Hoewel Trump deze week bereid leek Amerika direct bij de oorlog met Iran te betrekken, bieden de komende dagen een kans voor diplomatie. Die moet met beide handen worden aangepakt, ook door de Europese landen.
De Israëlische aanvallen op Irans nucleaire installaties tonen dat de betonrot in het bewind van de ayatollahs zich uitstrekt tot de militaire infrastructuur: in relatief korte tijd verkreeg Israël wat Rusland na drie jaar oorlog voeren tegen Oekraïne nog niet is gelukt: luchtdominantie.
Maar eerdere oorlogen in de regio hebben aangetoond dat initieel militair succes allerminst garant staat voor het bereiken van je strategische doelen. En dat geldt in dit geval voor zowel de uitschakeling van Irans nucleaire programma als voor regimeverandering. Leiders kunnen worden geliquideerd, maar de macht van de Revolutionaire Garde laat zich minder makkelijk breken. De aanval kan dus ook averechts werken: een Iraans regime dat erop gebrand is zo snel mogelijk over kernwapens te beschikken om zichzelf in de toekomst te vrijwaren van dit soort aanvallen.
De Amerikaanse veiligheidsexpert Richard Haass herinnert eraan dat president Clinton begin jaren negentig voor een dilemma stond: moest hij het Noord-Koreaanse kernwapenprogramma in zijn beginfase uitschakelen? Hij deed het niet, uit vrees voor een bredere oorlog die vele duizenden slachtoffers zou kunnen kosten. Prudent, maar nu heeft Pyongyang kernwapens en ballistische raketten die tot de VS reiken.
Er is al vele jaren een serieus probleem met het Iraanse nucleaire programma, dat sinds Trump het internationale akkoord hierover opzegde verder is uitgebreid. Het leidt tot steeds zorgwekkender rapporten van het Internationaal Atoomagentschap. Westerse inlichtingendiensten zijn het erover eens dat de tijd waarin Iran een kernwapen (of ‘vuile bom’) kan maken, steeds korter wordt.
Er was een Amerikaanse poging onderweg om nieuwe afspraken te maken met Iran. Met zijn aanval heeft Netanyahu de situatie op scherp gezet – zonder te kunnen weten of dit goed of slecht afloopt. Hij baseert zich op inlichtingen over de urgentie van het gevaar die de VS niet delen. Niettemin hoopt Netanyahu dat de VS alsnog het karwei zullen afmaken. Trump oogde deze week trigger happy, ondanks zijn verklaarde afkeer van betrokkenheid bij oorlogen in de regio, maar donderdag kondigde hij aan dat hij de komende twee weken een beslissing neemt ‘omdat er een substantiële kans is op onderhandelingen.’
Dat betekent dat er nog een kleine kans is om er met diplomatie uit te komen – en dat is precies wat de Europese landen proberen die, samen met EU-buitenlandchef Kaja Kallas, vrijdag met de Iraanse buitenlandminister Abbas Araghchi spraken. Feit is dat Europa’s positie in het Midden-Oosten verzwakt is sinds het vorige nucleaire akkoord: noch de regering-Netanyahu noch Trump lijkt zich veel aan te trekken van Europese bemoeienissen.
Toch bieden de komende dagen een kans voor diplomatie, waarin de Europeanen Trump een alternatief moeten bieden voor Israëls poging Trump voor zijn militaire karretje te spannen. Het is volstrekt onvoorspelbaar, maar Trump zou er oren naar kunnen hebben. Op zijn beurt moet het Iraanse bewind, dat balanceert op de rand van de afgrond, snel de bereidheid tonen eindelijk de lang gevraagde concessies te doen. Vrijdag gebeurde dat onvoldoende. Voordat het wapengekletter verder toeneemt, met onvoorzienbare gevolgen, moet elke diplomatieke kans onderzocht worden.
In het Volkskrant Commentaar wordt het standpunt van de krant verwoord. Het komt tot stand na een discussie tussen de commentatoren en de hoofdredactie.
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant