Een stapeltje contant geld en een opwindradio zijn niet genoeg als er een noodsituatie aanbreekt. Laat 18-jarigen daarom bij defensie leren over brandpreventie, gewondenverzorging, en cyberveiligheid.
Het verleden – en helaas ook het heden – leert hoe belangrijk civiele verdediging is in tijden van oorlog of natuurrampen. De opkomstplicht herinvoeren voor alle 18-jarigen kan de weerbaarheid van de samenleving aanzienlijk verhogen.
Her en der spelen mensen al in op de mogelijkheid dat ze met een crisis te maken krijgen en denken na over wat ze in dat geval voor hun buren kunnen betekenen. Ze slaan water, wc-papier en blikvoedsel in, schaffen een opwindradiootje aan en stoppen contant geld in een oude sok. Dat alles in het besef dat de overheid niet in staat is om tijdig voldoende bescherming te bieden.
Hoe sympathiek ook, deze burgerinitiatieven zijn te beperkt om in tijden van hybride oorlogen en rampen voldoende bescherming te bieden. Om op zo’n moment werkelijk te kunnen functioneren is een zekere mate van basisweerbaarheid vereist.
Over de auteur
Jurriën van Kasteren is kapitein-luitenant ter zee en schrijft dit opiniestuk op persoonlijke titel.
Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.
Denk aan kennis over zaken als brandpreventie en -bestrijding, EHBO en gewondenverzorging (onder militairen beter bekend als zelfhulp en kameradenhulp) en reddingswerk om mensen onder het puin vandaan te halen. Naast deze primaire vaardigheden zouden mensen ook getraind moeten worden in cyberveiligheid, het veiligstellen van communicatielijnen en het bestrijden van door de vijand verspreide desinformatie.
Herinvoeren van de algemene opkomstplicht zou een belangrijke bijdrage kunnen leveren aan het vergroten van de basisweerbaarheid van individu en samenleving. Net als nu krijgt elke 17-jarige dan een dienstplichtbrief, waarin staat dat hij/zij/hen is ingeschreven voor de dienstplicht.
Het verschil is dat je ook daadwerkelijk wordt opgeroepen om in het jaar dat je 18 wordt – of als je je middelbare school of beroepsopleiding hebt afgerond – te beginnen met een interne opleiding van drie tot zes maanden, waarin de verschillende facetten van basisweerbaarheid aan bod komen. Het is eigenlijk een verlengde leerplicht, maar dan in een kazerne.
Na die periode zou een verplichte ‘stage’ moeten volgen van zes tot negen maanden, waarin de dienstplichtige zich maatschappelijk nuttig maakt. Dat kan zijn in een van de sectoren die belangrijk zijn voor de maatschappelijke weerbaarheid zoals brandbestrijding, zorg, defensie of beveiliging, maar het kan ook in het onderwijs of in het onderhoud van de openbare ruimte.
Een dergelijke dienstplicht voor iedereen zal de weerbaarheid tegen maatschappelijke ontwrichting vergroten. Bovendien doorbreekt de dienstplicht sociale bubbels en draagt het zo bij aan het vergroten van wederzijds begrip en de sociale samenhang.
Na de verplichte stage kunnen mensen starten met een studie of maatschappelijke carrière, zij het dat ze op gezette tijden op herhaling moeten komen om hun vaardigheden op peil te houden.
Een aantal dienstplichtigen kan na de stage kiezen om door te stromen naar een van de krijgsmachtonderdelen om verder opgeleid te worden tot (onder)officier of burgermedewerker bij defensie. Daarmee kan de krijgsmacht doorgroeien tot de beoogde 200 duizend actieve militairen, reservisten en burgermedewerkers. Ook andere deelnemende publieke sectoren/diensten kunnen deze periode gebruiken voor het werven van toekomstig personeel.
Het is te veel gevraagd om voor civiele verdediging en rampenbestrijding te leunen op het zelforganiserend vermogen van groepen burgers. Met de herinvoering van de opkomstplicht zou daarom ook een begin gemaakt moeten worden van een organisatie die we gemakshalve maar even de ‘Bescherming Burgerbevolking 2.0’ noemen. Kort na de Tweede Wereldoorlog werd in Nederland de Bescherming Bevolking (BB) opgericht, een vrijwilligersorganisatie die hulp bood bij oorlog of grote rampen.
De BB had verschillende afdelingen: brandweer, eerste hulp, gewondenvervoer en een reddingsdienst om mensen onder het puin vandaan te halen. Later kwam er ook een ABC-dienst bij voor bescherming tegen atomaire, biologische en chemische wapens. De ‘Civil Defense Service’, het Britse voorbeeld van de BB beschikte ook over een ‘report & control’-dienst, een soort factcheckers avant la lettre om des- en misinformatie te bestrijden. Vanaf de jaren ’70 werd er flink bezuinigd op de BB en in 1986 werd de organisatie opgeheven.
Een Bescherming Burgerbevolking 2.0 hoeft gelukkig niet helemaal vanaf de grond opgebouwd te worden. Nederland telt 25 veiligheidsregio’s, die onder meer belast zijn met brandweerzorg, rampen- en crisisbestrijding, geneeskundige hulp bij ongevallen en rampen (GHOR) en openbare orde en veiligheid.
De veiligheidsregio is een openbaar lichaam van samenwerkende gemeenten en is bij uitstek geschikt om de inzet van weerbare burgers te ondersteunen en te sturen. Ongetwijfeld vergt dat de nodige investeringen, maar met de beoogde verhoging van het defensiebudget hoeft dat geen probleem te zijn.
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant