Onderzoekers hebben met behulp van DNA het gezicht gereconstrueerd van een vrouw die 10.500 jaar geleden leefde in het huidige België. Opvallend is dat de vrouw een lichtere huidskleur had dan anderen uit haar tijd.
De vrouw had blauwe ogen, een hoge neusbrug en grote wenkbrauwbogen, schrijven de onderzoekers van de Universiteit Gent. Aan de hand van de schedel hebben de onderzoekers kunnen vaststellen dat ze tussen de 35 en 60 jaar oud was toen ze stierf.
De onderzoekers hebben haar uiterlijke kenmerken kunnen vaststellen met behulp van gevonden DNA. Ze hebben haar tatoeages en sieraden gebaseerd op archeologische data van andere opgravingen.
De vrouw zou een lichtere huidskleur hebben gehad dan andere mensen uit hetzelfde tijdperk, het mesolithicum. Die periode wordt ook wel de steentijd genoemd en duurde in Europa van ongeveer 10.000 voor Christus tot 5.300 voor Christus.
Eerder namen wetenschappers aan dat Europese jagers en verzamelaars dezelfde genetische eigenschappen hadden. Een van de archeologen die hebben bijgedragen aan het onderzoek, Philippe Crombé, noemt het daarom een "verrassing" dat deze vrouw een lichtere huidskleur zou hebben gehad.
Het laat volgens de onderzoekers zien dat mensen toen al verschillende huidskleuren hadden binnen bevolkingsgroepen. "Eigenlijk is dat best logisch, aangezien ze verspreid leefden over een groot deel van West-Europa", zegt Crombé tegen CNN. "Nu zien we dat ook."
De schedel van de vrouw is gevonden bij een opgraving in 1988 en 1989 in de Margaux-grot in Dinant, in de Belgische Ardennen. Daar zijn ook de overblijfselen van acht andere vrouwen gevonden. Dat is ongewoon, omdat op de meeste begraafplaatsen uit de steentijd overblijfselen van mannen, vrouwen en kinderen samen werden gevonden.
De onderzoekers vermoeden dat de jagers en verzamelaars aan grafrituelen deden. Zo waren veel skeletten besprenkeld met oker, een mengsel van ijzeroxide en klei of zand. Verder waren de overblijfselen bewust bedekt met stukken steen. Ook had een van de schedels beschadigingen van een soort mes, die na de dood zouden zijn aangebracht.
Ook is het opvallend dat de grot waar de vrouwen waren begraven honderden jaren in gebruik zou zijn geweest. "Het was een herdenkingsplaats waar mensen regelmatig terugkeerden, hoewel jagers en verzamelaars zich veel verplaatsten", zegt archeoloog Isabelle De Groote.
Met behulp van vondsten van andere opgravingen bij de rivier de Maas konden de onderzoekers vaststellen hoe de vrouw heeft geleefd. Onder meer stenen gereedschap, visoverblijfselen en botten van wilde dieren wijzen erop dat ze leefden als nomaden en zich dus vaak verplaatsten om nieuw eten te zoeken. Een reconstructie van hoe dat eruitzag, is te zien op onderstaande foto.
Source: Nu.nl algemeen