Spanje wil niet voldoen aan de voorgestelde nieuwe NAVO-norm van 5 procent. Het land heeft om een uitzondering gevraagd, bleek donderdag. Het bondgenootschap wilde eenheid uitstralen, maar NAVO-landen hebben elk hun eigen belangen en kijken bijvoorbeeld anders naar de Russische dreiging.
De NAVO-leiders moeten in op de NAVO-top in Den Haag volgende week een krachtige boodschap afgeven: Europese landen (en Canada) gaan militair eindelijk meer op eigen benen staan, tot vreugde van de VS. En Rusland moet op zijn tellen passen. De Amerikaanse president Donald Trump, die geen fan van de NAVO is, heeft zijn zinnen gezet op een nieuwe bestedingsnorm: NAVO-landen moeten 5 procent van hun bruto binnenlands product gaan uitgeven aan defensie en veiligheid.
Voor NAVO-topman Mark Rutte en de Europese lidstaten is het belangrijk dat Trump die zege kan claimen en het bondgenootschap eenheid uitstraalt. Maar Spanje ligt al een tijd dwars. Het land heeft een brief naar Rutte gestuurd waarin het vraagt om aanpassingen, bleek donderdag. Premier Sánchez vraagt daarin om een "flexibelere formule" die de nieuwe NAVO-norm voor Spanje "optioneel" maakt, of die Spanje volledig uitsluit van de nieuwe regels.
En zo zullen er vóór en tijdens de NAVO-top meer plooien moeten worden gladgestreken en om alsnog de gewenste eenheid uit te stralen. Een van de andere belangrijkste gespreksonderwerpen zal zijn hoe de afzonderlijke lidstaten de gewenste 5 procent precies zullen invullen en wanneer landen dat doel moeten bereiken.
Sommige Europese NAVO-lidstaten voelen net als Spanje weinig noodzaak voor een sprong van 2 naar 5 procent, terwijl andere landen die ontwikkeling juist enthousiast verwelkomen.
Geen van de NAVO-landen voelt de Russische dreiging zo sterk als de drie Baltische staten. "Wij zien de vlammen, terwijl West-Europa alleen rook ruikt", is daar een veelgehoorde uitspraak.
Estland (1,4 miljoen inwoners), Letland (1,8 miljoen) en Litouwen (2,9 miljoen) zijn zich erg bewust van hun geringe omvang en kwetsbare positie. Ze herinneren zich hun verleden als Oostblokland onder het bewind van Moskou goed. Ze kunnen relatief makkelijk worden geïsoleerd van de rest van de NAVO als Rusland de korte grensstrook tussen Litouwen en Polen afsnijdt. Dat is de zogeheten Suwalki-corridor, de route tussen Belarus en de Russische exclave Kaliningrad.
Rusland maakt er geen geheim van dat het de Baltische staten beschouwt als deel van de traditionele Russische invloedssfeer. Het Kremlin houdt vol dat Rusland niet in oorlog is met Oekraïne, maar met de NAVO. De strijd kan pas stoppen als het westerse bondgenootschap zich volledig terugtrekt uit de Baltische staten, zei Sergei Ryabkov, de Russische onderminister van Buitenlandse Zaken, in juni.
De Baltische staten hebben al jaren te maken met Russische hybride oorlogsvoering: een combinatie van militaire en niet-militaire middelen die worden gebruikt een tegenstander te verzwakken zonder grootschalig direct geweld. Dat uit zich onder meer in desinformatiecampagnes, cyberaanvallen en sabotageacties.
Europese inlichtingendiensten waarschuwen dat Moskou van plan is de NAVO-eenheid de komende jaren te testen. "Een lange, open oorlog met Europa zou Rusland uiteindelijk niet volhouden", zegt Erik Stijnman, beroepsmilitair en onderzoeker bij de denktank Clingendael. "Daarom zeggen de inlichtingendiensten: als Rusland iets wil doen, zal dat gebeuren in de Baltische staten. Bijvoorbeeld dat Moskou een reden verzint om daar een etnisch Russische minderheid te gaan beschermen."
In Zuid-Europa zijn de migrantenstromen over de Middellandse Zee en de algemene onrust in de Sahel-regio in Noord-Afrika grotere problemen dan de oorlog in Oekraïne. Landen als Italië, Griekenland en Spanje weten bovendien nog goed dat ze op het hoogtepunt van de vluchtelingencrisis in 2015 op weinig NAVO-solidariteit konden rekenen.
Directe economische belangen spelen gezien de omvang van de geplande uitgaven ook een rol, zegt Stijnman. "De zuidelijke economieën hebben het zwaarder, dus het offer dat gebracht moet worden, wordt daar in verhouding misschien harder gevoeld."
De Spaanse regering had al vóór de brief aan Rutte laten weten vast te willen houden aan het oude doel van 2 procent. "We denken dat 2 procent genoeg is om te voldoen aan de verplichtingen die we zijn aangegaan", zei defensieminister Margarita Robles toen. Spanje was oorspronkelijk van plan pas in 2029 op 2 procent uit te komen. Dat werd in april bijgesteld naar het einde van dit jaar.
Alle Europese NAVO-leden lijken het wel met elkaar eens dat Europa militair minder afhankelijk van de Amerikanen moet worden. En zo luid als die 5 procent ronkt om Trump te plezieren; onder de motorkap valt er wel wat op af te dingen. Dat helpt om twijfelaars zoals Spanje toch aan boord te houden. En dat is heel belangrijk als moet worden voorkomen dat Rusland de NAVO uit elkaar speelt.
Hulp aan Oekraïne mag bij de 5-procentnorm worden meegeteld, liet NAVO-chef Rutte al weten. Daarnaast is 1,5 van de 5 procent niet direct bestemd voor defensie, maar voor technologie en infrastructuur die een link met veiligheid hebben. Deskundigen merken op dat dit zo vaag is dat je prima kunt spreken van een 3,5-procentnorm. Dat ligt dicht bij de 3,7 procent die Rutte in januari opperde in het Europees Parlement.
Vanuit het NAVO-hoofdkwartier in Brussel klinkt inmiddels ook de suggestie dat landen zelf hun tempo mogen bepalen, in plaats van de deadline in 2032 die eerder werd voorgesteld. "Als de uitgaven straks bijvoorbeeld met 0,2 procent per jaar mogen groeien, is dat makkelijker te accepteren voor Zuid-Europese landen", zegt Stijnman. "Zijn we 0,6 procent groei verder, dan zit er waarschijnlijk een andere Amerikaanse president en waait er misschien een andere geopolitieke wind. Lidstaten zullen zeker op die manier gaan zitten rekenen."
Source: Nu.nl algemeen