De open oceaan is heel subtiel van kleur aan het veranderen. Noordelijke zeeën werden afgelopen decennia langzaam groener, terwijl de oceaan in de tropen en de subtropen juist blauwer werd. Dat kan grote gevolgen hebben voor de visserij, waarschuwen wetenschappers in vakblad Science.
Maarten Keulemans is wetenschapsredacteur bij de Volkskrant, gespecialiseerd in klimaat en microleven.
De kleurverandering komt door fytoplankton, kleine ronddobberende plantaardige algjes die aan de basis staan van de voedselketen. Richting de Noordpool bloeit tegenwoordig meer plankton op dan twintig jaar geleden, constateren onderzoekers onder leiding van biochemicus Nicolas Cassar (Duke Universiteit) na jarenlange metingen van bladgroen door de Amerikaanse satelliet Aqua.
Maar vooral tussen 20 en 40 graden noorderbreedte – een band rondom de aarde ter hoogte van Noord-Afrika, China en de zuidelijke Verenigde Staten – is er juist mínder algengroei. Mogelijk met forse gevolgen, want een kleine verandering in de hoeveelheid plankton, vertaalt zich al snel naar navenant minder vis hogerop in de voedselketen.
Hoewel de studieperiode eigenlijk te kort is om de kleurveranderingen toe te schrijven aan klimaatverandering, ligt het voor de hand dat de opwarming van de aarde het proces aanstuurt.
In de poolstreek lijkt vooral de warmere zee verantwoordelijk voor de extra algengroei, blijkt uit Cassars analyses. In de tropen en subtropen zorgt warmte er juist voor dat de toplaag van de oceaan minder goed mengt met de voedselrijke, koelere lagen eronder. Het gevolg: voedselschaarste, en minder fytoplankton. ‘Het is alsof de rijken rijker worden, en de armen steeds armer’, aldus de onderzoekers in een toelichting.
Dat sluit aan bij wat experts al dachten, reageert marien-microbioloog Corina Bussaard (NIOZ, Universiteit van Amsterdam), na inzage in de cijfers. ‘Uit meerdere regionale studies kwam dit beeld al wel naar voren. Maar het is goed en nieuw dat je dit nu ook in het groot ziet, over twintig jaar.’
Wel tekent Bussaart aan dat de periode van het jaar nogal uitmaakt. In koele streken is er vooral aan het begin en het eind van het groeiseizoen meer plantaardig plankton, onder meer doordat er minder zeeijs is en daardoor meer zonlicht op de algen valt. ‘Maar het zal in de zomer lastiger worden voor de algen om te groeien, als voedingszouten opraken. Het gevolg is dat alleen kleine algen overblijven.’ Dat zal de hoeveelheid vis afremmen, verwacht ze.
In een commentaar in Science wijst zeebioloog Raphael Kudela (Universiteit van Californië) erop dat meer dan de helft van de wereldvisserij op plekken ligt waar de oceaan blauwer wordt. ‘Als dit patroon zich voortzet, kan dat vergaande gevolgen hebben.’ In koelere gebieden ontstaan intussen weliswaar ‘meer kansen’ voor vissers, maar ook ‘potentiële conflicten’, schetst Kudela.
Op het zuidelijk halfrond is het patroon – ‘groene oceaan groener, blauwe oceaan blauwer’ – overigens veel minder duidelijk. Dat zal te maken hebben met gebrek aan opgelost ijzer, nodig voor de algengroei, duidt Bussaart.
Luister hieronder naar onze wetenschapspodcast Ondertussen in de kosmos. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.
Alles over wetenschap vindt u hier.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant