door de Saracens Foundation, soortgelijke resultaten zien: slechts 15 procent van de deelnemers komt binnen twee jaar opnieuw in aanraking met justitie, tegenover een landelijk gemiddelde van 50 tot 60 procent.

Ook wetenschappelijk onderzoek onderschrijft het belang van sport in detentie. In een studie uit 2021 schetsen onderzoekers van Hogeschool Utrecht en Windesheim hoe sport bijdraagt aan sociale vaardigheden, verantwoordelijkheidsgevoel en gedragsverandering. Maar ze waarschuwen ook: zonder goede nazorg verdampt het effect.

Slechts een kwart van de sportprojecten in Europese gevangenissen biedt begeleiding na de vrijlating, bijvoorbeeld door ex-gedetineerden te helpen zich aan te sluiten bij een lokale sportvereniging. Juist die begeleiding is cruciaal voor blijvende gedragsverandering, stellen de onderzoekers.

Motivatiebrief
De subsidie waarmee het eerste rugbyproject in de PI Vught werd gefinancierd, is inmiddels opgedroogd. Dankzij de steun van een lokaal softwarebedrijf dat iets terug wilde doen voor de samenleving, werd het project dit jaar nieuw leven ingeblazen.

De werving verliep via posters op de gangen van de gevangenis. Geïnteresseerden konden zich aanmelden via een motivatiebrief. De belangstelling was groot, de selectie streng. ‘We zochten naar commitment’, zegt Sjoerd (hij wil alleen met zijn voornaam in de krant), sportdocent in de PI Vught, die de gevangenen begeleidt tijdens hun tweewekelijkse sportmomenten. Enkele aanmelders haakten alsnog af toen bleek dat de training samenviel met de wekelijks aangeboden kerkdienst.

De regels waren helder: wie zich misdroeg, op het veld of op de afdeling, lag eruit. Uiteindelijk vielen vier deelnemers voortijdig uit: twee vanwege blessures, twee wegens wangedrag. ‘Eentje schold de trainer uit,’ zegt Sjoerd. ‘Die dacht dat hij groter was dan het team.’

Een uur voor de aftrap druppelen de tien overgebleven gedetineerde spelers een kale vergaderruimte binnen – elders dan waar The Dukes zich voorbereiden. Een rugbyteam bestaat normaal gesproken uit vijftien man, maar om praktische redenen hebben ze voor dit toernooi gekozen voor kleinere teams.

Terreinverlof
De gevangenen dragen sportkleding, sommigen hebben hun voeten in badslippers gestoken. Om hun nek hangt een geel keycord met het opschrift ‘Terreinverlof’, verwijzend naar hun zelf verworven privilege om zonder begeleiding naar een afgesproken bestemming binnen de muren te lopen.

Het team is gemêleerd. Sommigen wachten op hun vonnis, anderen zitten langdurige straffen uit of verblijven op een afdeling voor psychische problematiek. PI Vught is met ruim 700 gedetineerden een van de grootste gevangenissen van Nederland. Op het terrein lag ooit het beruchte Kamp Vught, het SS-doorvoerkamp waar tijdens de Tweede Wereldoorlog duizenden joden, Roma en verzetsstrijders hun laatste tussenstop maakten.

Tegenwoordig herbergt het complex onder meer de Extra Beveiligde Inrichting (EBI), een vesting binnen de vesting, met dubbele muren, hekken en permanente camerabewaking. De bekendste inwoner is Ridouan T., kopstuk in het Marengo-proces. Hij zit een levenslange straf uit voor moord en het aansturen van een criminele organisatie.

Luister hieronder naar onze podcast de Volkskrant Elke Dag. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.

Kwetsbaar
‘Ik heb nauwelijks geslapen’, zegt Hassan (23), terwijl hij aanschuift bij zijn teamgenoten. De jongen (tenger postuur, vriendelijk gezicht, zwarte krullen) heeft ‘een pittige straf’ van 14 jaar gekregen. Voor zijn arrestatie had hij ogenschijnlijk een normaal bestaan: hij volgde een opleiding, had verschillende baantjes. Maar sinds zijn 13de leidde hij een dubbelleven in de criminaliteit.

Nu wil hij het roer omgooien. In zijn motivatiebrief voor het rugbyproject schreef hij: ‘Ik geloof dat dit mij heel erg gaat helpen zodat ik mijn emoties beter onder controle kan houden en met respect om kan gaan met mezelf en anderen.’ Hij sloot af met: ‘Ik wil het beste uit mezelf halen.’

In het benauwde zaaltje stijgt de spanning. ‘Als The Dukes winnen, moeten we ze feliciteren’, zegt een van de gedetineerden. ‘Dat gun ik ze niet’, grijnst een ander, terwijl hij met zijn voet nerveus over de vloer schuift.

Trainer Viguurs roept zijn spelers bijeen in een kring. ‘Alsof je in de kleedkamer zit.’ In zijn handen houdt hij een stapel zwarte shirts; de tenues waarin ze straks het veld op gaan. ‘In de rugbycultuur is een shirt meer dan een simpel stuk stof: wie het draagt, heeft de – symbolische – verantwoordelijkheid om het op een betere plek achter te laten.

‘Dit project heeft jullie bloed, zweet en tranen gekost’, zegt Viguurs. ‘Jullie wilden soms stoppen, hadden pijntjes, maar bleven staan. Niemand plaatste zich boven het team. Jullie vroegen om hulp, durfden je kwetsbaar op te stellen. Dat maakt jullie een team.’

De spelers worden één voor één naar voren geroepen. Ze krijgen een knuffel van de trainers. Sommigen zijn zichtbaar geëmotioneerd.

De rugnummers op de shirts lopen kriskras door elkaar. De gedetineerden mochten ze zelf kiezen. Er zit een 69 tussen; uitleg overbodig. Hassan koos voor nummer 11, een eerbetoon aan een dierbare die in 2011 overleed.

Vertrouwen
Hassan wil vandaag laten zien wat ze samen hebben opgebouwd. Bewijzen wat hij in huis heeft, vooral voor zichzelf. Er staan geen bekenden langs de kant van het veld. Familie of vrienden mogen niet komen, en wat hij hier presteert, zal geen likes of reacties opleveren. Gevangenen hebben immers geen toegang tot internet.

Het project bracht ritme in zijn dagen. Structuur. Een onderbreking van het trage, repeterende gevangenisleven. Elke dag tussen half vijf en half acht gaat de deur van zijn cel op slot. Vermaak beperkt zich tot een boek of de televisie, waarvoor 3 euro per week moet worden betaald. ‘Vooral in het weekend is het zwaar’, zegt hij. ‘Dan is er niks.’

Rugby bracht hem meer dan afleiding. Iets wat hij niet eerder kende, of durfde toe te laten: vertrouwen. ‘Door wat ik in het verleden heb meegemaakt, vind ik dat moeilijk’, zegt Hassan. ‘Maar tijdens dit project heb ik geleerd wat het betekent om op anderen te kunnen rekenen.’

Politiek gevoelig
Ondanks de hoopgevende resultaten – lagere recidive, zichtbare gedragsverandering – ligt het rugbytoernooi politiek onder vuur. Niet alleen het toernooi, maar breder: het idee dat sport en ontspanning een legitieme plek verdienen binnen detentie. Partijen als de PVV pleiten voor een soberder gevangenisregime zonder ruimte voor wat zij als ‘vermaak’ beschouwen. De cel moet afschrikken.

Jos van Lokven, staffunctionaris PI Vught, zag door de jaren heen hoe re-integratievoorzieningen stukje bij beetje werden uitgekleed. Waar sport ooit als essentieel werd gezien, geldt het nu steeds vaker als luxe. Zonde, vindt hij. Vanaf de zijlijn volgt hij het spel, dat inmiddels in volle gang is. In de verte weerklinken korte kreten over het gras: ‘Hier!’ ‘Achter je!’ ‘Rennen!’

‘Dit is een win-winsituatie’, zegt Van Lokven. ‘Het kost Dienst Justitiële Inrichtingen niets, en de mannen leren hier vaardigheden die ze meteen kunnen toepassen.’ Volgens hem is het effect direct voelbaar. ‘Collega’s vertellen me dat het rustiger is op de afdelingen. Tijdens het luchten zoeken de gevangenen elkaar bovendien sneller op.’

Niet opgeven
Een tweede fluitsignaal luidt de rust in. The Dukes leiden met 2-5. De spelers gaan naar hun eigen hoek van het veld. ‘Zo hé’, zegt een van de Bossche rugbyers, terwijl hij het zweet van zijn voorhoofd veegt. ‘Het valt tegen.’ Zijn teamgenoot corrigeert hem. ‘Je bedoelt: het valt mee. Ze zijn fanatiek. Ze doen het echt goed.’

The Dukes zijn vooraf uitvoerig geïnstrueerd: speel beheerst. Geen harde tackles, geen machtsvertoon. ‘Deze wedstrijd draait niet om domineren’, zegt de scheidsrechter. ‘Het gaat erom dat de jongens kunnen laten zien wat ze hebben geleerd.’

Aan de overzijde van het veld kijkt Bart Viguurs zijn spelers een voor een aan. ‘Alles wat we de afgelopen zeven weken hebben opgebouwd, komt hier nu samen’, zegt hij. ‘We vallen, we staan op. Het enige wat we niet doen, is opgeven.’

Langs de zijlijn staat Frank (58); de armen over elkaar, zijn blik strak op het veld. Hij deed tijdens de coronaperiode mee aan het allereerste rugbyproject in de PI Vught, en is de enige van dat team die nog vastzit. Door goed gedrag geniet hij inmiddels wat meer bewegingsvrijheid. Vandaag is hij toeschouwer.

‘Het was intensief’, herinnert hij zich zijn eigen rugbytraject. ‘In het begin was er veel frictie, maar we groeiden naar elkaar toe.’ Wat hem het meest is bijgebleven, is dat de tegenstanders na afloop van de wedstrijd hun clublied aan hen opdroegen, uit respect. ‘Ik kreeg er kippenvel van.’

Tranen
De wedstrijd is voorbij. Hoewel The Dukes overtuigend winnen, besluit de scheidsrechter dat het een gelijkspel is geworden. Dik verdiend, vindt hij. De Bossche spelers vormen een poortje. De gedetineerden lopen er één voor één onderdoor. Er klinkt applaus. De spanning die aan het begin van de wedstrijd zo voelbaar was, heeft plaatsgemaakt voor verbroedering. De spelers – The Dukes en gedetineerden door elkaar – vormen een gezamenlijke kring op het veld.

De aanvoerder van het gevangenenteam, nog nahijgend, neemt het woord: ‘Dank dat jullie ons deze ervaring hebben gegund.’ De scheidsrechter moedigt hen aan om zich na hun vrijlating aan te sluiten bij een rugbyteam. ‘Iedereen is welkom’, zegt hij. ‘You start from scratch.’

Het is een advies dat Hassan ter harte neemt. Voldaan zit hij in het gras, een flesje cola in zijn hand. Hij heeft gescoord. Toch staat zijn gezicht ernstig: langzaam dringt het besef door dat er een einde is gekomen aan het project. ‘Ik ga het echt missen’, zegt hij. ‘Rugby is een sport voor bikkels, maar er heerst geen haantjescultuur. Niemand oordeelt, ook niet als je een traantje laat. Dat vind ik prachtig.’

Als hij over een paar jaar vrijkomt, wil hij een ‘gewoon’ leven opbouwen. Trouwen met zijn verloofde, die hij via zijn zus leerde kennen. Een vaste baan. En: lid worden van een rugbyvereniging.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next