Home

Een jaar na de verwoestende hoosbui in Enschede weten de getroffenen nog steeds niet of ze ooit naar huis kunnen

Na de plotselinge en extreme regenval in Enschede vorige zomer verkeren tientallen inwoners nog altijd in grote onzekerheid over hun huis, hun wijk én hun toekomst. Experts waarschuwen: ‘Dit zullen we op steeds meer plekken gaan zien.’

is regioverslaggever van de Volkskrant in Oost-Nederland.

Weinigen zullen zich de hevige regenval boven Enschede van 21 juli 2024 herinneren, maar voor Jannie Kaspers (77) is de ellende blijvend. De zomerse ‘piekbui’ nam Jannie en man Henk (78) na veertig jaar niet alleen hun huis af, maar ook hondje Tukke. In de nasleep van de waterschade en vochtproblematiek overleed de Friese stabij aan een bacterie. Om zelf een bacteriële infectie te boven te komen, moest Jannie een bloedtransfusie ondergaan.

De Kaspers woonden in een van de 66 huizen in Enschede die na de stortbui van een jaar geleden werden bestempeld als ‘te ongezond om in te wonen’. Er kwam toen in korte tijd zo veel water uit de lucht, dat de riolering het niet meer aankon en er ontlasting door deze huizen stroomde. De dagen erna trokken vocht, zwarte schimmel en bacteriën tot in de bovenste verdiepingen.

Verspreid over de Twentse stad werden vorig jaar meer dan honderd huishoudens getroffen door wateroverlast. De wijken Pathmos en Stadsveld het hardst. De aanblik is er troosteloos. Bijna een jaar later zijn de verlaten huizen nog altijd afgetimmerd met plaatwerk. In sommige verwaarloosde voortuinen staan brandnetels tot op borsthoogte. Op de Willem de Clercqstraat 127 heeft het kunstgrasgazon verloren van de natuur; het onkruid is er doorheen gebroken.

De sociale huurders uit de 57 zwaarst getroffen huizen (van de 66 ontruimde woningen stonden 5 sociale huurwoningen leeg, 4 zijn koopwoningen) dachten dat zij maximaal een half jaar niet terug naar huis konden. Die periode werd verlengd in afwachting van onderzoek door Arcadis.

Ontluisterend

De ontluisterende conclusies van de ingenieurs kwamen in april. Op korte termijn kan geen enkele maatregel voorkomen dat een regenbui weer tot vergelijkbare schade leidt. De eigenaar van de meeste huizen, woningbouwcorporatie De Woonplaats, nam vervolgens een drastisch besluit: pas als de gemeente ingrijpende maatregelen treft, wordt gekeken of bewoners terug kunnen.

Dit gaat zeker acht jaar duren, hoorden bewoners tijdens een emotionele bijeenkomst. En dan nog is de kans klein dat de verouderde woningen weer in gebruik genomen kunnen worden.

‘Dat in een uurtje tijd zo veel schade aangericht kon worden, had niemand hier voorzien’, zegt gemeenteambtenaar Peter Dijkstra. Hij houdt zich in Enschede bezig met het klimaatbestendig maken van de stad. ‘Tot diep in de muren, op zolder, in kleding, meubels: alles was vies, vol bacteriën en schimmels. Het zat overal.’

De zomerse hoosbui boven Enschede van vorig jaar staat voor meer dan de plaatselijke ellende die ermee gepaard ging. Het is een waarschuwing voor heel Nederland, zeggen deskundigen. Werp een blik op de Klimaateffectatlas en de blauwe plekken verspreid over Nederland tonen dat regen overal voor grote problemen kan zorgen. Ook als er, net zoals in Enschede, geen kolkende rivieren en beken aan te pas komen – wat in Limburg in 2021 wel meespeelde.

Paradigmaverschuiving

De ontwikkelingen in de Twentse stad worden met grote interesse gevolgd door hoogleraar klimaatadaptatie Marjolijn Haasnoot (Universiteit Utrecht), werkzaam bij Deltares en lid van de Wetenschappelijke Klimaatraad. ‘Het is een paradigmaverschuiving dat Enschede nu zo hard zegt: we kunnen waterschade op deze plekken niet voorkomen’, zegt ze. ‘Dit zullen we op steeds meer plekken gaan zien. Het dringt meer en meer door dat we sommige klimaatgevolgen niet kunnen voorkomen met technische oplossingen.’

Dat de vocht- en schimmelproblematiek meer aantast dan bakstenen en inboedel, laat de hechte volkswijk Pathmos zien. Ook het sociale weefsel van de Enschedese buurt, met voornamelijk sociale huur, raakte beschadigd. Met het plaatsen van underlaymentplaten op verlaten huizen verdween de gezelligheid en saamhorigheid in deze straten.

Niet dat iedereen accepteert dat het voorbij is. Een aantal vertrokken bewoners verzorgt nog altijd de tuin. Krista Hansen (46) houdt achter haar voormalige woning met afgetimmerde ramen zelfs haar parkieten nog in een volière. En daar komt Martin Woortman (59) aangereden, die de ‘zeker veertig koikarpers’ in de tuin van zijn vriendin komt voeren. In het mandje voor op zijn scootmobiel liggen twee cakes van Bakker Joop, voor de wekelijkse woensdagochtend-koffiebijeenkomst in De Boei.

Het wijkcentrum met de toepasselijke naam was tijdens en direct na de wateroverlast nog meer dan anders het levende middelpunt van Pathmos. De wijk werd begin vorige eeuw gebouwd voor arbeiders uit de katoenfabrieken. Na de teloorgang van die Enschedese industrie bleven de arbeidersgezinnen er generatie op generatie wonen in de sterk verouderde, en dus klimaatkwetsbare huizen. Mede doordat zij moesten toezien hoe een groot deel van de 85 beken verdween, omdat ze met het vertrek van de katoenproductie naar lagelonenlanden hun functie hadden verloren. Althans, zo dacht men.

Misrekening

Het bleek een misrekening. Het gebrek aan beken in de hele stad veroorzaakt nu een cluster aan waterproblemen in Enschede. Doordat de waterwegen het overtollig regenwater niet meer afvoeren, moet de riolering dit doen. Maar die is, zoals op zoveel plekken in Nederland, in de afgelopen honderd jaar aangelegd en totaal niet berekend op de grote hoeveelheden neerslag die tegenwoordig in een klimaatbui kunnen vallen, concludeerde Arcadis over Enschede.

En als het regenwater in de straten al een uitweg vindt in de overmatig betegelde ondergrond, kan het door een kleilaag nog steeds niet snel dieper komen. Het gevolg is dat in delen van Enschede het water steeds vaker door de straten stroomt. En omdat de stad op een stuwwal is gebouwd, met zo’n 40 meter hoogteverschil, zoekt het bovengronds een weg naar beneden.

De Willem de Clercqstraat ligt in een laagte waar water dan samenkomt. Een bewoner, die niet met naam in de krant wil omdat hij een advocaat in de arm heeft genomen vanwege de problemen in zijn straat, kijkt uit op de afgetimmerde huizen. Met zijn gezin mocht hij blijven, maar de man is allerminst te spreken over het leefklimaat. De 36-jarige Enschedeër met kaal hoofd en tatoeages op zijn onderarm ziet er niet bepaald bang aangelegd uit, en toch zegt hij: ‘Bij elke regenbui ben je angstig; bij code oranje voel je je hier niet fijn.’

Voor de gezondheid van zijn gezin zou hij liever vandaag dan morgen zijn ruim honderd jaar oude sociale huurwoning verlaten. ‘Alles laat los, het behang bladdert, voegen springen eruit en overal zit schimmel’, zegt hij. ‘Deze huizen zijn op.’

Plastic bloemen

Hij hekelt dat er in overleg met de buurt nu plannen worden gemaakt om de straat leefbaarder te maken. Bijvoorbeeld door het hout voor de ramen van de verlaten huizen te halen en ze decoratief in te richten. Maar de man wil helemaal niet uitkijken op plastic bloemen, hij wil duidelijkheid over zijn eigen toekomst in de straat.

Net als een buurman, die ook anoniem wil blijven. Hij zit voor zijn huis – ‘Geen huisnummer opschrijven, anders sturen we op jou ook een advocaat af’ – als hij zegt: ‘Knap het op, of breek het af. Zo moeilijk is die keuze toch niet?’

Toch wel, zegt Gabriel Kaplan, directeur-bestuurder van De Woonplaats, de grootste woningbouwcorporatie in de regio. Het ongemak en de frustratie bij de bewoners begrijpt hij, maar hij benadrukt ook dat er geen simpele oplossingen zijn. De schimmel- en vochtproblemen die de twee anonieme buurmannen aankaarten, spelen bovendien overal in Enschede en hebben meer oorzaken, legt hij uit.

‘Het is ook het gevolg van een hoog grondwaterpeil in combinatie met oude woningen’, zegt Kaplan. ‘We doen alles wat we kunnen, maar we zien dat maatregelen zoals ventilatie en het behandelen van muren van korte duur zijn. We zoeken nog steeds naar een manier hoe we dit voor de langere termijn kunnen verhelpen.’ Net als wateroverlast zijn vocht- en schimmelproblemen een groeiend landelijk probleem, waar volgens CBS-cijfers inmiddels een op de vijf huishoudens mee kampt.

Historische bescherming

De sociale huurwoningen in de zwaarst getroffen delen van Enschede dan maar platgooien en klimaatbestendig terugbouwen? Dat kan ook niet zomaar. Pathmos is een zogenoemde tuindorpwijk, naar begin 20ste-eeuws Engels voorbeeld om wijken een dorps karakter te geven. De cultuurhistorische bescherming van de wijk maakt elke aanpassingen in het straatbeeld ingewikkeld.

‘De toekomst van de getroffen woningen hangt daardoor echt af van het effect van de ingrepen in de waterhuishouding door de gemeente’, zegt Kaplan van de woningbouwcorporatie. ‘Als dat duidelijk is, kunnen wij pas definitief besluiten wat we met de verlaten huizen doen.’

Het denken over klimaatverandering en hoe we daar in stedelijk gebied mee omgaan, is al enige tijd gaande in Nederland. Tal van kennisinstituten schrijven er rapporten over vol. Op verzoek van Brussel kwam er in 2016 een Nationale klimaatadaptatiestrategie (NAS), waarvan volgend jaar een nieuwe versie verschijnt.

Verschillende steden zijn ook al tijden intensief bezig, zoals Rotterdam en Amsterdam. In de hoofdstad is specifiek oog voor klimaatrisico’s én ongelijkheid, omdat klimaatverandering ongelijkheid versterkt, doordat mensen in armoede vaker in huizen wonen die minder bestand zijn tegen hitte, droogte en overtollig water. Met onder meer hogere kosten en ongezondere leefomstandigheden tot gevolg – wat vorig jaar dus pijnlijk zichtbaar werd in de Enschedese volksbuurten.

No-brainers

Om problemen te helpen voorkomen, spreekt Frank van Gaalen, die bij het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) wetenschappelijk onderzoek doet naar klimaatadaptatie, van een aantal ‘no-brainers’. Meer groen en water in het straatbeeld en minder verharding. ‘Dat helpt niet alleen bij het opvangen van water, maar ook tegen hitte, geeft meer biodiversiteit en een gezonder leefklimaat.’ Het gebeurt volgens hem al op veel plekken, maar nog lang niet voldoende.

‘Bij de bouw goed rekening houden met zon en schaduw, en gebruikmaken van warmtewerende materialen, zijn ook zulke voorbeelden’, zegt Van Gaalen. ‘Maar omdat er voor nieuwbouwwijken geen strakke, verplichtende richtlijnen hierover zijn, wordt het nog te vaak uit economische afwegingen niet gedaan.’

Enschede werd verrast door de ‘piekbui’ vorig jaar, maar behoort ook tot de steden die al jaren bezig zijn de eigen klimaatkwetsbaarheid te verminderen. Inmiddels zijn zeven beken teruggebracht. Ook maakten op tal van plaatsen stenen plaats voor groen en zijn er vele kuilvormige perken (wadi’s) aangelegd, waar het teveel aan water vanaf de straat heen kan stromen. En op diverse plekken in de stad stroomt regen tegenwoordig in grote ondergrondse waterbergingen.

Maar het is allemaal bij lange na niet genoeg, herinnerde de hoosbui vorige zomer het stadsbestuur. Om de nog niet uitgevoerde plannen te versnellen, heeft de gemeente budgetten naar voren geschoven. Voor nog meer waterbergingen, beken en grotere rioolbuizen, zodat ze niet zoals nu 20, maar de nieuwe norm van 70 millimeter per uur aan kunnen.

