Home

Jongeren in gesprek over defensie: ‘Ben je niet bang dat het mooier wordt voorgesteld dan het is?’

Defensie wil fors groeien, dus de werving van jongeren draait op volle toeren. Waarom kiezen zij ervoor om wel of juist niet in dienst te gaan? Twee scholieren – een voor- en een tegenstander – gaan in gesprek over hun drijfveren.

is redacteur opinie van de Volkskrant.

Als ze maar niet worden neergezet als twee overtrokken stereotypen – daarover zijn Jonathan Krewinkel (18) en Paola Clarinda (19) het eens. ‘Ik ben geen Forum voor Democratie-stemmer die tegen alles is wat met het leger te maken heeft’, zegt Jonathan. En Paola: ‘Ik zit hier niet als ambassadeur voor defensie.’

Beiden hebben net eindexamen gedaan: morgen zullen ze horen dat ze respectievelijk hun havo- en gymnasiumdiploma hebben behaald. In januari start Paola met een dienjaar bij de luchtmacht, een soort werk-leerjaar om kennis te maken met defensie. Jonathan, onderdeel van de pro-Palestinabeweging en kritisch op de Navo, moet er niet aan denken om in dienst te gaan. In september start zijn stage bij een kunstcentrum.

Aanleiding voor het interview is de ambitie van defensie om te groeien van de huidige 74 duizend naar 200 duizend personeelsleden, vanwege de toegenomen oorlogsdreiging. De opkomstplicht wordt voorlopig nog niet heringevoerd: daarvoor is niet genoeg opleidingscapaciteit en materieel. Defensie probeert nu zo veel mogelijk mensen vrijwillig aan zich te binden, met onder meer campagnes en het laagdrempelige Dienjaar.

Eind dit jaar ontvangt iedereen tussen de 17 en de 27 bovendien een enquête waarin wordt gevraagd naar hun eventuele motivatie om aan de slag te gaan bij defensie. Dat is geïnspireerd op het Zweedse model, waarin iedereen die dienstplichtig is, wordt opgeroepen en verplicht zo’n enquête invult. Alleen mensen die gemotiveerd zijn, beginnen vervolgens een militaire opleiding van een jaar. Een groot deel van hen blijft daarna werkzaam bij defensie.

In Nederland is het voorlopig een vrijwillige enquête: om die te verplichten zouden eerst meerdere wetten, zoals de privacywet (AVG), moeten worden aangepast. Maar het is wel de eerste stap naar een ‘gradueel meer verplicht karakter’, aldus een woordvoerder van defensie.

Jonathan, wat vind jij van mensen die bij defensie willen werken?

‘Dapper, vooral. Ik zou het zelf niet doen. Deels, en dat is misschien een laf argument, omdat ik niet goed zou zijn in het militaire gedeelte.’

Heb je ook gewetensbezwaren?

‘Ik ben niet 100 procent pacifist. Kijk naar de Tweede Wereldoorlog, naar de soldaten die ons hebben vrijgevochten – zonder die mensen waren we waarschijnlijk geen vrij land geweest.

‘Maar op dit moment zijn we aangesloten bij de Navo, en daar ben ik erg kritisch op. Ik zou niet willen werken onder een minister van Defensie die bepaalt voor welk doel ik vecht. Als ik het met dat doel eens zou zijn, zou ik het misschien wel willen doen. Maar ik vind het risico dat ik het ermee oneens zou zijn te groot.

‘Kijk naar wat er nu in de Verenigde Staten gebeurt, waar de Nationale Garde door Trump wordt ingezet tegen demonstranten. Dat is Amerika, niet Nederland. Maar goed, je ziet daar wel hoe snel het de verkeerde kant op kan gaan.’

Paola, waarom wil jij wel bij defensie werken?

‘Toen ik op mijn 17de die dienstplichtbrief kreeg, dacht ik: die kan zo de prullenbak in – zolang ik niet word opgeroepen, ga ik daar niets mee doen. Maar toen mijn zus vorig jaar voorstelde om mee te doen aan MDT Missie (een driedaags kamp om kennis te maken met defensie, red.) dacht ik: waarom ook niet?

‘Op de eerste dag verzamelden we ‘s ochtends op een station, niemand kende elkaar. Allemaal uit verschillende delen van Nederland, met verschillende achtergronden en leeftijden. En als je dan naar huis gaat, ben je een hele hechte groep. Dat hebben ze in drie dagen voor elkaar gekregen.

‘Die samenwerking, je grenzen verleggen en zo jezelf en anderen leren kennen, dat vind ik gewoon supermooi. En ik denk dat je dat nergens zo voorgeschoteld krijgt als bij defensie.’

Doe je het ook ‘om je land te beschermen’?

‘Nee, totaal niet. Ik weet ook nog helemaal niet of ik hierna als beroepsmilitair aan de slag wil. Op dit moment denk ik van niet.

‘Het valt me op dat journalisten vaak naar dat soort nationalistische drijfveren op zoek zijn in interviews met jongeren die bij defensie gaan werken. Maar die jongeren hebben vaak een vergelijkbare motivatie met die van mij: ze willen zichzelf graag uitdagen.’

In de media wordt soms gedaan alsof iedereen die bij defensie wil, ‘stervensbereid’ zou zijn, zegt Paola: alsof ze zich opofferen voor het vaderland. ‘Maar als je bij de keuring aankomt en zegt dat je motief om bij defensie te gaan is dat je bereid bent om te sterven, vraag ik me af of je er überhaupt doorheen komt.’

Jonathan, zijn er situaties waarin jij meer ‘stervensbereid’ zou zijn dan in andere?

'Ja, ik kan me wel voorstellen dat er situaties zijn waarin je zegt: mijn leven is minder belangrijk dan de veiligheid van het geheel. Als het zover zou komen dat er een bevolkingsgroep wordt gedeporteerd of onderdrukt, dan zou ik daar wel voor in actie komen.’

En stel, – een onwaarschijnlijk scenario – de Russen staan hier morgen op de stoep. Zou je je dan aansluiten bij defensie?

Jonathan: ‘Dat vind ik heel lastig. Want je hebt twee soorten oorlogen. Oorlogen om grond, zo’n Eerste Wereldoorlog-tafereel, waarbij je op een Rus zou moeten schieten die hetzelfde is als jij. Ik zou dan liever een propagandaoorlog voeren aan de Russische kant, om die mensen te ontmoedigen het leger in te gaan.’

Halverwege het gesprek richten ze zich steeds vaker tot elkaar – vooral om de ander te begrijpen, niet zozeer om die te overtuigen. ‘Ik heb veel geleerd’, zal Jonathan aan het einde zeggen.

Paola, wat zou jij zeggen tegen iemand die zegt: dus jij meldt je als kanonnenvoer bij defensie?

Ze denkt even na. Dan: ‘Dat het niet zo in elkaar zit. Defensie is meer dan alleen aan het front liggen. Er zijn ook mensen nodig in militaire ziekenhuizen, of in de keuken.’

Jonathan: ‘Maar er zullen altijd mensen moeten zijn die wel naar het front gaan.’

Paola: ‘Ik denk dat zij er wel goed over nadenken voor ze zich aanmelden als militair. Dat ze goede afwegingen maken voor ze daarvoor kiezen.’

Jonathan: ‘Maar je ziet in de geschiedenis vaak dat er een enorme oorlogslust was, dat mensen lekker werden gemaakt om naar het front te gaan, zo van: het wordt avontuurlijk, het wordt heldhaftig. Dat soort propaganda. En dat het in werkelijkheid toch niet zo mooi bleek te zijn.’

Paola: ‘Die Engelse gedichten bedoel je?’ In de vijfde leerden ze op school over Jessie Pope, die oorlogspoëzie schreef, en de kritiek daarop van andere dichters, zoals Wilfred Owen.

Jonathan: ‘Ja, bijvoorbeeld. Maar je ziet het nu ook bij Israëlische soldaten die terugkomen en zeggen: dit was toch wel iets anders dan ik verwacht had.’

Paola, voorzichtig: ‘En wat is dan precies je vraag?’

Jonathan: ‘Of je niet bang bent dat Nederlandse jongeren ook in een heel andere situatie terechtkomen dan ze voor ogen hadden.’

Paola: ‘Nou, ik zie nu zelf ook steeds die nieuwe campagne voorbij komen: Tijd voor Defensie. Ik kan je wel vertellen dat ik niet ben gevallen voor al die filmpjes. Hoe mooi ze ook zijn, en hoeveel geld er ook in is gestoken. Ik doe het omdat ik zelf heb gezien hoeveel het kan betekenen voor je persoonlijke ontwikkeling. Op het vwo leer je vooral door te denken, en daar leer je juist door dingen te doen.’

Jonathan: ‘Ja, ik vind het ook heel slim en goed dat jij dat Dienjaar gebruikt om jezelf te ontwikkelen. Maar uiteindelijk interesseert het defensie niks of jij je ontwikkelt. Die willen gewoon mensen werven. Dat is geen geheim.’

Paola: ‘Ik ben daar zelf niet zo mee bezig. Ik denk dat je defensie gewoon als een bedrijf moet zien. In de zorg hebben ze ook heel veel mensen nodig en zijn ze ook bezig met werven. En al zei ik net dat ik het daar niet voor doe – in beide sectoren draag je iets bij aan ons land.’

Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next