De film ‘F1’ is gedraaid op echte circuits, tussen echte racewagens. Dat zie je en voel je. Het verhaal is even voorspelbaar als de Grand Prix van Monaco, maar Brad Pitt maakt er wat van, met zijn charme.
Het is niet de fysieke conditie van de held, vertolkt door de 61-jarige Brad Pitt, die het meest onwaarschijnlijk aandoet in F1. In het actiespektakel van Joseph Kosinski keert coureur Sonny Hayes op absurd hoge leeftijd terug in de hoogste raceklasse; alsof Ruud Gullit weer mee voetbalt op het WK.
Nee, het geloofwaardigheidsgehalte wordt pas écht getest als Hayes na ruim dertig jaar afwezigheid voor het eerst plaatsneemt in een moderne racewagen, met zo’n spelcomputerachtige console als stuur. Kijk, instrueert iemand hem bij de zee van knopjes: deze is voor de DRS – het openklappen van de achtervleugel. Twee tellen later zoeft Hayes al over het circuit voor zijn eerste testrit, zelfs nog sneller dan zijn aanstaande en afgunstige teamgenoot Joshua (Damson Idris), het jonge talent van racestal APXGP. Oma die tijdens haar allereerste potje Mario Kart op de Nintendo Switch de gameverslaafde kleinzoon voorbij spurt.
Maar op de vele race-scènes an sich valt weinig aan te merken. F1 is gedraaid op echte circuits, tussen echte racewagens, die werden behangen met ’s werelds nieuwste camera’s. Dat zie je en voel je. De inhaalmanoeuvres ogen waarheidsgetrouw, zo ook de (vele) crashes.
Lollig ook wel, om Brad Pitt eens te zien duelleren met Max Verstappen, of in elk geval diens Red Bull-bolide. ‘Damn he’s good!’ De Nederlandse wereldkampioen ontbrak als een van zijn weinige collega’s bij de première van de film, die is geproduceerd door zijn oude tegenstrever en huidige Ferrari-coureur Lewis Hamilton en Hollywoodveteraan Jerry Bruckheimer.
Hayes, in zijn dromen achtervolgd door het horror-ongeluk dat zijn carrière in de knop brak, raakte aan lager wal. Slapend in zijn busje, na drie mislukte huwelijken, werkt hij nu als losgezongen huurling in de lagere regionen van de racesport. Een kopie van zijn met een Oscar bekroonde rol als versleten stuntman in Once Upon a Time… in Hollywood (2019), al beschikt F1-scenarist Ehren Kruger beslist niet over het dialoogtalent van Quentin Tarantino.
Hayes wordt bij het onderaan bungelende team gehaald door zijn wanhopige oude racevriend en teambaas Ruben (Javier Bardem, kleurloos), als 9de keuze. Maar na wat opdrukken en frequent halfnaakt in een ijsbad zakken, ontpopt de arrogante oude rot zich als een niet te stoppen strategisch race-genie, met oog voor zijn medemens.
Pitt maakt er nog wel wat van, leunend op zijn charme. Zijn team kent een aantrekkelijke vrouwelijke technisch directeur (Kerry Condon), die niet zit te wachten op Hayes’ avances. En de hanige Joshua vindt dat hij geen ‘oude man’ als mentor behoeft. Hoe die personages naar elkaar groeien, het ‘drama’ in de film, is even voorspelbaar en standaard opgediend als de jaarlijkse parade door dat krappe Monaco, waar inhalen vrijwel onmogelijk is.
Het opmerkelijkst blijven die races zelf. Hayes haalt van alles uit om zijn racestal hoger in het klassement te wrikken: opzettelijke aanrijdingen, grind op de baan rijden, stiekem de banden alvast opwarmen. De technische details en verwijzingen naar de (vele) regeltjes van de autosport zijn daarbij redelijk te volgen, ook voor een Formule 1-leek. Het levert, naast het vlakke drama, in elk geval nog iets curieus op: de minst sportieve sportfilm ooit.
Actie
★★★☆☆
Regie Joseph Kosinski
Met Brad Pitt, Damson Idris, Kerry Condon, Javier Bardem, Tobias Menzies.
156 min., in 192 zalen.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant