Ooit werd Eternit in het Twentse Goor onthaald als een icoon van de vooruitgang. Maar de tijden zijn veranderd: deze week maakte het Openbaar Ministerie bekend het bedrijf te vervolgen vanwege blootstelling van werknemers aan asbestvezels, met dodelijke gevolgen.
is regioverslaggever van de Volkskrant in Noord-Nederland.
De aanwezigheid van bouwmaterialenproducent Eternit in Goor ging jarenlang goeddeels langs Annemarie Jansen heen. Tot ze in 2016 opeens ‘een zwembad van olympische afmetingen’ in haar achtertuin had.
In de wijk ’t Gijmink, in de jaren vijftig gebouwd voor de arbeiders van het toen nog asbestverwerkende bedrijf, bleek de bodem van zo’n 550 percelen dusdanig vervuild dat sanering noodzakelijk was. De fraaie coniferen, de appelboom: alles moest weg, zegt Jansen. Tot een meter diep moest de aarde afgegraven worden. ‘Zelfs onze overleden poezen zijn opgegraven.’
In de jaren tachtig streek Jansen neer in het Overijsselse Goor, waar haar grootvader nog werkte in de stoombleekerij. Het asbestcement van Eternit had het stadje inmiddels overwoekerd. De 72-jarige somt op: ‘De schutting, de schuur, de daken – alles was asbest. Wisten wij veel.’
Zelf heeft ze het nu zwart op wit, een verklaring van schone grond. Maar soms ziet ze nog ‘mannen in witte pakken’ in de wijk. ‘Eigenlijk kom je er nooit meer vanaf.’
Dinsdag maakte het Openbaar Ministerie bekend Eternit in Goor strafrechtelijk te vervolgen. Het verwijt: ‘De langdurige en structurele blootstelling van werknemers en derden aan asbestvezels, met uiteindelijk dodelijke gevolgen.’ Volgens het OM heeft het bedrijf in strijd met haar zorgplicht gehandeld en werknemers ‘willens en wetens’ blootgesteld aan ernstige gezondheidsrisico’s.
Nadat Eternit eerder in tientallen civiele procedures werd gedwongen tot forse schadevergoedingen, is de strafvervolging een nieuw en voor Nederlandse begrippen uniek hoofdstuk. Net als bij Chemours in Dordrecht en Tata Steel in IJmuiden worden de negatieve gevolgen van industriële activiteiten niet meer voor lief genomen. Meer dan terecht, vindt Jansen. ‘Er is zoveel ellende veroorzaakt.’
De strafzaak volgt op een aangifte uit 2019 door het Comité Asbestslachtoffers. Nabestaanden beschouwen de vervolging als erkenning. Volgens de stichting heeft Eternit in Goor en omgeving al zeker honderdvijftig slachtoffers gemaakt. Er zullen er meer volgen, aangezien asbestkanker (mesothelioom) zich soms pas na veertig jaar aandient.
Het contrast is groot met de grandeur waarmee Eterniet (toen nog met een e-tje extra) werd onthaald. ‘Goor krijgt nieuwe industrie’, kopte de Nieuwe Hengelosche Courant op 4 januari 1936. ‘Hoopvolle perspectieven voor de gemeente.’
Toenmalig burgemeester Van der Sluis belegde een persconferentie om het heugelijke nieuws wereldkundig te maken. De asbestcementindustrie zou Goor opstuwen in de vaart der volkeren. Lokale werklozen zouden aan de bak kunnen: ‘Dit is nu de lichtstraal aan den donkeren hemel voor Goor.’
Op de dag van de eerste steenlegging wapperden bij vele huizen de vlag. Kranten schreven lyrisch over de spiegeling van de verrezen fabriek in het Twentekanaal. ‘Te lang reeds was Goor zichzelf gelijk gebleven.’ Met Eternit kwam de vooruitgang naar Twente.
Plaats de euforie in de tijd, zeggen de heren van het Historisch Genootschap Goor, bijeen in het museum in het station. De economische crisis van de jaren dertig was net achter de rug. ‘Voor het kleine Goor was Eternit een grote werkgever’, zegt voorzitter Willem Wondergem.
Het belang van Eternit nam toe na de naoorlogse teloorgang van de textielindustrie. Op het hoogtepunt werkten er zo’n achthonderd mensen, terwijl Goor nog amper tienduizend inwoners had.
‘De Eternit’ kreeg een lidwoord en werd een begrip. In de Canon van Goor die in 2013 verscheen, kreeg het bedrijf een eigen hoofdstuk. Maar in het museum krijgt het bedrijf amper aandacht. Een jubileumbundel ligt ergens verstopt achter een lichtbak.
Wel overal in Goor waren de producten van de fabriek met asbest. Gratis af te halen en overal handig voor. Als jongens lieten ze hun opwindbare autootjes mooi razen over zo’n harde asbestplaat, hun moeders gebruikten het als warmhoudbord in de keuken. Talloze hobbelige zandwegen bij boerderijen in het buitengebied werden ermee verhard. ‘Iedereen maakte dankbaar gebruik van de rotzooi.’
Een van de senioren merkt sarcastisch op: ‘Als je de doden niet meetelt, hebben we er veel gemak van gehad.’
Dat vooruitgang een hoge prijs had, bleek, zoals vaker, pas later. Eternit (afgeleid van het Franse woord voor eeuwigheid) maakte Goor na groot ook ziek. Vanaf de jaren zestig waren er al wetenschappelijke aanwijzingen over het verband tussen asbest en kanker. Pas in 1993 stopte Eternit met het maken van asbestcement, toen het in Nederland verboden werd. Het bedrijf houdt vol zich altijd aan de wet te hebben gehouden.
Nu zijn buiten de huizen versierd met gele vlaggetjes, ter ere van het jaarlijkse school- en volksfeest. De eerste editie werd 150 jaar geleden gehouden, mede mogelijk gemaakt door notabelen uit de textielindustrie. Mocht Eternit zijn honderdjarig bestaan in Goor meemaken, zeggen de amateurhistorici, verwacht dan geen groot feest.
Eternit maakt nog steeds bouwmaterialen zoals golfplaten, nu zonder asbest. Er werken nog zo’n tweehonderd mensen bij het bedrijf. De fietsen in de stalling verraden de lokale binding.
In het stadje verwijst verder weinig naar het roemruchte Eternit-verleden. Of het moet de J.M. de Bruijnstraat zijn, vernoemd naar de toenmalige directeur van moederbedrijf Martinit. Andere sporen bestaan in hun afwezigheid. De schoonvader van de bewoner op nummer 87: overleden aan asbestkanker.
Meneer Kranenberg, geboren in 1929, maakte de komst van Eternit mee. Met klasgenoten ging hij soms kijken bij de kranen, die de schepen met asbest losten. Soms hing er een hele wolk boven het kanaal.
‘Veel mensen hebben een goede boterham verdiend in de Eternit’, zegt hij. ‘De trammelant kwam pas later.’
Luister hieronder naar onze podcast de Volkskrant Elke Dag. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant