Home

Op zoek naar verraders: onze verslaggevers testten het nieuwe zoeksysteem van het collaboratiearchief

Over ruim een week kunnen de 425 duizend dossiers over collaborateurs en oorlogsmisdadigers digitaal worden doorzocht bij het Nationaal Archief. De Volkskrant mocht er al enkele uren in grasduinen. Wat is er te vinden over de verrader van opa?

Ellen de Visser en Rik Kuiper werken als verslaggever bij de Volkskrant. Allebei schrijven ze geregeld over de Tweede Wereldoorlog en het CABR-archief.

Nadat de Zeeuwse molenaarszoon Jan de Visser in de nacht van 27 juli 1944 door NSB’ers in zijn eigen huis zwaar was mishandeld, kwam hij in de politiecel bij een dorpsgenoot terecht. De ochtend erop werd hij naar het huis van bewaring overgebracht en kennelijk voelde hij het noodlot toen al aankomen. ‘Hij vroeg mij of ik zijn vrouw de groeten wilde doen en goed voor haar wilde zorgen’, verklaarde de dorpsgenoot na de oorlog in de strafzaak tegen een van de betrokken NSB’ers.

Een simpele zoekopdracht, drie muisklikken en de verklaring verschijnt op het computerscherm in de studiezaal van het grootste Nederlandse oorlogsarchief. Het lijkt een onbeduidend fragment in het levensverhaal van de verzetsman, maar het zijn details die zijn familie nog niet kende. Zij wisten alleen de naam van de twee hoofddaders, hadden alleen die strafdossiers gelezen. De woorden van de dorpsgenoot lagen verscholen in het 840 pagina’s tellende dossier van een andere NSB’er, die zich op die zomeravond ook zwaar had misdragen maar die voor de nabestaanden altijd onbekend was gebleven.

De zoekmachine komt ook met een tweede onbekende getuigenverklaring, van Jans vrouw Maria. Zij vertelde dat er twee weken voor die fatale nacht ook al NSB’ers op bezoek waren geweest. Huis en schuur waren doorzocht, maar er was niets verdachts gevonden. ‘Mijn man heeft daarna nog met hen buiten staan praten’, had ze gezegd. Een cynisch beeld; De Visser zou de oorlog niet overleven, hij stierf in een concentratiekamp.

Grasduinen

Er ligt een schat aan informatie in de 425 duizend dossiers van verdachte en veroordeelde collaborateurs en oorlogsmisdadigers die zijn verzameld in het Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging (CABR). Voor de nabestaanden van vermoorde Joden en verzetsmensen bleef die informatie decennialang verstopt: in dat archief kon immers alleen op naam van de dader worden gezocht. En die naam wisten de meeste families niet.

Over ruim een week komt daar verandering in. Dan gaat het project Oorlog voor de rechter eindelijk van start en kunnen de dossiers digitaal worden doorzocht. Niet op een openbare website, zoals aanvankelijk de bedoeling was, maar op vijf computers in de studiezaal van het Nationaal Archief in Den Haag, waar ook de papieren dossiers van al die daders en verdachten worden bewaard. De bedoeling is dat er de komende maanden ook in regionale archieven kan worden ingelogd. En na een wetswijziging, die de privacybezwaren moet wegnemen, kunnen gebruikers – zo hoopt het Nationaal Archief – alsnog vanuit huis zoeken.

Is dat de moeite waard? Voorafgaand aan de openstelling mocht de Volkskrant drie uur lang grasduinen door ‘de mooiste website die nog niemand gezien heeft’, zoals ze bij het Nationaal Archief zeggen. Gewapend met een lijst met zoektermen gingen twee verslaggevers op zoek naar informatie over kleine en grote kwesties uit de Tweede Wereldoorlog.

Op die lijst stonden vooral zaken die ze zelf goed in de vingers hebben, zodat ze konden beoordelen hoeveel nieuwe stukken boven water zouden komen bij een digitale zoekopdracht. Zo was Jan de Visser de grootvader van de ene verslaggever en schreef de andere verslaggever een boek over oorlogsmisdadiger Willem van der Neut. Ze hadden toestemming van slachtoffers en nabestaanden om in het systeem te zoeken.

Bruine dozen

Voorheen was het zoeken in de dossiers een analoge aangelegenheid. Je bestelde een dossier en reserveerde een plek in de studiezaal. Archiefmedewerkers serveerden de documenten uit in bruine dozen, waarin mappen zaten vol rechtbankstukken, brieven en soms zelfs foto’s. Wie iets zocht, zat vaak dagenlang te bladeren. Interessante informatie moest met potlood en papier worden overgeschreven, of op de laptop worden overgetypt.

Nu de documenten zijn gedigitaliseerd, gaat dat anders. In de zoekbalk kan de gebruiker een zoekterm invullen: een naam, een onderduikadres, een plaats delict. Druk op ‘enter’ en het systeem spuugt een lijst dossiers uit waarin de zoektermen voorkomen. Daarna kan binnen de zoekresultaten verder worden gezocht.

Dat werkt soepel, is licht verslavend en levert soms interessante vondsten op. Zo duikt Willem van der Neut, die zich tijdens de oorlog misdroeg als bewaker in Kamp Amersfoort, ook op in de dossiers van andere medewerkers van het beruchte kamp. Sommige dossiers bevatten verklaringen die in zijn eigen strafdossier ontbreken.

Zo vertelde Van der Neut in het dossier van Ernst van Doorn hoe ze samen gevangene ‘Leentje’ mishandeld hadden, nadat die had geprobeerd te ontsnappen. ‘Ik heb hem met de stok op zijn zitvlak geslagen’, aldus Van der Neut, ‘doch Ernst van Doorn sloeg hem waar hij hem maar raken kon. Ook heeft Van Doorn hem twee blauwe ogen geslagen.’

In een ander dossier verklaarde Van der Neut dat hij zich tegen het einde van de oorlog vrijwillig meldde voor ‘frontdiensten’, om de geallieerden af te stoppen. Hij zei dat hij die stap al eerder had willen maken ‘om uit het kamp te komen’. In zijn eigen dossier sprak hij een soortgelijke wens niet uit.

Handgeschreven stukken

Het digitale zoeksysteem, waaraan jaren is gewerkt, maakt het de gebruiker makkelijk. Een omvangrijk document hoeft niet meer helemaal te worden doorgespit. De software markeert de pagina’s waarop de gezochte informatie voorkomt met een rood kader.

Belangrijke begrippen worden blauw gearceerd en krijgen uitleg. Wie op het woord ‘arbeidsinzet’ klikt, leest dat het ‘de gedwongen tewerkstelling in Duitsland’ betreft, ‘voor mannen van zeventien tot veertig jaar’. Het geeft snel context aan mensen die thuis geen boekenplank vol oorlogsboeken hebben. Bij de uitleg van de Waffen-SS en de NSB wordt ook een organogram meegeleverd, zodat gebruikers direct kunnen opzoeken hoe hoog de rang van SS-Obersturmbannführer was, en wie hoger in de boom zat, de kringleider of de blokleider.

Handig is ook dat het systeem de documenten in een strafdossier heeft gesorteerd per fase van de rechtsgang. Eerst het politieonderzoek met bijvoorbeeld getuigenverhoren, dan de rechtszaken met zittingsverslagen en tot slot de gerechtelijke uitspraken en de nasleep. Vrijwel alle stukken zijn automatisch omgezet in platte tekst, waardoor ook handgeschreven brieven eenvoudig te lezen zijn.

Dat de gevonden documenten vanwege de geldende privacyregels nog altijd niet mogen worden geprint of gefotografeerd, blijft frustrerend. Ook nu nog geldt: alleen overschrijven met potlood of overtypen met de laptop.

Die ene vraag

Maar vind je in het systeem ook wie opa heeft verraden, of opgepakt? Veel nabestaanden van Joodse slachtoffers en verzetsmensen hopen na tachtig jaar eindelijk meer te weten te komen over het tragische lot van hun dierbaren. Historici probeerden zulke verwachtingen eerder al te temperen. En terecht. De ongeveer twintig namen en adressen die de twee verslaggevers door het systeem haalden, leverden vaak geen informatie op. Politie-agent Hendrik Olofsen, verzetsman Klaas de Raad, het ondergedoken Joodse jongetje Rob Coopman: ze werden allemaal verraden, maar het systeem geeft er niets over prijs. Ook over een huis in het Overijsselse Lemelerveld, waar onderduikers hebben gezeten, heeft het archief geen informatie. De naam van een van de onderduikers levert geen hit op.

Het kan zijn dat voor het oppakken van al die mensen nooit iemand is vervolgd. Het is ook mogelijk dat namen zijn verhaspeld, waardoor de zoekmachine ze niet vindt. Of misschien zijn de betreffende dossiers nog niet aan het systeem toegevoegd. Er zijn zo’n 10,8 miljoen stukken digitaal beschikbaar, een derde van alle documenten uit het CABR-archief, waaronder vrijwel alle grote strafzaken. De scanapparaten draaien nog door tot 2027. Wat er de komende jaren bijkomt, zijn vooral kleine zaken of economische overtredingen. Maar toch: wie over twee jaar nog eens zoekt, zou zomaar wél iets kunnen vinden.

Anonieme tip

Als er in strafdossiers wél wordt gerept van verraad, dan blijft de naam van de verrader vaak onbenoemd. Zo werd het Joodse meisje Greetje Troostwijk in juni 1944 opgepakt op haar onderduikadres in IJsselstein, na een anonieme tip. Het archief leidt naar de verklaring van stenotypiste Johanna Bergman die tussen 1941 en 1944 op de administratie werkte bij de Sicherheitspolizei en het anonieme briefje nog precies kon beschrijven: een klein velletje ‘met pen en inkt geschreven en gesloten in een witte envelop’. Even nog kwam de boze buurman van de onderduikfamilie in beeld, zo blijkt uit de archiefstukken, maar hij ontkende. De verrader is nooit gevonden.

Soms gaat er achter een eenvoudig document een wereld van verdriet schuil. Zoek op de naam van Nico Prins en het systeem leidt naar het dossier van Jodenjager Martinus Hinse. Tussen de 1.370 gescande pagina’s zit een briefje dat nooit eerder is ontdekt, een akte die op het politiebureau moet zijn getikt toen Nico en zijn vrouw Suze op 22 september 1943 werden binnengebracht. ‘Betrifft: die Juden Prins’ is de aanhef. Het echtpaar was om kwart voor 9 ’s morgens opgepakt op hun onderduikadres in de Amsterdamse Valeriusstraat. Ze hadden 245 gulden bij zich. ‘Ze verklaarden dat hun enige kind Liesje in juli 1942 naar Zwitserland was gebracht.’

Die verklaring klopte niet. De 5-jarige Liesje zat ondergedoken in Haarlem, waar ze kort na haar ouders zou worden opgepakt. Ze werden alle drie in Auschwitz vermoord. Wie de naam van Liesje intikt, komt uit bij het omvangrijke strafdossier van oorlogsmisdadiger Pieter Johan Faber, die na de oorlog verklaarde dat het meisje was verraden. ‘Door iemand die een anonieme brief had geschreven.’

Luister hieronder naar onze wetenschapspodcast Ondertussen in de kosmos. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.

Wilt u belangrijke informatie delen?
Mail naar tips@volkskrant.nl of kijk op onze tippagina.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next