is journalist en columnist van de Volkskrant, gespecialiseerd in financieel-economische onderwerpen.
Er zijn leugens, grote leugens en statistieken, zo wordt in de economie gezegd. En dat ligt eigenlijk niet aan de statistieken zelf, maar aan de interpretatie van die statistieken. Met de uitleg kan ieder zijn voordeel doen: van uiterst rechts tot uiterst links. Van rasoptimisten tot doemdenkers.
Het Centraal Bureau voor de Statistiek meldde onlangs dat de woonlasten als deel van het inkomen zijn gedaald sinds 2018, terwijl de hele natie kankert dat de woonlasten door het dak gaan. Prijzen van koopwoningen zouden zijn geëxplodeerd. En de huren nemen even hard toe als het aantal mensen dat de politiek de rug toekeert.
Over onze columns
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Maar de inkomens stijgen nog sneller. De zogeheten woonquote – de totale woonlasten als percentage van het huishoudinkomen – is daardoor lager geworden. Volgens het CBS daalde die voor huurders van een corporatiewoning tussen 2018 en 2023 van 31 procent naar 25,4 procent. Ook de woonquote voor bewoners van koopwoningen en huurwoningen in de vrije sector is gedaald.
En het is niet alleen over een periode van vijf jaar. Woningmarkteconoom Matthijs Korevaar concludeerde al in 2021 dat wonen al eeuwen goedkoper is geworden. Hij baseerde zich daarbij op data van de gemeente Amsterdam sinds de 16de eeuw.
Nederlanders vergeten dat de prijsstijging vooral het gevolg is van meer luxe. De kwaliteit van de woningen is gestegen door stenen muren, dakpannen en isolatie. Maar de belangrijkste factor is dat Nederlanders steeds ruimer wonen. Inmiddels bestaat 40 procent van de Nederlandse huishoudens uit alleenstaanden. Dat kunnen ze zich financieel permitteren. ‘Wie nu een uur werkt, kan daar veel meer woning voor krijgen dan 100, 200 of 400 jaar geleden’, aldus Korevaar.
Woningen van honderd jaar geleden waren over het algemeen ‘baggerwoningen’ in straatarme wijken zoals de beruchte Jordaan. ‘Rond 1900 woonden 2- van de totaal 5 miljoen Nederlanders in omstandigheden die niet onderdoen voor de moderne slums van Mumbay of Lagos’, schreef Auke van der Woud in Koninkrijk vol sloppen.
In de woningmarktmonitor van april betoogden economen van ABN Amro dat niet de bevolkingsgroei of het tekort aan woningen de huizenprijzen opdrijft, maar de inkomensgroei. Binnen de EU is Nederland zelfs een van de beter betaalbare koopmarkten geworden, aldus de bank. Wat uit het vergelijkend onderzoek ook naar voren komt, is dat Nederlandse huizen relatief van hoge kwaliteit en vaak energiezuinig zijn. Ook zijn ze ruimer dan huizen in andere EU-landen.
De prijsstijgingen betekenen dat de extra luxe ook betaalbaar is. De overheid draagt daaraan bij door de bouw van sociale huurwoningen en fiscale faciliteiten voor de koop van eigen woningen. Een indertijd beruchte buurt als de Amsterdamse Jordaan is nu een hippe wijk geworden. In 2022 werd in Nederland bijna 1,2 procent van het bbp besteed aan steunmaatregelen voor huizenkopers- en eigenaren. Dat is bijna drie keer meer dan de Zweden en zes keer meer dan de Luxemburgers – met respectievelijk 0,4 en 0,23 procent van het bbp de nummer twee en drie – eraan besteden.
Vervelend is dat het voor jonge huizenkopers slechts statistieken zijn.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns