Home

Strenge adviezen van de overheid zijn niet erg, als ze maar nastrevenswaardig zijn

Richtlijnen voor schermgebruik onder jongeren zijn een begin. Politici moeten ook de verslavende elementen van apps en schadelijke content inperken.

Het is rijkelijk laat, maar de overheid geeft nu dan toch een handreiking aan ouders die radeloos worden van het vraagstuk: hoe grenzen te stellen aan de schermtijd van mijn kinderen? Opmerkelijk aan de richtlijn is dat die aanzienlijk strenger is dan het rapport dat de adviezen wetenschappelijk onderbouwt.

De wetenschappers die het rapport schreven, wilden – in hun hang naar nuance – geen leeftijdsgrenzen stellen. Mediaopvoeding is véél meer dan simpele regels, betogen zij, er zijn bovendien te veel verschillen tussen gezinssituaties om iedereen één richtlijn te geven.

In het Volkskrant Commentaar wordt het standpunt van de krant verwoord. Het komt tot stand na een discussie tussen de commentatoren en de hoofdredactie.

Toch is dat precies wat de overheid nu doet. Vincent Karremans, demissionair staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport, gaat uit van het voorzorgsprincipe en kiest voor de duidelijke boodschap: bouw het stapsgewijs op; vanaf groep 8 een smartphone, vanaf de middelbare school chatapps en vanaf 15 jaar sociale media als TikTok, Instagram en Snapchat.

In de discussie over de wisselwerking tussen sociale media en jongeren zijn er opvallend veel wetenschappers en experts die wijzen op de voordelen van deze technologie. Sociale media kunnen óók emanciperend, verbindend, verrijkend of bevrijdend werken voor jongeren, zeggen ze.

Ja, dat ontkent ook niemand.

Deze argumenten gaan voorbij aan het feit dat niemand verwacht dat jongeren helemaal van smartphones of sociale media afgaan. Er is simpelweg tegenwicht nodig. Dat de adviezen van de overheid aan de strenge kant zijn, maakt niet uit; ze moeten nastrevenswaardig zijn.

Het is al winst als de norm verschuift. Jongeren van 15 tot 21 jaar zitten gemiddeld bijna zes uur per dag op hun telefoon. Iedereen weet dat dit niet gezond is, jongeren zelf ook.

Uit een recent onderzoek van Unicef onder duizend Nederlandse kinderen bleek dat 57 procent vindt dat de overheid regels moet maken om het eindeloze scrollen tegen te gaan. En 20 procent vindt het vervelend dat ze rare berichten krijgen van vreemden.

Jonathan Haidt, de veel bekritiseerde Amerikaanse sociaal-psycholoog die dit debat heeft aangezwengeld, haalt vaak een peiling aan onder Gen Z: de helft van hen zegt dat ze liever wilden dat TikTok nooit was uitgevonden. Ze zitten erop uit fomo, fear of missing out. Of omdat ze verslaafd zijn.

Neem nu als gedachte-experiment een van de andere verschijnselen waar ooit een moral panic over was: videogames, televisie, stripboeken, hiphopmuziek. Niemand die daar veel uren aan besteedde in zijn jeugd zal nu zeggen: was dat maar nooit uitgevonden. Dat was werkelijk paniek om niets.

Gezond schermgebruik vergt veel grip op het leven en is zodoende vooral een elitair privilege. ‘Sociale media zijn de grote ongelijkmaker in de samenleving’, zei een Amsterdams raadslid onlangs in de Volkskrant. Het is te hopen dat de richtlijn door een publiekscampagne ook de minder geprivilegieerden bereikt.

Toch is dat slechts het begin. Politici moeten via Europese regulering verslavende elementen van apps en schadelijke content inperken. Daarnaast is het ook belangrijk, zoals wetenschappers zeggen, dat ouders begeleiden wát een kind op dat scherm doet, en dat ze zelf het goede voorbeeld geven.

Hopelijk gaat het met sociale media dan dezelfde kant op als met roken of alcohol: kinderen moet je in bescherming nemen tegen de slechte gevolgen ervan.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next