Home

Defensie kan voorlopig niet zonder Amerika: 'We zijn verslaafd aan de VS'

De volgende minister van Defensie kan waarschijnlijk vele miljarden extra uitgeven. Maar waar gaat dat geld naar toe? Specialisten stellen dat Europa een behoorlijke defensie-industrie heeft, maar veel geld zal naar de Verenigde Staten stromen.

Met de NAVO-top in Den Haag in het vooruitzicht en dreiging vanuit het oosten was de Tweede Kamer afgelopen week tamelijk eensgezind: de defensie-uitgaven moeten omhoog, met waarschijnlijk zo'n 16 tot 19 miljard euro.

Hoe is dat bedrag bepaald?

Het Nederlandse defensiebudget is dit jaar 22 miljard euro. Dat is een bedrag ter grootte van 2 procent van onze economie. Ook veel andere landen zitten rond dat percentage. Maar de Amerikaanse regering wil dat Europa meer bijdraagt aan zijn eigen verdediging.

De NAVO denkt dat de uitgaven van 2 naar 3,5 procent moeten stijgen om de Europese defensie op orde te krijgen. Voor Nederland komt dat neer op 16 tot 19 miljard euro extra, een verhoging die waarschijnlijk in stappen wordt doorgevoerd.

Een besluit over het hogere budget wordt tijdens de aanstaande NAVO-top genomen, al houdt de Nederlandse politiek het laatste woord over het eigen defensiebudget.

Waar zou Nederland die miljarden aan moeten uitgeven?

Dat is nog niet helemaal duidelijk. Wel zei de nu demissionaire minister van Defensie Ruben Brekelmans vorige maand dat de NAVO vooral extra lucht- en raketverdediging wil, net als artillerie, meer bataljons voor de landmacht en zogenoemde 'enablers'. Tot die laatste groep behoren uitgaven aan ondersteunende zaken zoals logistiek en voorraden.

Volgens een recent rapport van de Adviesraad Internationale Vraagstukken (AIV), een rijksadviseur voor buitenlands beleid, zou de prioriteit van Nederland moeten liggen bij onder meer lucht- en raketverdediging, zoals F-35-straaljagers en raketsystemen, en tankervliegtuigen. Ook het versterken van bestaande onderdelen van de krijgsmacht zou prioriteit moeten krijgen.

"We moeten vooral beter worden in het op afstand zien aankomen van de vijand en deze ook op afstand kunnen uitschakelen", stelt hoogleraar Oorlogsstudies Frans Osinga. "Wat je eigenlijk wil, is dat je zo sterk bent dat de tegenstander nauwelijks kans heeft om de grens te bereiken. Daarnaast moet je je eigen troepen kunnen beschermen."

Dit ziet Osinga vooral als een taak voor Europa als geheel en niet alleen voor Nederland. Daarbij heeft elk land zijn specialisme. "Duitsland is bijvoorbeeld goed in het bouwen van tanks, terwijl Finland en Zweden goede artillerie maken." Nederland heeft met Damen dan weer een sterk maritiem bedrijf.

Dick Zandee, defensiespecialist bij kennisinstituut Clingendael, voegt eraan toe dat je niet alleen moet kijken naar de aanschaf van materieel. "Je ziet in Oekraïne dat je in staat moet zijn om jezelf langere tijd te verdedigen en dus 'voortzettingskracht' moet hebben."

Zandee geeft een tankbataljon als voorbeeld. "Die gaan enkele tientallen jaren mee. Maar twee derde van de kosten die je hebt, zitten in de exploitatie. Denk aan bijvoorbeeld brandstof en munitie. Er moet dus ook geld zijn om zo'n bataljon te onderhouden."

Kan Nederland alle materieel zelf produceren?

Nederland kent twee vooraanstaande fabrikanten van militair materieel. Naast het eerdergenoemde Damen is er Thales, dat goed is in radartechnologie en snelvuurwapens. Maar veel zullen we elders moeten halen. "In Nederland is onterecht veel militaire industrie ontmanteld in de laatste decennia", zegt Osinga. "Maar de Europese Unie heeft nog wel een goede defensie-industrie."

Wel kan het volgens hem even duren voor je alle gewenste materieel hebt. "Alle landen kloppen nu op dezelfde deurtjes. De producenten krijgen het dus druk."

Ook Zandee verwacht dat Europese landen in wachtrijen terechtkomen. "Nederland kreeg bijvoorbeeld zijn defensiebudget in 2024 al niet op. Daar komt bij dat veel dingen traag gaan. Als je een fabriek wil uitbreiden, zijn er bezwaarmakers, stikstofregels en milieuvoorschriften."

De AIV ziet in zijn recente rapport nog meer knelpunten, met name personeelstekorten en toegang tot grondstoffen. Ook benadrukt de adviesraad dat bedrijven die willen uitbreiden, garanties moeten hebben dat ze ook op lange termijn hun producten kwijt kunnen. "Je moet in Europa in feite een ecosysteem van fabrikanten en toeleveranciers opbouwen", zegt Osinga.

Kunnen we zonder Amerikaans materieel?

Voorlopig niet. Een goed voorbeeld hiervan is volgens Zandee de Nederlandse luchtmobiele brigade. Die maakt veel gebruik van de Chinook-helikopter, waarvoor geen Europees alternatief is.

Sommige critici vermoeden daarom dat de Europese verslaving aan Amerikaanse defensiematerieel meespeelt in het besluit van president Donald Trump om Europa te dwingen meer te besteden aan de eigen defensie. Dit zou de Amerikaanse economie ten goede komen.

"De afgelopen decennia zijn we gaan leunen op de VS. Je ziet bijvoorbeeld dat hoe hoger je in de lucht komt, hoe meer Amerikaans materieel wordt gebruikt", legt Zandee uit. "Zo hebben we weinig hoogvliegende drones. En ook in de ruimte heeft Europa niet veel. Wel heeft de EU een goede maritieme industrie, maar de wapensystemen op die schepen komen dan weer uit Amerika."

Daarnaast komen ook veel tankervliegtuigen, die andere vliegtuigen van brandstof voorzien, uit de VS. "De vraag is vooral: wat kun je op korte termijn in Europa krijgen en op welk gebied ben je verslaafd aan de VS?", zegt Osinga. "Als je iets in Amerika moet kopen, dan moet dat maar."

Source: Nu.nl economisch

Previous

Next