Slopen dus

Maar als het straks allemaal gedaan is, dan nog is meer nodig voor de meest kwetsbare plekken in de stad, was de harde boodschap van Arcadis. Om de 70 of zelfs 100 millimeter-buien van de toekomst aan te kunnen, moet ook bovengronds iets gebeuren. ‘In het huidige ontwerp van de wijk is hiervoor nauwelijks ruimte’, schrijven de ingenieurs over Enschede – een conclusie die opgaat voor veel meer Nederlandse buurten. ‘Een impact op stedenbouwkundig ontwerp lijkt bij deze opgave onontkoombaar.’

Het is jargon voor: ruimte maken. Slopen dus. Om zo met meer groen en beken het water bij extreme buien ook bovengronds langs huizen te kunnen leiden. In tijden van woningschaarste geen populaire boodschap.

Enschede staat voor de keuze waar meer en meer Nederlandse plaatsen voor komen te staan, zegt hoogleraar Haasnoot: het waterprobleem voor de korte termijn fixen, of voor de lange termijn echt anders oplossen? ‘Het denken hierover is in heel Nederland begonnen, maar nog onvoldoende.’

Als het over het voorkomen van schade door klimaatverandering gaat, vindt ook PBL-onderzoeker Van Gaalen dat ‘we nog te weinig bezig zijn met afwegen wat we wel of niet acceptabel vinden aan klimaatrisico’s’. Hij geeft als voorbeeld het aantal sterfgevallen bij hittegolven. ‘Er zijn geen duidelijke keuzes gemaakt over hoeveel extra doden door hitte we acceptabel vinden. En boven welk aantal we meer willen doen en wat dit mag kosten.’

Harde keuzes

Dit afwegingskader ontbreekt bij beleid over klimaatadaptatie, zegt Van Gaalen. ‘Terwijl we die vraag bij alle ontwikkelingen en keuzes moeten gaan stellen.’

Haasnoot denkt dat we daar als land toe in staat zijn, en put hoop uit het miljardenproject Nationaal Programma Ruimte voor de Rivier. Waarin volgens haar de afgelopen decennia ‘harde keuzes’ zijn gemaakt, zoals het verplaatsen van buitendijkse gebouwen, maar dat dat tegelijk ook ‘mooie oplossingen’ opleverde, zoals brede uiterwaarden waar de natuur floreert.

Beide onderzoekers hopen op een maatschappelijke discussie over klimaatadaptatie. Want Haasnoot en Van Gaalen benadrukken dat, ongeacht wat we doen, we ‘in toenemende mate met extreme gevolgen van klimaatverandering te maken krijgen’.

‘10 procent van de gebouwen in Nederland heeft nu al kans op overlast bij een extreme piekbui’, zegt Van Gaalen van het PBL. Als we niets doen, wordt dat de komende decennia alleen maar erger. ‘De kans dat op een willekeurige plek in Nederland een bui valt zoals in Enschede, van 50 tot 60 millimeter per uur, is nu eens per honderd jaar. In 2100 kan dit oplopen tot eens in de vijftig jaar.’

Weerbaarheid

Omdat ellende steeds minder vaak te voorkomen zal zijn, is het zaak dat de overheid ook gaat inzetten op het vergroten van de maatschappelijke weerbaarheid, adviseerde Haasnoot recentelijk als lid van de Wetenschappelijke Klimaatraad in het rapport Meeveranderen met het klimaat dat op 19 juni werd gepubliceerd. Door mensen beter voor te lichten over de klimaatrisico’s die ze lopen en ze te helpen voorbereiden op noodsituaties.

‘Ik moet mezelf soms nog corrigeren, maar ik spreek bewust niet meer over volgende generaties die ermee te maken krijgen’, zegt Haasnoot. ‘Want het komt steeds sneller. Het gaat al over ons.’

Dat hoef je ze in Enschede niet te vertellen. ‘Laat maar waaien’, dacht de 77-jarige Jannie Kaspers toen ze hoorde dat het acht jaar kan duren voor ze misschien terug mag naar de sociale huurwoning waar ze met Henk meer dan de helft van haar leven woonde. De Kaspers behoren dan ook tot de 35 van de 57 geëvacueerde sociale huurders die inmiddels elders in Enschede een permanent huisje hebben geaccepteerd.

Want, zegt Kaspers, ‘over acht jaar zijn we er helemaal niet meer’.

Luister hieronder naar onze podcast de Volkskrant Elke Dag. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next