Van het militaire netwerk dat Iran vanaf de jaren tachtig opbouwde in het Midden-Oosten, hoeft het in de strijd met Israël weinig te verwachten. De geduchte ‘as van het verzet’ is ernstig verzwakt, na een reeks operaties door datzelfde Israël.
is correspondent Midden-Oosten van de Volkskrant. Hij woont in Amman.
In een oorlog zoekt iedereen naar bondgenoten. Israël heeft ze bij de vleet, met name in het Westen. Maar waar zijn die van Iran? Jarenlang stond het regime in Teheran aan het hoofd van een geducht militair netwerk in het Midden-Oosten, beter bekend als de ‘as van het verzet’. Die as telde minstens vijf leden, met Hezbollah (Libanon) en de Houthi’s (Jemen) voorop, gevolgd door het regime van de gevallen dictator Bashar al-Assad (Syrië), Hamas (Gaza) en een verzameling pro-Iraanse milities in Irak.
Ruim anderhalf jaar na 7 oktober, de dag waarop Hamas met zijn terreuraanval het Midden-Oosten in lichterlaaie zette, staat het Iraanse bewind van opperste leider Ali Khamenei er echter nagenoeg alleen voor.
Alleen de Houthi’s en de Iraakse groeperingen laten iets van zich horen. Uit Jemen kwam afgelopen weekend een raket die – ietwat ironisch – neerkwam op de bezette Westelijke Jordaanoever. Drie Palestijnse kinderen raakten daarbij gewond. In Irak vuurde een onbekende groepering (zonder succes) drones af op een Amerikaanse legerbasis. Verder blijft het stil. Assad is weg, Hamas verkeert in overlevingsmodus en Hezbollah is een schim van wat het ooit was.
De ‘as van het verzet’ verkeert in vrije val – een proces dat al langer gaande is. In 2020 werd de architect van het Iraanse buitenlandbeleid, generaal Qassem Soleimani van de Iraanse Revolutionaire Garde, gedood bij een Amerikaanse drone-aanval. Soleimani was een man die de ene dag in Syrië kon opduiken, vechtend aan de zijde van Assads leger, de volgende in Irak en de daaropvolgende in Jemen. Hij belichaamde Irans geduchte netwerk dat werd opgebouwd vanaf de vroege jaren tachtig, toen het idee ontstond om Irans islamitische revolutie (1979) te ‘exporteren’.
Op het hoogtepunt pochten Iraanse politici dat ze de ‘controle’ hadden over liefst vier hoofdsteden: Damascus, Beiroet, Sana’a en Bagdad. De verschillende pro-Iraanse facties vormden een soort allriskverzekering voor het Iraanse regime, in ruil voor miljardensteun, trainingen en wapens. Die tijden lijken voorbij. Teheran kijkt nu vooral naar bevriende landen als Rusland en Pakistan, maar de kans dat zij zich in deze oorlog zullen voegen, is nihil.
De verzwakking van Irans netwerk valt op het conto te schrijven van Israël, dat militair superieur is gebleken. Andreas Krieg, verbonden aan de Britse School of Security Studies (King’s College), wijst op de cruciale rol van Israëls inlichtingendiensten die Hezbollah wisten te infiltreren en mensen in Iran rekruteerden. Dat leverde een reeks psychologische klappen op (de pieperaanval, het doden van Hamasleider Ismail Haniyeh in Teheran), plus een schat aan informatie.
Israël kon doelwitten uitkiezen die door Krieg als militair ‘bindweefsel’ worden aangemerkt. ‘Hoge commandanten, wapenaanvoerlijnen, safehouses en strategische communicatie. Dat alles heeft geleid tot een cascade-effect van verlamming.’
En er speelt meer. Hezbollah en de Iraniërs waren ervan uitgegaan dat hun wapenarsenaal (raketten, drones) een afschrikwekkend effect zouden hebben, maar die afschrikking bleek niet te werken in het getergde Israël van na 7 oktober. De Israëlische premier Benjamin Netanyahu is vastbesloten iedere aanval met twee keer zoveel geweld te beantwoorden. ‘Als je Israëlische belangen aanvalt, loop je het risico weggevaagd te worden’, zei Midden-Oostenkenner Robin Beaumont tegen de Franse krant Le Monde. ‘Bluffen werkt niet langer tegen Israëls escalatietactieken.’
Toch zou het voorbarig zijn de ‘as van het verzet’ volledig af te schrijven. Kataib Hezbollah, een van de belangrijkste pro-Iraanse groeperingen in buurland Irak, liet weten te zullen toeslaan als de Amerikaanse president Donald Trump zich bij Israël in de oorlog voegt. Op Iraakse bodem zijn zo’n 2.500 Amerikaanse soldaten aanwezig, hoofdzakelijk in het kader van de strijd tegen de extremisten van Islamitische Staat.
Niet iedereen neemt die dreigende taal overigens serieus. Het zou niet voor het eerst zijn dat radicale Iraakse facties zich roeren, zonder vervolgens de daad bij het woord te voegen. Voor de zekerheid heeft Washington een deel van zijn diplomatieke staf uit Bagdad teruggetrokken.
Bij dit alles moet worden aangemerkt dat de diverse groeperingen de rol van ‘Iraanse pion’ allang zijn ontgroeid. Stuk voor stuk zijn ze politiek-ideologisch geworteld in hun gemeenschappen, zodat ze nauwelijks nog weg te denken zijn. Ze hebben toegang tot clandestiene geldstromen (cryptomunten incluis), eigen banken en smokkelnetwerken en leunen ieder op een loyale achterban. In de grensgebieden van corrupte landen als Irak en Libanon fungeren ze als stand-ins voor een veelal afwezige overheid. Voor de extreem ideologische Houthi’s geldt sowieso dat ze hun ‘verzet’ zullen voortzetten, zolang Israël de Palestijnse gebieden blijft bezetten.
Mocht het Iraanse regime de huidige oorlog met Israël niet overleven, dan betekent dat dus niet automatisch het einde van de ‘as van het verzet’. Integendeel: de levensverwachting van de diverse leden zou weleens hoger kunnen liggen dan die van het moederschip in Teheran. Hun drang om te overleven, zeggen kenners, is altijd groter geweest dan welke ideologische alliantie dan ook. Zo makkelijk zullen ze zich niet opzij laten zetten.
Luister hieronder naar onze podcast de Volkskrant Elke Dag. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant