Home

Israël ‘móést’ Iran wel aanvallen – maar hoe weet je eigenlijk of een land een atoombom maakt?

Israël móést Iran wel aanvallen, omdat het land op het punt staat een kernbom te produceren, zo beweerde althans Israël zelf. Maar kan Israël dat wel weten? En lost een aanval het probleem op? Zes vragen over de vermeende Iraanse bom.

is wetenschapsredacteur voor de Volkskrant.

Wie bepaalt eigenlijk of een land kernbommen mag hebben?

Op 1 juli 1968 tekenden 191 landen het zogeheten Non-proliferatieverdrag. Daarin beloofden landen die nog geen kernwapens hadden onder meer om die niet te bouwen. Het internationaal atoomagentschap IAEA houdt daarop toezicht. Iran heeft het verdrag ondertekend.

Op de lijst ondertekenaars ontbreken landen die later zelf een kernbom ontwikkelden: Israël, Pakistan en India. Noord-Korea ondertekende oorspronkelijk wel, maar trok zich begin 2003 terug en beschikt nu ook over kernwapens. China, de VS, het VK, Frankrijk en Rusland worden door het verdrag erkend als kernmachten.

Wat heeft een land nodig om een kernbom te maken?

Het belangrijkst voor het maken van een kernbom is het produceren van genoeg splijtstof. Iran produceert daarvoor uranium. ‘Meer geavanceerde ontwerpen maken gebruik van plutonium, maar Iran heeft niet voor die route gekozen’, zegt Malte Göttsche van de TU Darmstadt in Duitsland. Göttsche is kernfysicus en doet inmiddels als hoogleraar wetenschappelijk vredesonderzoek onder meer onderzoek naar nucleaire wapenbeheersing en ontwapening.

Uranium dat je in de natuur vindt, is een mengsel van twee isotopen: verschillende verschijningsvormen van dezelfde stof, waarbij de ene variant zwaarder is dan de andere. De hoofdmoot, ruim 99 procent, is uranium-238. Dat wil zeggen: de atoomkern bevat 92 protonen en 146 neutronen, samen die 238. Minder dan 1 procent bestaat uit uranium-235, dat drie neutronen minder telt.

Het is de lichtere isotoop (uranium-235) die interessant is voor kerncentrales en kernbommen. Het IAEA gaat ervan uit dat 25 kilogram genoeg is voor één kernbom.

Voor een kernexplosie moet je in dat uranium een kettingreactie opwekken. Dat begint met één enkel neutron dat een uraniumkern raakt. Wanneer de kern daardoor splijt, levert dat een heleboel energie op, én nog twee à drie nieuwe neutronen. Die botsen op hun beurt weer op een andere kern, die weer splijt, nog meer neutronen produceert, et cetera. Bij elkaar leidt die kettingreactie tot de kernexplosie.

Zit er te veel uranium-238 in het mengsel, dan gebeurt er niet zoveel. In tegenstelling tot de lichtere tegenhanger heeft uranium-238 namelijk juist de neiging om neutronen die er tegenaan botsen te absorberen. Gevolg: de kettingreactie dooft uit.

‘Uranium dat voor grofweg 20 procent uit uranium-235 bestaat, kan een kernexplosie opwekken, weten we’, zegt Göttsche. Heel praktisch is het bij die lage percentages echter niet. ‘Je hebt dan zo veel materiaal nodig dat het lastig wordt de bom nog te verplaatsen.’

De meeste kenners stellen dat je de grens van 90 procent uranium-235 moet passeren voor een praktisch goed bruikbare bom. Iran beschikt volgens het IAEA op dit moment al over ruim 400 kilogram uranium dat verrijkt is tot 60 procent.

Mag Iran zo’n voorraad hoogverrijkt uranium hebben?

Er bestaat geen enkel internationaal verdrag dat verrijken verbiedt. ‘Nucleaire installaties kun je in principe inzetten voor zowel civiele als militaire doeleinden’, zegt Göttsche. ‘Het is aan het IAEA om te verifiëren of een nucleair programma civiel is.’

Zelfs uranium met een verrijkingsgraad boven de 20 procent heeft nog civiele toepassingen. Zo gebruiken producenten van medische isotopen, radioactieve stoffen die worden gebruikt bij de diagnose en behandeling van meerdere ziekten, uranium dat is verrijkt tot wel 90 procent. Al zijn veel landen die zulke isotopen produceren inmiddels overgestapt op uranium met een verrijkingsgraad van hooguit 20 procent.

Bovendien gebruikt ook de nucleaire aandrijving van de militaire schepen van de VS, Rusland, de VK en India reactoren waarin materiaal zit met een verrijkingsgraad van ruim boven de 20 procent. Iran stelt bovendien al langer dat het zulk materiaal wil gebruiken voor de nucleaire aandrijving van marineschepen.

Maar, zegt Göttsche: de grote hoeveelheid materiaal die Iran heeft geproduceerd, is verdacht. Dat betekent overigens niet dat het land ook meteen een kernwapen wil produceren, maar het wil die optie vermoedelijk wel hebben.

Dat is de reden dat Göttsche de kerndeal die de VS, China, Rusland en de EU in 2015 met Iran sloten zo’n goed idee vond. Iran zou zijn kernprogramma beperken in ruil voor het verlichten van de economische sancties tegen het land.

Omdat het IAEA volgens die afspraken ook verregaand toezicht mocht houden, werd het voor Iran erg moeilijk om snel een kernwapen te bouwen. ‘Natuurlijk konden ze altijd op een gegeven moment de inspecteurs eruit gooien, maar tot die tijd kon je als internationale gemeenschap het nucleaire programma aan banden leggen.’

Wat is er nodig om uranium te verrijken?

Eerst maken fysici van uranium zogeheten uraniumhexafluoride. Dat materiaal is bijzonder: onder de 56 graden Celsius is het een witte, beetje wasachtige vaste stof. Maar boven die 56 graden verandert het direct in een gas.

Dat gas stoppen fysici in een centrifuge die wel tienduizenden keren per minuut roteert, sneller dan de motor van een straaljager. Uranium-238 verplaatst zich dan naar de wand van de cilinder, terwijl uranium-235 verder van de wand afkomt. Daar wordt het afgevangen.

In totaal moet het uranium tientallen keren de centrifuge in voordat het bruikbare percentages nadert. Daarbij is het begin het lastigst, zegt Göttsche. ‘Van 60 procent verrijkingsgraad naar 90 procent gaan, is niet veel werk meer.’

Volgens een rapport van het Institute for Science and International Security kan Iran daarmee binnen twee à drie dagen voldoende uranium verrijken om een kernkop te vullen. Binnen drie weken is er genoeg voor negen kernbommen, en na drie maanden heeft Iran er negentien, zo rekent men voor.

Dat rapport is nu een paar dagen oud, maar dat wil niet zeggen dat Iran dan ook daadwerkelijk een kernkop kan vullen: de Israëlische aanvallen leiden tot vertraging, maar belangrijker nog is dat niemand zeker weet wat Iran van plan is. Verschillende rapporten van onder meer inlichtingendiensten spraken elkaar daarover de afgelopen maanden nog tegen.

Zeker is dat Iran, om een nucleair wapen te bouwen, ‘meer nodig heeft dan alleen verrijkt uranium’, schreef Richard Nephew, onderzoeker bij Columbia University en voormalig plaatsvervangend speciaal gezant voor Iran van de regering-Biden, eerder deze week in het tijdschrift Foreign Affairs.

Zo heeft het land onder meer apparatuur nodig dat het gasvormig uranium in metaal kan omzetten, moet het van dat metaal onderdelen van het wapen fabriceren, en dat wapen dan ook nog in elkaar zetten. ‘Dat alles doen tijdens een oorlog zal moeilijk zijn, zeker gegeven de decennialange pogingen van de wereld om Iran de benodigde spullen te ontzeggen. Analisten weten bovendien niet hoe dicht Iran was bij het daadwerkelijk kunnen produceren van een kernkop voor een raket’, schreef Nephew.

Kun je van buitenaf zien of een land kernwapens bouwt?

Nee. Zoiets kan alleen van dichtbij, door controles op locatie. ‘Dit soort centrifuges kunnen ondergronds staan, of in een gebouw dat er van buiten heel normaal uitziet’, zegt Göttsche.

Israël beschikte naar eigen zeggen over informatie dat er ‘concrete vooruitgang’ was geboekt op weg naar de Iraanse kernbom. Dat is echter lastig te controleren. Het bewijs was ‘niet duidelijk of overtuigend’, oordeelde bijvoorbeeld Kelsey Davenport, directeur van de Arms Control Association in de VS, eerder deze week tegenover de BBC.

Toch was er wel degelijk sprake van verslechtering van de situatie, zegt Göttsche. Dat begon in 2018 toen de VS zich terugtrokken uit het nucleaire akkoord met Iran, waarna Iran in 2020 aankondigde zich ook niet meer aan de afspraken te houden.

Vorige maand luidde het IAEA de noodklok. Volgens een rapport dat de organisatie publiceerde, hield Iran zich bezig met geheime activiteiten die zouden kunnen uitlopen op de productie van kernwapens. Volgens Göttsche sprak uit alles in dat rapport dat het atoomagentschap het ‘zat was’.

‘Maar de claims van Israël dat Iran de stap had gezet naar het daadwerkelijk bouwen van een kernbom, iets wat ze nodig hebben voor de juridische ondersteuning van een militaire aanval, dát bewijs hebben ze niet geleverd.’

Ook Davenport plaatste vraagtekens bij de timing van de aanval. ‘De inschatting dat Iran binnen enkele maanden een rudimentaire kernbom kan maken, is niet nieuw. Als Netanyahu (de Israëlische premier, red.) puur gemotiveerd was door het risico van proliferatie door Iran, zou Israël die inlichtingen wel met de VS hebben gedeeld en zouden ze bij de eerste aanval alle nucleaire installaties hebben aangevallen.’

Is Israël in staat het kernprogramma van Iran te vernietigen?

Iran beschikt over meerdere locaties met centrifuges. Onder meer de centrifuges in Natanz vormden een belangrijk doelwit bij de aanval van Israël. Daarnaast heeft Iran ook centrifuges in Fordo. Die zitten echter diep onder de grond: de raketten van Israël zijn niet sterk genoeg om die centrifuges te bereiken. ‘Alleen de VS kunnen die locatie vernietigen’, zegt Göttsche.

De centrifuges bij Natanz zijn bij de aanval vermoedelijk direct geraakt, zo schreef het IAEA dinsdag op socialmediaplatform X.

Twitter bericht wordt geladen...

Maar zelfs als het Israël lukt om alle centrifuges te vernietigen, inclusief die in Fordo, plus die op eventuele geheime extra locaties, dan nog beschikt het land over de ontwerpen en expertise om het programma vanuit de as te doen herrijzen.

Dat er nu wetenschappers vermoord zijn, verandert daaraan niets, zo vermoedt Göttsche. ‘Ik ga ervan uit dat in Iran een aanzienlijke hoeveelheid mensen rondloopt die dit soort dingen begrijpt.’

Volgens hem bestaat er dan ook ‘geen enkele goede manier om het Iraanse nucleaire programma geheel te vernietigen’.

Göttsche trekt de vergelijking met het Manhattanproject, waarin wetenschappers in de VS de eerste atoombommen ontwikkelden. Dat deden ze in enkele jaren tijd, met veel minder kennis van atoomfysica dan wetenschappers nu hebben. ‘Het maken van een kernbom is een beetje publieke kennis geworden, de basisideeën kun je opzoeken op internet’, zegt hij. Al is het bouwen van bijvoorbeeld goede centrifuges lastig.

Het zou overigens kunnen dat Israël de Iraanse bom met zijn aanval per abuis juist versnelt, zegt Göttsche. ‘Ik denk dat Iran zich begint te realiseren hoe zwak zijn conventionele strijdmacht is in verhouding met die van Israël. Koppel dat aan de bereidheid van Israël om aan te vallen, en ik denk dat Iran met een schuin oog zal kijken naar Noord-Korea’, zegt hij. ‘Niemand valt Noord-Korea aan, omdat het land een kernmacht is.’

‘Mijn inschatting zou daarom zijn dat deze aanvallen het waarschijnlijker hebben gemaakt dat Iran tussen nu en enkele jaren een kernmacht is’, zegt hij.

Niet iedereen denkt er echter zo over, schreef Richard Nephew in Foreign Affairs. ‘We kunnen eventueel later terugkijken op de aanval als het eerste moment in decennia waarop de wereld zich niet langer zorgen hoefde te maken over een Iraanse bom. Jarenlang hebben analisten de mogelijke uitkomst van precies zo’n aanval bestudeerd, en kwamen daarbij tot behoorlijk verschillende voorspellingen. Nu zal iedereen erachter komen welke van die voorspellingen klopte.’

Luister hieronder naar onze wetenschapspodcast Ondertussen in de kosmos. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.

Alles over wetenschap vindt u hier.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next