Een kwart van de Nederlandse topsporters heeft grensoverschrijdend gedrag ervaren. NOC*NSF schrikt van die conclusie uit een groot onderzoek naar de Nederlandse topsportcultuur en wil meer doen aan preventie. Maar volgens de sportkoepel is daar extra geld voor nodig.
Op zijn laatste werkdag als demissionair staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport neemt Vincent Karremans woensdagochtend in de Johan Cruijff ArenA het resultaat van ruim drie jaar onderzoek naar de Nederlandse topsport in ontvangst.
"Het is gek dat zo'n klein land zo goed presteert op topsportniveau", zegt de VVD'er, die dinsdag wordt geïnstalleerd als de nieuwe minister van Economische Zaken. "Maar het is goed dat we niet alleen met de borst vooruit lopen. De onderwerpen uit dit onderzoek zijn heel belangrijk, dus ik stop het in mijn overdrachtsdossier."
In het rapport met de titel Vlammende Ambitie ontleden onderzoekers Marjan Olfers (hoogleraar Sport en Recht aan de Vrije Universiteit Amsterdam) en Anton van Wijk (criminoloog en psycholoog bij onderzoeksbureau Verinorm) in 464 pagina's de goede, maar ook de minder goede kanten van de Nederlandse topsport.
Van de zeven conclusies, die in het kader hieronder te lezen zijn, springt de vijfde het meest in het oog. Ongeveer een kwart van de topsporters heeft in het afgelopen jaar te maken gehad met grensoverschrijdend gedrag. Daarbij gaat het vooral om roddelen. Maar ook fysiek en mentaal geweld, dwang, chantage, machtsmisbruik, pestgedrag, discriminatie en ongewenst seksueel gedrag worden genoemd.
"Relatief gezien valt het mee. En meestal is het ongewenste gedrag verbaal van karakter. Maar er zijn dus nog altijd topsporters die het zwaar hebben", zegt Olfers. "Het algemene beeld is goed, maar dat is statistiek. Ieder voorbeeld van een sporter die met ons heeft gesproken en verdrietige zaken heeft meegemaakt, is er één. Daar moeten we wat mee."
Het is geen grote verrassing dat er sprake is van grensoverschrijdend gedrag in de Nederlandse topsport. De toenmalige staatssecretaris Paul Blokhuis (ChristenUnie) kondigde dit onderzoek in 2021 aan naar aanleiding van een rapport over het turnen. In die sport bleken vernedering, intimidatie en beledigingen geregeld voor te komen.
Dit grotere en bredere onderzoek, waaraan meer dan vijftienhonderd (oud-)topsporters en coaches hun medewerking hebben verleend, moet de topsport helpen om meer methodes te ontwikkelen om ongewenst gedrag te voorkomen.
De uitvoering van die maatregelen zal liggen bij de bonden en vooral ook bij NOC*NSF. Directeur topsport André Cats van de sportkoepel stelt woensdag dat de Nederlandse sport deze eeuw al "een hele ontwikkeling heeft doorgemaakt als het gaat om oog hebben voor de mens achter de sporter".
Maar Cats erkent ook dat het "altijd beter" moet. "Als een kwart van de Nederlandse sporters te maken heeft met ongewenst gedrag, dan is dat veel te veel. Daar moeten we niet voor weglopen. Pesten, discriminatie; dat zijn zaken die echt niet kunnen. Dus ik ga dit rapport heel goed lezen en we zullen er lessen uit trekken."
Een van die lessen zal niet zijn dat NOC*NSF zijn toptienambitie laat varen. Centraal in het beleid van de sportkoepel staat dat Nederland bij de beste tien sportlanden ter wereld wil horen.
Volgens onderzoekers Olfers en Van Wijk is die nadruk op het leveren van prestaties misschien wel de belangrijkste pijler onder de Nederlandse sportcultuur. "We zijn hier wel heel erg gericht op medailles en de medaillespiegel", zegt Olfers.
Cats benadrukt dat NOC*NSF de afgelopen jaren al is overgestapt op het principe van 'glanzende medailles'. "We willen medailles, maar niet tegen elke prijs", zegt de directeur topsport.
Cats herhaalt daarbij wel zijn oproep, met name aan de overheid, dat NOC*NSF meer geld nodig heeft. "Ik hoorde de staatssecretaris net op het podium vol enthousiasme praten over zijn ervaringen bij de Spelen van Parijs. Maar dan ben ik wel teleurgesteld dat we financieel geen extra stap weten te zetten."
Volgens Cats zijn die extra middelen juist ook nodig om grensoverschrijdend gedrag beter te kunnen voorkomen. "We zouden bijvoorbeeld meer psychologen aan onze topsportprogramma's willen verbinden. Maar dat budget hebben we nu niet. Dus ja: om meer te doen tegen ongewenst gedrag hebben we meer geld nodig."
Source: Nu.nl algemeen